ColumnMarijn de Vries

Het heilig vuur van Marianne Vos dooft nooit

null Beeld
Marijn de Vries

Toen ik net koerste, kon ik er niks van en zat ik nooit op de goede plek in het peloton om het te horen. Toen ik langer koerste, keek ik verbaasd om me heen. Oren gespitst. Toen ik nog langer koerste, hoefde ik niet meer om te kijken, maar wist ik dat Marianne Vos in de buurt was. Want dan hoorde ik geneurie. Marianne Vos neuriet altijd. Of ze zingt.

Ik was het niet vergeten, maar moest eraan herinnerd worden om het weer te weten. Sinds een paar weken ligt het boek Ik ben renner van journalist Nando Boers op onze eettafel. Tien jaar werkte hij aan lange interviews met vijfendertig wielrenners over hun vak. Ik pakte het boek er gisteren eens bij om over Marianne Vos te lezen. Ze spraken elkaar in 2011. Marianne was toen 24 en al acht keer wereldkampioen op de weg, op de baan en op de crossfiets.

Ineens zag ik de momenten die ergens naar een achterkamertje in mijn hoofd verdwenen leken weer in fel detail voor me. Een natte weg. Koud voorjaar. Gekletter van kettingen, de geur van te hard remmen. Stress hing als een mistbank in het peloton. En dan plots dat deuntje. Sereen bijna, tussen het roepen, wringen en grommen naar elkaar.

In het interview met Nando zegt Marianne dat haar gezang misschien wel storend is. Dat andere rensters het vervelend kunnen vinden. Ik vond dat niet. Integendeel. Het stelde mij gerust. Omdat de dikke stress leek op te lossen in het zachte deuntje. En omdat ik wist dat Marianne altijd op de goede plek zit. Dus als ik haar hoorde, zat ik ook op de goede plek.

Het punt van pensioneren

De herinnering leidde me af van mijn zoektocht in het boek van Nando. Een zoektocht die mij al jaren bezighoudt. Misschien kon ik hier het antwoord vinden, dacht ik, op de vraag hoe het kan dat Marianne, in tegenstelling tot bijna alle andere atleten op aarde, nooit verzadigd is. Als je alles gewonnen hebt wat er te winnen valt, komt meestal het punt van pensioneren. Omdat het heilig vuur dat van binnen brandde gedoofd is.

Voor Marianne geldt dat niet. Ik zag een filmpje in splitscreen van haar eerste en laatste wereldtitel in het veld, 2006 naast 2022, en het leek alsof ik naar hetzelfde keek. Dezelfde tactiek, dezelfde manier van sprinten: kin boven het stuur, neus opengesperd richting de meet. Hetzelfde juichen met de armen en de mond zo wijd als kan. Wat is dat toch, dat de vijftiende wereldtitel precies zo bijzonder lijkt als de eerste?

Heb jij je allereerste prijs nog, vraagt Nando Marianne in zijn boek. Ja, zegt Marianne. Het is een klein bekertje, van de wielerronde van Geffen. Mijn eerste dikkebandenrace. Ik was net zeven. Ik reed weg. Ik zat met twee jongens – Rik en Patrick – in een kopgroepje.

Misschien is dit een tipje van de sluier. Natuurlijk herinnert ze zich haar allereerste overwinning. Maar wat opvalt is dat ze zeventien jaar na dato de namen van de twee jongens die ze verschalkte ook nog weet. Ze is niet verslaafd aan winnen, zegt Marianne zelf. Ze haat verliezen gewoon enorm.

Is verliezen intens haten een andere motivatie dan per se willen winnen? Van wie je verliest in de strijd om plek één en twee staat elke wielrenner in het geheugen gegrift. Hoe zit dat bij Marianne? Herinnert zij zich alle namen van de door haar verslagenen juist nog? Het fascineert me. Misschien ben ik een stapje dichterbij nu, maar mijn zoektocht is nog lang niet af.

Journalist en voormalig profwielrenner Marijn de Vries schrijft iedere dinsdag een column over sport. Lees hier eerdere columns terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden