null Beeld

ColumnMarijn de Vries

Het kleine gebaar van Arjen Robben is waar sport om draait

Had Arjen Robben me toch mooi aan het huilen. Ik was er ook gewoon niet op verdacht. Zag niet eens de hele wedstrijd van Groningen tegen Emmen. Alleen fragmentjes, op mijn telefoon. Eerst hield hij een bal hoog bij het inspelen, op het nummer Live is Life. Een herinnering aan Diego Maradona, die hetzelfde deed, op hetzelfde nummer. Maar dan met losse veters, 32 jaar geleden, in een vol Bayern München-­stadion.

Misschien mag niemand Maradona nadoen. Misschien mag slechts een handvol voetballers dat. Alleen de hele groten. Het is mooi om te zien, tot het stil­leggen van de bal op het voorhoofd aan toe, maar mooier is als Robben naar een ballenjongen van FC Emmen dribbelt en met hem gaat overtikken.

Nog altijd ballenjongen

Hoe oud zal het mannetje zijn? Tien? Twaalf? Rood-wit clubpetje op. Oranje hes over het clubshirt heen. Elke keer als zijn voet de bal raakt, drukt hij zijn duim hard in zijn hand. Concentratie. Tik. Tik. “Ja, goed zo”, moedigt Arjen hem aan. Tik tik. “Ben je links?” De jongens zegt zacht ‘ja’ als hij de bal voor het laatst aan zijn linkervoet ontvangt. Live is life speelt nog als hij op een kruk gaat zitten. Twee ballen aan zijn voeten. Hij ziet er overrompeld uit.

En ik denk: wat ontzettend lief was dat. Wat laif. ­Arjen hoeft dat niet te doen, deze jongen een herinnering voor het leven geven. De jongen zou ’m niet missen. Maar nu hij de herinnering ontvangen heeft, is hij voor altijd rijker. In kleine gebaren zit vaak de essentie verborgen. Dit is waar sport om draait. Robben is dat nooit vergeten: dat ventje dat geen broek heeft zonder grasvlek en geen nieuw paar schoenen netjes houden kan, is ­altijd aan de oppervlakte blijven zitten. Hoe hoog zijn ster ook rees, hij is ook de ballenjongen gebleven. Dat is waarom ik ­stiekem zo vreselijk van Arjen Robben hou.

En toen had ik het tweede fragment nog niet eens gezien. Het interview na de gewonnen wedstrijd tegen FC Emmen. Robben stond voor het eerst sinds september eindelijk weer in de basis. Hij speelde tachtig minuten. Deed het voorwerk voor twee doelpunten. Het maakte hem zo blij als een kind, zegt hij. Met bibberende stem. Sommige voetballers stoppen op hun hoogtepunt. Sommigen gaan, als het lichamelijk minder wordt, met pensioen. Sommigen trappen nog een balletje ergens in een zandbak, voor grote zakken poen.

Robben besloot naar huis te gaan. Naar Groningen, waar hij groot geworden is. Om de club te helpen. Uit liefde. Zo laif. De seizoenskaarten gingen zelfs in ­coronatijd als warme broodjes over de toonbank, ­mensen verwachtten veel van hem. Het viel tegen.

Hij was, zoals hij bekendstaat, veel geblesseerd. Maar zelfs nu het niet meer hoeft, nu er eigenlijk geen reden meer is, blijft Arjen Robben vechten. Knokken om fit te zijn. Hij had de club op zijn nek getild, zo denk ik dat het voor hem voelde. Hij moest wat laten zien. Als het dan lukt, eindelijk, dan huilen zelfs wereldsterren.

“Goed zo”, mompelt Robben als hij zich van de ballenjongen afdraait om verder te gaan met zijn warming-up. Ik voel een traan en denk: ik hoor het lied verkeerd. Het is geen Engels. Nee, ze zingen in het Gronings. Ze zingen Laif is laif.

Journalist en voormalig profwielrenner Marijn de Vries fietst u elke maandag door het sportweekend. Lees hier eerdere columns terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden