Viola Altmann is classifier bij het rolstoelrugby. ‘Het doel is om de impact van een beperking zo klein mogelijk te maken’.

Classificaties

Het dilemma van de Paralympische Spelen: hoe zorg je voor gelijke kansen op een ongelijk speelveld?

Viola Altmann is classifier bij het rolstoelrugby. ‘Het doel is om de impact van een beperking zo klein mogelijk te maken’.Beeld Inge Hondebrink

Hoe creeër je gelijke kansen op een ongelijk speelveld? Met die vraag worstelt de organisatie van de Paralympische Spelen, die vandaag beginnen, al jaren. Wie niet geclassificeerd kan worden, blijft thuis.

Classificaties. Het is het woord dat tijdens de Paralympische Spelen hoogstwaarschijnlijk het meest wordt gebruikt. Het staat voor het systeem dat de hoeksteen van de Spelen is: een methode om de invloed van een beperking zo min mogelijk de uitslag van de competitie te laten beïnvloeden. Maar wat houdt het precies in, en waarom is er altijd zo veel ophef over dit systeem?

Liever luisteren? Onze collega’s van Blendle spraken dit artikel voor u in.

Elke beperking is anders, en dat maakt de paralympische sport complex. Zo complex, dat er een manier bedacht is om in verschillende klassen sporters met verschillende ­beperkingen tegen elkaar te kunnen laten sporten. Anders heeft ieder individu goud, en dat is niet de bedoeling.

Het systeem leidt tot paralympische sportonderdelen die een naam krijgen die correspondeert met de handicaps. In de meeste sporten is de stelregel dat hoe lager het getal is, hoe zwaarder de handicap. Zo zwemmen in S1 atleten met een beperkte rompfunctie, terwijl in S10 zwemmers een ‘minimale beperking’ hebben, zoals het missen van een hand.

Viola Altmann Beeld Inge Hondebrink
Viola AltmannBeeld Inge Hondebrink

De classificatie bestaat uit drie meetmomenten

Om mee te doen in een klasse, moet een atleet een classificatieproces door. Dat bestaat uit drie meetmomenten. Eerst wordt gekeken of er sprake is van een medische aandoening die leidt tot blijvende beperkingen, aan de hand van een medisch dossier dat een sporter zelf inlevert. Dan vindt de keuring plaats, waarna een atleet in een klasse komt. Tot slot wordt de uitslag van zo’n keuring herbevestigd na het observeren van die persoon tijdens een wedstrijd. Op zo’n moment is nu eenmaal niet vals te spelen door een atleet, is de gedachte.

Viola Altmann is classifier bij het rolstoelrugby, een van de spectaculairste onderdelen op de Paralympische Spelen. Ze is oorspronkelijk opgeleid tot revalidatiearts en kwam per toeval in aanraking met de sport. Inmiddels doet ze als valide speler zelf ook aan rolstoelrugby. Classificeren, zegt ze, doen mensen eigenlijk altijd. “Het is de reden dat mannen en vrouwen apart sporten en een jongen van zes niet tegen een jongen van acht hardloopt. Het doel van classificeren is om een zo eerlijk mogelijke uitslag te krijgen en de impact van een beperking – of het nu testosteron is, of groei, of een beenamputatie – zo klein mogelijk te maken.”

Oorspronkelijk was classificatie op medische grondslag geënt. Die aandoening heb je, dan hoor je in die klasse. Pas in de jaren negentig kwam daar de impact van een beperking op de sportprestatie bij. Elke paralympische sport ontwikkelde daarna een ­eigen manier van classificeren. Die wildgroei werd gestopt in 2007, toen een uniform handboek werd uitgegeven door het Internationaal Paralympisch Comité. Elke sport moest voldoen aan de code, al was de invulling per sport verschillend.

Afhankelijk van vrijwilligers

Omdat de paralympische sport relatief jong is, veranderen de regels regelmatig. In 2013 werd de huidige code voorgesteld, die twee jaar later werd aangenomen, en in 2017 werd ingevoerd. Het leidde tot nieuwe reglementen, wat ervoor zorgde dat sommige sporters ineens veel minder goed presteerden. Marlou van Rhijn bijvoorbeeld, de grote ster van de Spelen in Rio, had grote moeite op haar nieuwe blades, die volgens de reglementen 5 centimeter korter moesten zijn dan die waarop ze in Rio twee keer goud won. Vlak voor Tokio stopte ze met haar carrière. Het lukte haar niet om weer even snel te zijn als voorheen.

Hardloper Fleur de Jong stelt de startblokken in. Beeld Inge Hondebrink
Hardloper Fleur de Jong stelt de startblokken in.Beeld Inge Hondebrink

En het systeem kent meer nukken. Classifiers zijn vrijwilligers, die naast hun werk bijna allemaal nog een andere baan moeten hebben. Dat zorgt ervoor dat niet iedereen evenveel tijd kan stoppen in het bijhouden van de nieuwste ontwikkelingen, en vooral niet in onderzoek. Niet alle keuringen kunnen worden onderbouwd met wetenschappelijke data. Altmann: “Het onderzoek loopt achter bij de professionaliteit van de sport. En de classificatie loopt dus ook achter bij de sport. De meeste paralympiërs zijn prof of semi-prof. Ze verdienen een systeem dat net zo professioneel is. Maar de classifiers doen hun werk er allemaal naast. Wij houden het onderzoek niet altijd goed bij.”

Altmann zelf krijgt wel een dag per week betaald voor onderzoek naar het rolstoelrugby, omdat haar werkgever Klimmendaal geïnteresseerd is in haar studie. Haar werk heeft al geleid tot diverse aanpassingen in het classificatiesysteem voor rugby. Het geeft aan hoe belangrijk de wetenschap is.

Maar, zo zegt Altmann, in veel sporten staat de wetenschap achter de classificaties nog in de kinderschoenen. “Basketbal heeft nauwelijks wetenschappelijke onderbouwing. Zwemmen is ermee bezig, maar is nog lang niet zo ver als rugby. In Spanje wordt onderzoek gedaan voor boccia (de paralympische sport die lijkt op petanque), voetbal en in Australië naar atletiek. Er zijn sporten waar de keuring wordt gedaan gebaseerd op de mening van experts.”

Een wanhoopskreet

Juist het gegeven dat de keuring subjectief is, zorgt voor wrevel, ook bij atleten. Zwemmer Simon Boer, vorig jaar gestopt met topsport, kaartte de ‘paralympische doping’ vorig jaar aan in Trouw. Hij zwom regelmatig tegen atleten die op het eerste gezicht niets mankeerden. En Boer wist waarom: “Als bij de keuring wordt gevraagd je spier aan te spannen voor honderd procent, en je doet dat bewust maar half, dan word je geclassificeerd als iemand met een zwaardere handicap. Als je vervolgens tijdens een wedstrijd tien seconden langzamer zwemt dan je persoonlijk record om zo in de door jou gewenste klasse te worden ingedeeld, dan weet je als concurrent wat er aan de hand is.”

Dit soort verhalen doen de paralympische sport geen goed. Na zijn verhaal kreeg Boer steun van andere atleten, al hoorde hij niets van de mensen die de classificaties uitvoeren en mogelijk kunnen veranderen. Als analist is hij deze Spelen door de NOS gevraagd stelling te nemen, om zo het probleem nogmaals aan te kaarten. “Kijk, er hangen wel carrières van af. Het moet gewoon goed geregeld zijn.”

Een prothese ligt op het veld tijdens de training van het Nederlandse atletiekteam. Beeld Inge Hondebrink
Een prothese ligt op het veld tijdens de training van het Nederlandse atletiekteam.Beeld Inge Hondebrink

En dan is er nog een andere groep atleten die twijfelt over de code die nu geldt. Er zijn paralympische atleten die niet kunnen worden gediagnosticeerd. De Britse rolstoelbasketballer George Bates haalde vorig jaar het nieuws met een wanhoopskreet. Hij heeft last van een pijnsyndroom in zijn linkerbeen dat volgens de code van het Internationaal Paralympisch Comité (IPC) niet te classificeren is, omdat een dergelijke pijn van dag tot dag kan verschillen. Omdat Bates zijn been niet kan gebruiken en hij toch naar de Spelen wilde, overwoog hij vorig jaar serieus een amputatie, omdat zo’n beperking wél werd toegelaten (iets wat hij uiteindelijk overigens niet deed).

Het systeem voelt voor velen onrechtmatig aan

De regels leiden tot wanhoop bij atleten, het systeem voelt voor velen onrechtmatig aan. Dat zegt ook Dagmar van Hinte, die met hetzelfde syndroom als Bates basketbalt, maar dan in het Nederlands team. Een brace houdt haar rechterknie ‘op slot’, omdat zij anders door haar been zakt. Zij kreeg eveneens te horen dat zij niet naar Tokio mocht, ook al traint en speelt ze al jaren bij het team. “Door de regels zeggen ze nu eigenlijk dat ik niet een sporter met een ­beperking ben, terwijl ik ook duidelijk niet onder de valide basketballers val.”

Van Hinte zit nu thuis, terwijl haar team in Tokio voor een medaille basketbalt. Het doet haar pijn. “Het IPC staat voor inclusiviteit, maar sluit veel beperkingen uit. Terwijl het basisprincipe is dat je iedereen een plek wil geven om te sporten, lijkt me.”

Altmann erkent dat er een groep sporters is die overal buiten valt. “Zij kunnen eigenlijk geen topsport doen, want ze zijn nooit eerlijk in te delen. En ja, dat is heel naar.” Toch, zo zegt ze, is negentig procent van de sporters goed te classificeren. “Over hen hebben wij het nooit. Het nieuws dat naar voren komt, gaat over de atleten die net op de grens zitten. Het is net alsof je bij het indelen van mannen en vrouwen alleen praat over Caster Semenya (de atlete die vanwege een te hoge testosteronwaarde niet mocht meedoen aan de Spelen).”

Boer hoopt dat het systeem snel verandert, want kansen op een medaille liggen volgens hem nog veel te vaak in handen van een classifier. Er moet volgens hem meer tijd en geld komen om het classificatiesysteem de wetenschappelijke onderbouwing te geven. Boer: “Stop nu eens twee procent van het geld in een potje om de sport eerlijk te krijgen. Als land mag je je verantwoordelijkheid nemen, vind ik.”

Altmann: “Een goede keuring is voor ­iedereen goed. Ook voor toeschouwers, die naar eerlijke sport willen kijken. Als dat lukt, verdwijnt ook mijn taak naar de achtergrond. Precies wat de bedoeling is.”

Lees ook:

Vals spel in het parazwemmen: ‘Ik moest het afleggen tegen iemand die niets mankeert’

Voor de zwemmers Thijs van den End en Simon Boer betekende het coronajaar het einde van hun carrière. Eindelijk kunnen ze nu vrijuit praten over de misstanden in de gehandicaptensport.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden