Beeld Trouw

Column Henk Hoijtink

Herinneringen aan twintig jaar voetbal

Dit is de laatste column die ik als sportjournalist schrijf. Het is een moment om dierbare herinneringen aan twintig jaar voetbaljournalistiek voor Trouw te koesteren, en enkele er nog eens uit te lichten.

Het seizoen 2002-2003. Ronald Koeman leidde een jong Ajax, vol rauwe talenten, naar de kwartfinale van de Champions League, bijna de halve finale. Hoe lang heeft het daarna niet geduurd, voordat ‘on-Nederlandse’ facetten van zijn aanpak, de intensiteit, het instellen óók op de tegenstander, neerdaalden in het Nederlandse voetbal?

Ik ga niet bijdehand zeggen dat Koemans vliegende start bij Oranje mij niet heeft verrast. Maar wat ik graag deed, en ook hier kon doen: lijnen trekken. Je voelde de parallellen: zoals Koeman toen het prille Ajax zijn schalkse winnaarsgedachte bijbracht (er is altijd een kans), zo deed hij dat nu bij Oranje.

Ergens in 2005 interviewde ik Kenneth Perez, speler toen van AZ. Hij vond het een eer dat een krant als Trouw hem wilde interviewen. Hij vertelde dat hij als speler van MVV, als Deen nieuw in Nederland, zelf naar het postkantoor in Maastricht was gegaan om zijn zaakjes te regelen. Hij was niet zo’n voetballer die dat een zaakwaarnemer liet doen.

Tot op de dag van vandaag begrijpen we elkaar: zelf doen, zelf kijken, je eigen mening vormen.

Van Gaal

De interviews met Louis van Gaal, in Huis ter Duin in Noordwijk, waren hoogtepunten. In 2013 vroeg ik hem of hij literatuur las. Op school las hij alleen de uittreksels, zei hij. Hij vond het nutteloos.

“Laat mij het maar verbeelden en niet de schrijver”, zei Van Gaal. “Ik ben niet geïnteresseerd in de verbeelding van een medemens, behalve als hij een relatie met me heeft.” Die heeft een literaire auteur met hem niet, bedoelde hij – en hij niet met hem, natuurlijk. “Ik leef van de functionaliteit”, zei Louis van Gaal.

Robin van Persie vroeg ik tijdens het WK 2014 of hij wel eens aan Ruud Gullit dacht. De vraag was in een historische context positief bedoeld. Gullit was op het EK 1988 de aanvoerder, hij speelde in de schaduw van de uitblinkende Marco van Basten. Wat kon hem en Nederland dat nog schelen, toen hij met de beker in zijn handen stond?

Het ging goed, Nederland was alweer gek aan het worden: zo zou Van Persie, in de schaduw nu van Arjen Robben, met de beker in zijn handen kunnen staan. Hij reageerde als door een adder gebeten. “Schaduw? Hoe bedoel je schaduw?”

Wrijving

Voor wie veel voetbal volgt, worden wedstrijden inwisselbaar, waaieren ze door elkaar heen. Een schot in de kruising, een prachtpass, ach, dat doet nu de één van al die goede voetballers, dan de ander. Interessanter was het ze samen te zien, de wrijving al dan niet van karakters.

Zoals het woord schaduw een open zenuw bij Van Persie raakte. Zoals Wesley Sneijder snaaks zei: “Zeker geen bereik in de kleedkamer.” Van Persie had op het EK 2012 meteen na de wedstrijd buiten de kleedkamer met zijn vrouw staan bellen.

Het maakte veel duidelijk, al ga ik niet bijdehand zeggen dat Oranje met meer klikkende karakters kampioen was geworden.

Marco van Basten zal ik niet vergeten, de meest intrigerende van allemaal. Archaïsch denker. “Het streven is altijd naar zilverwerk”, zei hij na de uitschakeling op het EK 2008 – een pareltje.

Ik ga mijn krant als eindredacteur dienen. Van het EK 2020 zal ik nog verslag doen, en ik blijf deze column schrijven. Graag blijf ik daarin lijnen en parallellen trekken in onze voetbalgeschiedenis, waarvan ik een prachtig gedeelte van nabij heb mogen meemaken.

Chef sport Henk Hoijtink bespreekt in zijn columns de voetbalwereld. Lees ze hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden