Stephanie Tijmes op ongelijke brug, in 2007.

Misbruik in de turnwereld

Het juridische gevecht van oud-turnster Stephanie Tijmes: ‘Wij hebben geen stem. Toen niet, nu niet’

Stephanie Tijmes op ongelijke brug, in 2007.Beeld Patrick Post

Natuurlijk is ze blij met de erkenning deze week vanuit wetenschappelijke hoek. Maar oud-turnster Stephanie Tijmes betwijfelt of er juridische gerechtigheid komt voor het leed dat haar en vele anderen in gymzalen is aangedaan. ‘Blijkbaar is het Nederlands rechtssysteem niet voor iedereen rechtvaardig.’

Het was alsof ze terug was in de turnzaal van haar jeugd. Uitgerekend op de plek waar ze na al die jaren van verborgen pijn en verdriet een vorm van gerechtigheid hoopte te vinden. In de zittingszaal van het Instituut Sportrechtspraak (ISR) greep de machteloosheid Stephanie Tijmes (29) weer bij de keel. “Het was hertraumatiserend.”

Tijmes is een van de vele oud-turnsters die meldingen hebben gedaan van grensoverschrijdend gedrag door hun voormalige trainers. Het ISR regelt het tuchtrecht namens de meeste sportbonden en handelt dus ook die meldingen af. Het woensdag gepubliceerde wetenschappelijke onderzoek naar misstanden in de gymsport oordeelt snoeihard over hoe dat gebeurt. Hoofdonderzoeker Marjan Olfers stelt: “Dat verdient echt op korte termijn een enorm grote professionaliseringsslag”.

Het was de dag van de zitting tegen oud-bondscoach Gerben Wiersma, die onder anderen door Tijmes is beschuldigd van psychische mishandelingen. Eind maart. Bij aankomst bekroop haar het surrealistische gevoel dat ze bij een nieuwjaarsreceptie was beland. De ruimte waar ze ontvangen werd, was gevuld met statafels. Aan de ene kant stonden de slachtoffers, aan de andere kant de gedaagde met advocaat. “Er was niet eens een aparte wachtruimte voor ons. In de parkeergarage hadden onze auto’s naast elkaar kunnen staan. Er is van tevoren niet goed over nagedacht.”

Maar dat was niet het ergste, zij het wel typerend voor het ISR. Nee, wat Tijmes drijft om nu haar ervaringen te delen, is haar wanhoop over de gang van zaken ín de zittingszaal. Ook voelt ze zich gesterkt door het onderzoek van Olfers. “Doordat het instituut faalt, heb ik geen eerlijk proces gekregen.” Haar relaas geeft een ontluisterende kijk op de tuchtrechtspraak in de Nederlandse sport.

Bij de zitting mochten Tijmes en haar oud-collega’s slechts als toehoorders aanwezig zijn. Ze hadden geen spreekrecht. Weer niet. “Vroeger mochten we nooit wat zeggen. Nu hadden we opnieuw geen stem.”

Onaangenaam déjà vu

Ook de onvoorspelbaarheid zorgde voor een onaangenaam déjà vu. Het gevoel overgeleverd te zijn aan de grillen van iets of iemand anders. “Als turnster heb ik me altijd heel alleen gevoeld. Ik werd uitgescholden en vernederd, was slechts een poppetje in het systeem. Een robot. Ik moest doen wat me werd opgedragen. Nu was ik weer slechts een poppetje in een systeem, het juridische systeem dit keer.”

Vooraf had ze geprobeerd duidelijkheid te krijgen over wat haar te wachten stond. Ze kreeg een weinig zeggend antwoord van hooguit drie zinnen. Olfers verklaarde woensdag bij de presentatie van het rapport Ongelijke leggers nog hoe noodzakelijk goede communicatie is. “Juist bij zulke gevoelige onderwerpen is het heel belangrijk dat melders weten wat hun rechtspositie is en wat er in het proces gebeurt.”

De hoogleraar pleitte voor de introductie van een oriënterend gesprek, conform de werkwijze van de zedenpolitie. Ook onderstreepte zij dat onderzoekers en aanklagers trainingen moeten krijgen, niet alleen juridisch inhoudelijk, maar ook op het vlak van bejegening en onderzoeksvaardigheden.

Tijmes voerde haar eerste gesprek bij het ISR met de onderzoekscommissie. Ze ging terug in haar herinnering naar de donkere dagen uit haar jonge jaren, waarin ze paradoxaal genoeg sportieve successen vierde. Ze nam deel aan een Europees kampioenschap, worldcups en een groot aantal (inter)nationale toernooien. Ze turnde tien jaar, van haar zesde tot haar zestiende, onder de trainers Marc en Ilona de Wit, Frank Louter, Patrick Kiens en de eerder genoemde Wiersma.

Wie kun je nog vertrouwen?

Haar verzoek om het gespreksverslag in te mogen zien, werd eerst geweigerd. Dat zou niet gebruikelijk zijn. Uiteindelijk mocht ze het toch lezen en naar eigen zeggen vloog ze daarbij door het plafond. Er stonden verkeerde namen in, foute data, de essentie ontbrak. “Ook andere turnsters hadden die ervaring. De teksten vatten niet samen wat wij verteld hadden. Wij waren er kapot van. Wie kun je nog vertrouwen?”

Een gesprek met het bestuur volgde en het ISR gaf publiekelijk toe dat er fouten waren gemaakt bij de turnverslagen. De grote hoeveelheid meldingen groeide het instituut boven het hoofd. Er kwam een nieuwe versie van het verslag en op aandringen van Tijmes werden haar verschillende meldingen tegen verschillende trainers niet meer op één hoop gegooid. “Trainer A hoeft niet te weten wat ik over trainer B zeg.”

Om in perspectief te zetten wie bij het ISR aanklopte: Tijmes is een vrouw die dertien jaar na haar topsportcarrière nog altijd geen blijdschap en geluk kan ervaren. Het is een even simpele als verdrietige constatering. “Ik heb mijn jeugd doorgebracht op een plek waar het abnormale genormaliseerd was. Jong als ik was, had ik geen referentiekader van hoe het anders kon. Ik wist niet wat een veilige omgeving was.

“In mijn geval heeft het misbruik door mijn trainers geleid tot een existentieel trauma. Ik kamp onder andere met een dissociatieve stoornis, depressiviteit, extreme uitputting en een complexe posttraumatische stressstoornis. Zoals een oorlogsveteraan kan schrikken van vuurwerk, zo reageer ik op geluid dat lijkt op een vallende mat of een beklemmende stilte in een ruimte. Dan ben ik terug in de gymzaal waar praten verboden was. Dat zijn triggers voor mij. Net als een onvoorspelbaar persoon. In het dagelijks leven ben ik altijd op mijn hoede. Ik scan continu of de situatie wel veilig is. Dat kost ontzettend veel energie.”

Geen pijn, geen blijdschap

Ook heeft Tijmes last van dissociaties, wat in de psychologie de term is voor een geestesgesteldheid waarin bepaalde emoties en waarnemingen buiten het bewustzijn worden geplaatst. “Dat was in de turnzaal mijn beschermingsmechanisme. Ik werd wazig, waardoor er geen prikkels binnenkwamen. Dan voel je geen pijn of verdriet. Maar dat zit zo in mijn systeem, dat ik dat nog steeds heel erg doe. Ik voel zware momenten minder hard, maar blok ook de blije momenten. Ik kan ze niet echt voelen.”

Terug naar half maart, terug naar de zittingszaal van het ISR. Tijmes zat net als de andere melders als toehoorder bij de hoorzitting. Tot haar verbijstering zag ze haar allereerste gespreksverslag op de tafel liggen voor Wiersma en zijn advocaat. Het verslag dus waar zij bezwaar tegen had gemaakt, wat inhoudelijk niet klopte.

De oud-turnster nu. Beeld Judith Jockel
De oud-turnster nu.Beeld Judith Jockel

“Ik schrok me dood, maar mocht niks zeggen. Ondertussen gebruikte de advocaat het om mijn geloofwaardigheid in twijfel te trekken: in het eerste verslag zei ze dit, maar in het tweede dat. Ook bij andere slachtoffers zijn oude gespreksverslagen gebruikt. Dat is echt kwalijk.

“De tegenpartij had dus gelezen wat ik over andere trainers had gezegd en dat gebruikte ze nota bene voor de eigen verdediging: wat anderen hadden gedaan, was velen malen erger. Dus de trainer werd door zijn raadsman neergezet als slachtoffer van de situatie.”

Een grote poppenkast

Hoe frustrerend. Hoe oneerlijk. Tijmes kookte van binnen. “ISR, waar zijn jullie mee bezig? En wij krijgen steeds te horen: bedankt voor de feedback, we zullen het in de toekomst beter doen. Dat horen wij ons hele leven al, dat het bij ons is misgegaan. Die hoorzitting was een grote poppenkast. Het instituut moet gewoon toegeven dat het het niet aankan. Als het niet aan keiharde zelfreflectie gaat doen, moet het misschien wel opgeheven worden. Het ministerie van VWS, financier van het ISR, heeft aangegeven dat het meer geld zal investeren, maar voor ons komt dat dus te laat.”

Wiersma werd ruim een week geleden vrijgesproken. Het was de eerste uitspraak van het ISR in de turnaffaire. Tijmes houdt haar hart vast voor de zaken die nog voor moeten komen. Ongeveer 25 andere trainers worden onderzocht. “Het kan toch niet zo zijn dat er zoveel meldingen zijn gedaan, dat een wetenschappelijk onderzoeker zegt dat we gelijk hebben en dat het tuchtrecht de trainers vrijspreekt?”

Lastig alternatief

In de zoektocht naar juridische gerechtigheid is het strafrecht een lastig alternatief. Voor psychisch geweld is geen aparte strafbepaling, het valt onder het meer generieke artikel over mishandeling. Tel dat op bij de moeilijke bewijslast, verjaringstermijnen en het feit dat er geen scherpe afbakening is van wat wel en wat niet is toegestaan en Olfers, hoogleraar sport en recht aan de VU, concludeert: “We moeten constateren dat psychisch geweld in Nederland heel weinig tot een strafbaarstelling heeft geleid.”

Het algemeen tuchtreglement is pas vorig jaar uitgebreid met artikelen op het gebied van grensoverschrijdend gedrag. Jarenlang was het streven naar een veilig sportklimaat vooral incident-gedreven en gefocust op seksueel geweld en agressie rond sportvelden.

Dat merkte Tijmes ook bij de afhandeling van haar zaak. “Het tuchtsysteem lijkt niet ingericht voor onze zaken. Daar lopen wij nu tegenaan. Ze probeerden mijn verhaal, over een dagelijkse vorm van terreur, terug te brengen naar een enkel incident. Blijkbaar is het Nederlands rechtssysteem niet voor iedereen rechtvaardig.”

Tijmes staart voor zich uit, een wrange glimlach op het gelaat. Wie haar ziet, vergeet bijna met welke last zij worstelt. Ze is een mooie vrouw, goed verzorgd. “Het is voor mij al zwaar om een dag door te komen. Mensen denken vaak dat getraumatiseerde en depressieve mensen de hele dag op de bank liggen, zonder make-up. Wij zijn zo getraind om onder druk en vermoeidheid toch te presteren dat we dat nu ook nog goed kunnen. Dat geeft alleen wel een vertekend beeld. De buitenwacht ziet een sterk persoon. Maar van binnen ben ik kapot. Ik ben beschadigd. Dan wil je toch gerechtigheid?”

ISR: De procedures zijn gevolgd

Henk van Aller van het ISR wijst er in een reactie op dat een melder geen spreekrecht heeft tijdens een zitting, omdat hij of zij geen procespartij is. “De aanklager treedt namens de melder op. Spreekrecht is wel een overweging, maar het huidige tuchtreglement voorziet daar niet in.”
Op de kritiek van Stephanie Tijmes dat haar afgekeurde gespreksverslag toch in de zitting werd gebruikt, kan hij inhoudelijk niet ingaan. “Het is een beslissing van de onafhankelijke tuchtkamer of een tweede, aangescherpt verslag het eerste stuk vervangt of als toevoeging dient.”

Hij realiseert zich dat het pijnlijk is als slachtoffer en verdachte elkaar buiten de zittingszaal kunnen treffen. “Wij maken gebruik van vergaderzalen bij congrescentra en zijn dus afhankelijk van hoe daar de logistiek is. Ik heb wel met Stephanie gesproken. We kijken nu naar haar tips, want natuurlijk willen we de gevoeligheden zoveel mogelijk beperken.”

Lees ook:

Achter de gesloten deuren van de turnzaal wordt het kind vergeten

Een meerderheid van de turnsters kreeg tijdens de sportcarrière te maken met grensoverschrijdend gedrag. Hoog tijd om een nieuwe visie te ontwikkelen op topsport voor jonge kinderen, vinden de onderzoekers van de misstanden in de gymsport.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden