Sport & MilieuEvenementen

Het grootste milieuprobleem van sportevenementen zijn de fans

null Beeld ANP
Beeld ANP

In een wereld waar het draait om minimale marges tussen winst en verlies, delft het milieu vaak het onderspit. In een serie artikelen over het spanningsveld tussen sport en duurzaamheid, vandaag deel 9: grote sportevenementen.

Pepijn Keppel

Op 14 april verscheen er een lezersreactie van Frank Noordenbos in deze krant naar aanleiding van een eerdere aflevering in deze serie over Formule 1. De heer Noordenbos schreef onder meer: “Auteur Pepijn Keppel houdt geen rekening met de CO₂-uitstoot vanwege alle verplaatsingen. […] Ik kan het niet narekenen, maar de uitstoot vanwege al die verplaatsingen moet gigantisch zijn. En het normaliseert het vliegverkeer, terwijl het hoog tijd wordt dat we dat abnormaal gaan vinden.” Terecht. Daarom dit artikel: een klein overzicht van de milieu-impact door supporters, logistiek en grote sportevenementen in het algemeen.

Om te beginnen met de supporters: het is ondoenlijk om een schatting te maken van de wereldwijde CO2-uitstoot die wordt veroorzaakt door toeschouwers. Wel zijn de afgelopen jaren enkele sportspecifieke studies verschenen, die een aardig beeld schetsen. De gezaghebbendste publicatie verscheen in 2017 in het wetenschappelijke tijdschrift Scien­tific Reports. Drie Britse wetenschappers deden onderzoek naar de broeikasgassen die Engelse voetbalfans uitstoten op weg naar wedstrijden. Veruit de meeste toeschouwers ­kwamen naar het stadion per auto. Samen zouden zij 56.237 ton CO2 uitstoten – zoveel als de uitstoot van 9500 passagiers die retour vliegen tussen Amsterdam en Sydney.

2,7 miljoen ton CO₂-uitstoot bij WK Brazilië

Formule 1-wagens stoten, volgens de internationale autosportbond FIA, in een heel seizoen ongeveer 1800 ton CO2 uit, vergelijkbaar met de uitstoot van 114 Nederlandse burgers per jaar. De totale uitstoot van het Formule 1-circus ligt echter vele male hoger, wel 256.551 ton – de jaarlijkse uitstoot van ruim 16 duizend Nederlanders. De uitstoot van de verbrandingsmotoren is slechts goed voor 0,7 procent van de uitstoot, de rest komt allemaal op het conto van de logistiek en de ­organisatie van de grand prixs.

Die uitstoot lijkt wellicht enorm, maar valt in het niet bij de broeikasgassen die vrijkomen bij een groot sportevenement als het wereld­kampioenschap voetbal. Bij het WK in Brazilië van 2014 kwam bijvoorbeeld grofweg 2,7 miljoen ton CO2 vrij – ongeveer net zoveel als de totale uitstoot van Malta in dat jaar. Opnieuw was het vervoer van mensen en goederen verantwoordelijk voor het grootste deel van die uitstoot, meer dan 80 procent.

Al die uitstoot betekent natuurlijk niet dat sportevenementen in de ban moeten. Wel kunnen ze slimmer worden georganiseerd. In 2017 publiceerden Braziliaanse en Britse wetenschappers een onderzoek naar de beste locaties om grote sportevenementen zo duurzaam mogelijk te maken. Door een groene bril zijn ­Europa, Noord-Afrika en Noord- Amerika de beste locaties en ­Oceanië en Zuid- Amerika de slechtste, gezien de afstand tot die landen.

Duurzame Spelen

Het Internationaal Olympisch ­Comité (IOC) was zich al in 1986 ­bewust van de milieu-impact van de Spelen. Duurzaamheid werd toen ­officieel een kernonderdeel van het olympisme, de filosofie van de Olympische Spelen. In 1994 tekende het IOC een samenwerkingsakkoord met de Verenigde Naties (VN), sindsdien lopen de VN en het IOC in ­dezelfde pas. Duurzaamheid was voortaan bij elke Spelen een hoofddoel, ook bij de laatste Zomerspelen in Japan. Het moesten de ‘duurzaamste Spelen ooit’ worden, maar daar kwam veel kritiek op. Er zou te veel niet duurzaam worden ­geregeld, bijvoorbeeld doordat de omvang van het evenement groeit en het telkens op een andere locatie wordt georganiseerd. Willen we écht duurzame Spelen, dan zullen die elke vier jaar op dezelfde plek ­moeten plaatsvinden.

Wereldvoetbalbond Fifa doorliep een soortgelijke ontwikkeling, al kwam die wat later op gang. Bij het WK in Duitsland van 2006 werden voor het eerst duurzaamheidsdoelen gesteld, waaronder maatregelen ­tegen watervervuiling en een flink lagere uitstoot. Het WK erna, in Zuid-Afrika, werd aangegrepen om het openbaar vervoer beter in te richten en op die manier de voet­afdruk zowel tijdens als na het toernooi te verkleinen. Ondanks die ­ambities is de uitstoot van het WK onverminderd groot. Sterker: sinds 2006 schommelt de uitstoot steevast rond de 2,7 miljoen ton CO2 – opnieuw door verplaatsingen van supporters en sporters.

Duurzaamheid is eerder een modewoord

Diverse wetenschappelijke publicaties wijzen op het instellen van strengere milieueisen voor landen die zich kandidaat stellen voor een groot toernooi, bijvoorbeeld door uitstootlimieten vast te leggen en die vervolgens ook te handhaven. Zolang milieubeleid niet wordt gekwan­tificeerd en gespecificeerd, begeven sportevenementen zich in grijs gebied. Duurzaamheid is dan eerder een modewoord dan een daadwerkelijke doelstelling, met steeds miljoenen tonnen broeikasgas tot gevolg.

Er is dus inmiddels wel degelijk bewustzijn onder de sportbonden en -organisaties. De Verenigde Naties stelden in 2020 een rapport op om de impact van sportevenementen op het milieu te verminderen. Een leidraad om geen negatieve, maar zelfs een positieve impact te hebben op het milieu. Volgens het rapport kunnen grote toernooien ook bijdragen aan het behouden en verhogen van de biodiversiteit. Het is een ambitieus document, met richtlijnen voor zowel organisatoren als sporters, al zijn er wel wat kanttekeningen te plaatsen. Er moet bijvoorbeeld worden samengewerkt door een scala aan bedrijven, ngo’s en landen. Tot nu toe blijken dergelijke samen­werkingen in de praktijk lastig ­uitvoerbaar. En de grote vraag blijft uiteindelijk: wie ziet waarop toe?

De sport zou in theorie kunnen zorgen voor een duurzaamheids­versnelling door te experimenteren met nieuwe technologieën en zo een mondiale groene wedloop te ontketenen – daar zijn de meeste wetenschappers en organisaties het over eens. De CO2-uitstoot door verplaatsingen, waar de heer Noordenbos over schreef, zullen in dat geval fors dalen. Het zou zomaar de uitstoot van een land als Malta kunnen schelen.

Lees de eerdere afleveringen in deze reeks:

Deel 1: De carbonrevolutie: de sport wint, de planeet verliest

Deel 2: Jouw eiwitshake is gemaakt van kaasafval. Win-win dus?

Deel 3: Thialfs energieslurpende zomerijs: ‘Idioot als het buiten dertig graden is’

Deel 4: Hoe jouw voetbalshirt een bedreiging kan vormen voor de oceanen

Deel 5: De golfbaan moet in topconditie zijn, óók als dat gif tegen de bloemetjes betekent

Deel 6: Formule 1: van duurzaamheidspioniers naar starre fossielaanbidders

Deel 7: Hoe de Mount Everest ’s werelds hoogste vuilnisbelt werd

Deel 8: Surfers voelen een connectie met de natuur, maar zijn allesbehalve duurzaam bezig

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden