Afscheid Federer

Het is goed dat de mooiste tennisser aller tijden, Roger Federer, niet ook de meest succesvolle is

Roger Federer neemt afscheid als professioneel tennisser. Trouw-correspondent en ex-sportverslaggever Niels Posthumus is fan van het eerste uur. Voor hem staat Federer voor meer dan tennis. De Australian Open in 2017 was in dat opzicht cruciaal.

Niels Posthumus

De dag dat Roger Federer aan zijn tweede leven als proftennisser begon, balanceerde mijn vader juist op de rand van de dood. Toen ik op 16 januari 2017 wakker werd in de stad Johannesburg, waar ik destijds woonde, zag ik een stuk of tien gemiste oproepen van mijn moeder. Het was de eerste dag van de Australian Open. Federer zou na een operatie aan zijn knie, die hem een half jaar buiten spel had gezet, terugkeren. Als fan van het eerste uur kon ik niet wachten.

Roger Federer heeft zijn afscheidswedstrijd vrijdagavond niet winnend kunnen afsluiten. Samen met zijn jarenlange rivaal én vriend Rafael Nadal verloor de 41-jarige Zwitser op het toernooi om de Laver Cup in Londen het dubbelspel tegen de Amerikanen Jack Sock en Frances Tiafoe (6-4 6-7 (2) 9-11) - uit respect voor Federer gaven zijn tegenstanders tot op het laatst niets weg. Lees hier meer over het emotionele afscheid in Londen.

Niet dat mijn moeder mij daarover wilde spreken. “Dries is vannacht opgenomen met een gescheurde aorta”, zei ze toen ik terugbelde. Dries, zo heet mijn vader. “Ze zijn hem nu aan het opereren, dat kan de hele dag duren. Bereid je erop voor dat de kans groot is dat hij het niet haalt.”

Later op de ochtend zag ik Federer winnen van Oostenrijker Jurgen Melzer. Ik heb weinig van de partij onthouden. In Groningen waren de artsen begonnen. Twaalf uur lang zouden ze bezig zijn. Wel weet ik nog dat het me opviel dat Federer zijn sierlijke enkelhandige backhand minder vaak met slice speelde, maar veelal met topspin doorsloeg. Het gevolg van een breder racketblad.

Ik kom uit een tennisfamilie. Dat wil zeggen: van vaderskant. Zowel mijn opa als mijn oma tenniste op hoog niveau. Ze hadden elkaar even voor de oorlog ontmoet op de tennisbaan achter de kroeg die mijn overgrootvader uitbaatte in Zuidhorn, het Groningse dorp waar ik ben geboren. Mijn oma was met name zo goed door haar backhand. Ze liep zelfs bij voorkeur om haar forehand heen. De laatste jaren van haar leven stond er altijd tennis aan op haar televisie. Ze keek de hele dag naar Eurosport. Ze stierf in 2002, één jaar voordat Federer zijn eerste Wimbledontitel won.

Foto uit 2009

Op 17 januari 2017 vloog ik vanuit Zuid-Afrika naar Nederland. Mijn vader had de operatie overleefd, maar werd nog wel kunstmatig in coma gehouden. Ik moest denken aan de begrafenis van mijn opa. Aan hoe mijn vader een tennisbal in de kist had gelegd, omdat de vele uren die hij met mijn opa op de baan had gestaan zijn mooiste jeugdherinneringen waren. Ik vroeg me plots af: wat zou ik in zijn kist leggen als hij het nu niet haalde? Misschien een foto van Federer, bedacht ik. Dat zou passend zijn: de foto die ik in Johannesburg al jarenlang aan de muur had hangen, genomen nadat hij in 2009 Roland Garros won. Want mijn liefde voor Federer heb ik altijd met mijn vader gedeeld.

Hoe vaak hadden we het niet gehad over hoe lichtvoetig Federer over de baan bewoog? Ja, dat voetenwerk was pure kunst. Vergelijkbaar met ballet. En dan de perfectie van zijn slagen: precies zoals tennis is bedoeld, ook al is nooit beschreven hoe een volmaakte forehand, backhand, volley, smash, service of dropshot eruit hoort te zien. “Hij maakt optimaal gebruik van zijn kinetische energie”, analyseerde oud-atleet Miguel Janssen ooit in het boek Federer versus Nadal van Robèrt Misset. Janssen: “Mensen kijken graag naar Federer omdat zijn spel er zo soepel en ontspannen uitziet.”

Dat gold ook voor de inmiddels overleden schrijver David Foster Wallace. In 2006 publiceerde hij zijn beroemde essay Roger Federer als een religieuze ervaring in The New York Times. Daarin beschrijft Wallace de ‘Federermomenten’ die elke tennisfan kent. “Momenten waarop je de Zwitser ziet spelen en dat je mond openvalt, je ogen uitpuilen en je geluiden uitstoot die je partner uit een andere kamer naar binnen doen rennen, om te kijken of je wel in orde bent.”

Het jaar nul

De opkomst van Federer rond de eeuwwisseling veranderde het tennis. Als onze kleinkinderen in de toekomst terugkijken op de sport, zal zijn entree dienen als het jaar nul. Er is een periode vóór en ná Federer. Wat hij op de toppen van zijn kunnen liet zien, tussen 2003 en 2008, was nooit eerder vertoond: zijn snelheid, zijn precisie, zijn slagencombinaties. Hij herdefinieerde de schoonheid van het spel. Bovendien was zelden iemand eerder zo overheersend geweest in het mannentennis, zo ongenaakbaar. En nooit was een tennisser populairder dan hij.

De sleutel voor die ongekende adoratie lag in die koppeling van schoonheid aan succes. Die was een verademing, omdat in de sport meestal de degelijkheid wint. Aanvallend talent is ongrijpbaar, vastheid kun je trainen. Wat Federer aan slagenvariatie op de baan legde, was een uiting van complexe creativiteit. Hij was een aanvaller die risico’s nam, die ballen sloeg die andere tennissers niet eens konden bedenken. Oké, vooral op gravel, de trage ondergrond van de noeste arbeider, had Rafael Nadal al snel de bovenhand. Maar dat maakte niet uit: Federer was souplesse, Nadal brute kracht.

Federer sleepte in zijn spelvernieuwing alle jongere tennissers in zijn kielzog mee. Vóór Federer had je spelers die ofwel altijd naar het net renden omdat ze moeite hadden met lange rally’s (Krajicek, Sampras, Edberg), of die te allen tijde achterin bleven omdat zij geen idee hadden hoe ze een volley moesten slaan (Lendl, Courier, Chang). Federer was zowel vanuit het achterveld als aan het net fantastisch. Een zwakke plek werd pas met zijn komst echt dodelijk in de tennissport. Dus snapten zelfs uitmuntende, jonge baseliners als Nadal en Novak Djokovic dat zij toch ook moesten leren volleren.

Hij won toch wel

Federers allroundheid had één nadeel: tussen 2004 en begin 2008 waren zijn wedstrijden nauwelijks nog spannend. Ik herinner mij bijvoorbeeld de halve finale van de Australian Open in 2007. Daarin speelde Federer tegen Andy Roddick. Ik was samen met een vriend op reis in Argentinië – hij een al even grote fan van Federer als ik. En toch keken we slechts met een schuin oog. We stonden de hele partij in ons hotel naast de televisie te pingpongen. We gingen niet meer voor Federer zitten. Want hij won toch wel. De partij eindigde in: 6-4, 6-0, 6-2. Federer stond het hele toernooi geen set af.

De omslag kwam tijdens de Wimbledonfinale van 2008. Die wedstrijd keek ik met vrienden in een restaurant in Johannesburg. We waren gaan lunchen en zagen Federer en Nadal op tv de partij tennissen die vaak de beste ooit is genoemd. De wedstrijd duurde in zichzelf al bijna vijf uur en werd ook nog eens onderbroken vanwege regen. Toen Nadal Federer in de vijfde set met 9-7 versloeg, was de duisternis ingevallen en hadden wij de dinerkaart al lang en breed gezien.

Het was een klap. Mijn dag was verpest. En toch, bedenk ik jaren later, was die verloren finale achteraf waarschijnlijk juist een zege. Want perfectie is van een overdonderende schoonheid, maar er schuilt weinig romantiek in. Door Federers nederlaag werd tennis weer spannend. Plots dreigde als vanouds het harde werken het pure talent te overklassen. Juist de angst voor de onttroning van Federer maakte elke wedstrijd weer enerverend: na de Wimbledonfinale in 2008 tenniste Federer niet alleen meer voor zichzelf, maar ook voor de collectieve wens dat schoonheid overwint.

Federer werd bovendien weer menselijk. Natuurlijk, hij zou ook na 2008 nog grote triomfen vieren – winst op Wimbledon én op Roland Garros in 2009 bijvoorbeeld –, maar kreeg op andere momenten bittere teleurstellingen te verwerken. In de jaren 2012 tot 2016, toen hij weliswaar nog veel finales haalde, wist hij geen grandslamtoernooi meer te winnen. Hij was zijn zelfvertrouwen kwijt. Federer bleef technisch veruit het meest getalenteerd, maar bleek mentaal minder dan Nadal en Djokovic. Niet voor niets verloor geen tennisser meer wedstrijden nadat hij zelf een matchpunt onbenut liet dan Federer (23 keer!). Hij leek steeds meer een gevallen tennisgod die zijn plek op de top van de Olympus wilde heroveren, maar die als een soort Sisyphos na elke heroïsche beklimming op het allerlaatste moment, in de finale, met racket en al naar beneden rolde.

Wit shirt met zwarte strepen

Dat wil zeggen: tot de Australian Open in 2017. Dat toernooi maakte alle decepties van na 2012 in één klap goed. De derde ronde keek ik in Nederland. Mijn vader was ontwaakt uit zijn kunstmatige coma en had een tv op wieltjes naast zijn bed gekregen op de intensive care. Het was lastig te beoordelen hoeveel hij ervan meekreeg, maar ik keek naast zijn bed voor twee – zo lang als de verplegers mij toestonden te blijven. Ik zie nu nog het tenue van Federer voor me: wit shirt met zwarte strepen die er op gekwakt leken door Jackson Pollock, zwarte broek en fel roze-oranje schoenen.

In de finale trof Federer Nadal. Heel even leek het opnieuw mis te gaan. In de vijfde set haperde de aanvalsmachine. Federer kwam 3-1 achter. Maar hij vermande zich en toonde zich deze ene keer in mentaal opzicht superieur ten opzichte van Nadal. Er kwam een soort onverzettelijkheid over hem. Met een hele serie aan ‘Federermomenten’ won hij vijf games op rij – en daarmee de partij. De rest van zijn carrière zou Federer nog maar één keer van Nadal verliezen, op gravel. Vijf keer won hij.

Mijn vader had die finaledag rust nodig. Dus keek ik de legendarische partij in mijn ouderlijk huis, op exact de hysterische manier waarop Wallace het kijken naar een wedstrijd van Federer ooit had beschreven. Ik lag, stond en hurkte voor de televisie. Ik hoopte, wenste en deed schietgebedjes. Tennisverslaggever Misset herinnerde zich jaren later hoe hij de dag van die cruciale Australian Open-finale had beleefd. Hij schreef: “Op 29 januari 2017 voelde ik een traan opwellen, toen ik geknield voor de televisie heel hard ‘Come on, Roger’ riep.” En ook daarin herkende ik mijzelf direct.

Mijn vader had de intensive care tijdens die finale al verlaten. Hij moest een half jaar revalideren en loopt sindsdien met een stok. Samen tennissen lukte nooit meer, maar Federer kijken nog wel. We zagen hem in 2017 ook Wimbledon winnen. En opnieuw de Australian Open in 2018. Want mijn vader bleef leven. Ja, zelfs nu Federer vijf jaar na zijn Australische wederopstanding dus alsnog stopt.

Bij die drie extra titels bleef het. Federer kwam uit op twintig grandslams. Nadal én Djokovic streefden hem in 2022 qua successen voorbij. Aanvankelijk vond ik dat moeilijk te verkroppen. Maar inmiddels besef ik dat het misschien juist wel goed is dat de mooiste tennisser aller tijden niet ook de meest succesvolle is. Zo blijft er nog iets over om te wensen. Het leven hoort niet perfect te zijn.

Nobelprijswinnaar J.M. Coetzee schreef ooit over kijken naar het tennis van Federer: “Je begint met gevoelens van afgunst. Die veranderen gaandeweg in bewondering. En je eindigt met afgunst noch bewondering, maar vooral opgetogen over de openbaring van wat een mens kan – een mens zoals jezelf. Het is zowel menselijk als bovenmenselijk: het is het menselijke ideaal zichtbaar gemaakt.”

Het einde van Federers carrière moest een keer komen. En ook dat is goed. Ik heb er vrede mee. Hij heeft meerdere generaties tennissers geïnspireerd. In hen leeft hij voort: in hun spel, in hun slagen. Ars longa, vita brevis. Vrij vertaald uit het Latijn: het leven is kort, maar kunst blijft langer bestaan.

Lees ook:

Federer zag eruit alsof hij nog ergens moest afdansen

In mijn jeugdherinneringen zit mijn opa altijd licht voorovergebogen op de bank, afstandsbediening en een glas chardonnay op een bijzettafeltje. Hij draagt een bruine corduroybroek, een lichtblauw overhemd en een donkerblauw zijden sjaaltje om zijn nek. Vlak voor een tenniswedstrijd maakt hij de open haard aan met gedroogde houtsnippers, na de eerste set is de kamer gehuld in een dieporanje gloed, als een nazomerse zonsondergang.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden