InterviewGio Lippens

Gio Lippens: ‘Alles wat je over wielrennen zegt, moet je meteen in twijfel trekken’

Renners, ploegbazen, sportief directeuren en journalisten reflecteren op de staat van het wielrennen in Nederland. In deze aflevering: Gio Lippens, NOS-verslaggever, over hoe de media met wielerweelde moeten omgaan.

In wat voor tijd zit het Nederlandse wielrennen in 2020?

“Sinds de Olympische Spelen van 1992 zit ik in de wielerwereld en eigenlijk was ik altijd een somber verhaal gewend als het ging om Nederlanders. Een keer een etappeoverwinning in de Tour van Michael Boogerd, Erik Dekker of Léon van Bon. Succes kwam mondjesmaat. Nu zie je een omslag. Vanuit het publiek zeker, want de successen worden bijna structureel. Iedereen ziet het wielrennen staan en er is belangstelling voor wat renners doen.”

Is de wielerjournalistiek veranderd nu Nederlanders goed rijden in de grote rondes en klassiekers winnen?

“Deels wel. De gekte rond de ploegbus van Jumbo-Visma is veel groter dan die was. Omroepen en zenders die niet altijd veel met wielrennen op hebben, duiken opeens op. Dat zie je gebeuren met de interview-aanvragen voor Tom Dumoulin of Steven Kruijswijk, of met bijvoorbeeld SBS dat opeens bij een NK veldrijden rondloopt. Dat heeft gevolgen voor het contact met renners. Ik kom uit de tijd, waarin het eenvoudig bijpraten was met renners. Nu is het strak geregeld. Pats pats pats, nu jij met je camera en wegwezen.”

Is dat gevaarlijk voor de journalistiek?

“Ik moet je zeggen dat ik niet zo kritisch ben op de wielerjournalistiek op dit moment. Als ik verhalen lees, zie ik dat mensen wel echt serieus over de golfbeweging in de sport nadenken. Als je je ervan bewust bent dat de hausse aan belangstelling gaat afnemen, dan is het goed. Oké, er zijn nu passanten en die komen op succes af. Maar als het minder gaat, zie je ze niet. Dan ben je weer alleen met de renners.”

Gio Lippens , foto genomen bij de NOS-perspresentatie 2018 in de aanloop naar de Tour de France. Beeld S. Heijdendael.

Oud-wielrenner Stef Clement kreeg veel over zich heen toen hij in het NOS Sportforum zei dat er geen vragen werden gesteld over de progressie van Jumbo-Visma-kopman Primoz Roglic. Als die bij Astana had gereden, hadden we er een heel ander idee bij gehad, zei Clement.

“Ik zat in dezelfde uitzending. Clement zei dat hij de prestatiecurve van Roglic opvallend vond. Dat vond ik écht niet. Maar Clement had wel gelijk: als zo’n renner bij een ploeg ‘met een verleden’ als Astana had gereden, was hij meteen aangewezen als iemand bij wie het niet deugt. Hij sprak daar wel de aangeboren hypocrisie van ons allemaal aan.”

Hoe is dat journalistiek gezien te vermijden?

“Ik vind dat je alles wat je zegt over wielrennen meteen weer in twijfel moet trekken. Dat maakt het wel-eens lastig om heel uitgesproken te zijn. Ik hoor mezelf nu praten en hoor het nadeel van een mitsen-en-marenverhaal, want daar schiet je ook niet mee op. Maar zo is het leven wel. Het is niet rechtlijnig.”

Nu Jumbo-Visma het zo goed doet, lijkt er toch een aangeboren reflex te denken dat er wel iets stiekems wordt gedaan.

“Ja, want ze gebruiken ketonen. Maar dat is echt veel te simpel gesteld. Natuurlijk lijkt het alsof succes ze nu komt aanwaaien, maar het komt eveneens door de goede mensen die er zijn komen werken. Tony Martin, Mike Teunissen. Wout van Aert die hun in de schoot viel. Mazzel speelt ook een rol.”

Heeft de journalistiek de taak de wielersport ‘schoon’ te maken?

“Mensen vergissen zich echt. De afstand naar de renners is heel groot. Wij komen niet in kleedkamers. Eén keertje werd ik na een val op een motor behandeld in de bus van Rabobank. Dat was in de Tour van 2006, waar Floyd Landis werd gepakt en Michael Rasmussen de bolletjestrui won voor Rabo. In die bus zat ik naast een koelkast, waarvan ik nu vermoed dat er epo in zat. Maar ik heb die koelkast echt niet opengetrokken. Zo dichtbij kan je komen, maar nóg word je er buiten gehouden. Het is niet voor niets dat het de Amerikaanse justitie was die Armstrong moest pakken.”

Toch kan je je afvragen of er niet te weinig journalistiek onderzoek naar doping wordt gedaan.

“In de wielerjournalistiek komt wel meer boven water dan in veel andere takken van sportjournalistiek. Maar het blijft bij signaleren. Je moet er over berichten, want wielerjournalistiek is veel meer dan meejuichen met successen. Alleen kunnen de media het dopingprobleem niet oplossen.”

Moet elke laatste vraag in een interview zijn of een wielrenner doping heeft gebruikt?

“We hebben ons bij de NOS weleens afgevraagd of dat een standaardvraag moest worden. Maar ik vind dat onwerkbaar. Het is geen eerlijke vraag, omdat je ook geen eerlijk antwoord kunt verwachten. Er zijn renners die in alle oprechtheid nee kunnen zeggen. En anderen die wel gebruiken, zeggen eveneens nee. Dus het is een schijneerlijkheid. Ik heb niet de illusie dat iemand dan in tranen gaat bekennen dat hij altijd heeft gelogen.”

Journalisten kunnen heel enthousiast zijn over prestaties, om over tien jaar te moeten schrijven dat het niet zuiver is gegaan.

“Als Mathieu van der Poel de Amstel Gold Race wint, dan vind ik dat op dat moment bijzonder. Net zoals ik een doelpunt van Tadic bij Ajax bijzonder vind. Dat is misschien nog steeds naïef. Maar goed, dan wil ik naïef mijn graf in.

“Alleen: ik geloof niemand meer op zijn woord. Daarin ben ik wijzer geworden, ook wel door schade en schande. Ik heb gedacht dat de Nederlanders het niet zouden doen. Daarom vertrouw ik bijvoorbeeld Team Sunweb. Maar dat is meer op gevoel. Wij kunnen daar niet in de keuken kijken, maar je hebt het idee dat er mensen werken die betrouwbaar zijn.”

Lees ook: ‘

Mathieu van der Poel is een wetenschappelijk testobject’

In de serie over de staat van het wielrennen kwam ook Kristof de Kegel aan het woord, de trainer van Mathieu van der Poel. “Mathieu duwt regelmatig tegen de grenzen van de bewegingswetenschap aan.” 

‘We moeten het succes van het Nederlandse wielrennen niet normaal gaan vinden’

Wereldkampioen bij de vrouwen, veel overwinningen, voor het podium meedoen in de Tour de France: het gaat goed met het wielrennen in Nederland. In een aantal interviews reflecteren renners, ploegbazen en sportieve directeuren op de staat van het wielrennen in Nederland. Deel 1: Iwan Spekenbrink, manager van Team Sunweb. Over talentontwikkeling en sponsoring.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden