Olympische Spelen

Geen losersvlucht en meer vrijheid: de regels voor olympische sporters in Tokio zijn een stuk soepeler

Bij de sluitingsceremonie van de Spelen in Rio in 2016 werd traditiegetrouw alvast even vooruitgekeken naar de volgende editie. Beeld Reuters

De huidige sporters zijn professioneel genoeg om te bepalen wat goed voor hen is. In Tokio krijgen ze meer vrijheid in het maken van keuzes.

Twee noviteiten voor de Nederlandse olympische sporters op de Spelen van volgend jaar in Tokio. Ten eerste mogen zij zelf beslissen of zij op vrijdag 24 juli meelopen in de openingsceremonie. En ten tweede worden zij nadat ze zijn uitgesport niet naar huis gestuurd. Dat zei Pieter van den Hoogenband, debuterend chef de mission in Tokio, dinsdag in het Olympisch Stadion in Amsterdam.

De zogenaamde 48-uursregel werd bij de Spelen in 2000 in Sydney geïntroduceerd door de toenmalige chef de mission Joop Alberda. Zij die binnen twee etmalen in actie moesten komen, kregen geen toestemming om met de overige sporters het olympisch stadion binnen te lopen. Het vervoer van en naar het olympisch dorp, het lange wachten vooraf en de wandeling zelf zouden de prestaties nadelig kunnen beïnvloeden.

Na klachten van de sporters werden steeds vaker uitzonderingen gemaakt. In 2012 in Londen kreeg bijvoorbeeld Dorian van Rijsselberghe een ‘startverbod’ omdat de zeilaccommodatie op vijf uur rijden van de Britse hoofdstad was. De surfer baalde daarvan en zei dat de Spelen voor hem pas echt begonnen als hij de openingsceremonie mocht lopen. NOC-NSF loste het probleem op door hem te promoveren tot vlaggendrager.

Het ergste dat je als sporter kan overkomen

Ook Jean-Julien Rojer mocht in Londen niet meelopen omdat hij binnen 48 uur de tennisbaan op moest. Later vertelde hij chef de mission Maurits Hendriks dat dat het ergste was wat hem was overkomen als sporter. In Rio de Janeiro kneep NOC-NSF een oogje dicht voor Rojer. Dat soort discussies zijn nu verleden tijd. In overleg met hun coaches staat het alle sporters vrij om al dan niet mee te doen in de parade in Tokio.

Het afschaffen van de regel past volgens Van den Hoogenband in de veranderde tijdsgeest. De huidige sporters en coaches zijn in zijn ogen zelfstandig, verstandig en professioneel genoeg om te weten welke energie het meelopen kost en ook welke energie het oplevert. Sporters maken in hun sport vaak moeilijke afwegingen en kunnen volgens Van den Hoogenband deze ook zelf maken.

In Sydney en Athene (2004) liep Van den Hoogenband niet mee in de openingsceremonie. Dat was zijn eigen keuze. Hij richtte zich volledig op zijn prestaties in het olympisch water, en met succes. In totaal veroverde hij zeven medailles, waarvan drie gouden. Na zijn prestaties wilde hij steeds het liefst meteen naar huis, maar dat stond de ploegleiding zowel in Sydney als in Athene destijds niet toe.

Chefs de mission Pieter van den Hoogenband en Esther Vergeer in het Olympisch Stadion in Amsterdam, waar ze de pers te woord stonden over de voorbereidingen van TeamNL op weg naar de Olympische Spelen in Tokio. Beeld ANP

Winnaars hoefden niet op de losersvlucht

Het al dan niet ter plaatse blijven van sporters die klaar waren, is al lang een punt van discussie. Uitgelaten als zij waren, zouden zij de rust in het olympisch dorp verstoren van de sporters die nog aan de bak moesten. In 2016 in Rio had Maurits Hendriks, chef de mission en technisch directeur van NOC-NSF, bepaald dat zij die uitgesport waren op het vliegtuig terug naar huis werden gezet. Medaillewinnaars uitgezonderd.

Die maatregel kwam Hendriks op veel kritiek te staan van sporters die graag waren gebleven om de andere Nederlandse sporters aan te moedigen. De vlucht van Rio naar Amsterdam werd al snel de losersvlucht genoemd. De sporters die moesten inchecken, voelden zich na vier jaar hard trainen als grofvuil aan de kant gezet. Hendriks erkende later dat hij een inschattingsfout had gemaakt.

Onder Van den Hoogenband kunnen de sporters die straks in Tokio in actie zijn geweest kiezen uit drie ­opties: 1. ze mogen terug naar huis, 2. ze mogen op eigen gelegenheid in de Japanse hoofdstad blijven en 3. ze mogen gebruikmaken van een door NOC-NSF geregeld hotel buiten het olympisch dorp. Met behoud van hun ­accreditatie, zodat ze gebruik kunnen blijven maken van de olympische faciliteiten.

Op die manier kunnen zij supporters worden van de Nederlandse sporters die nog moeten presteren. De basis van alles blijven de prestaties, aldus Van den Hoogenband, die zich verre wil houden van een voorspelling over het aantal medailles dat Nederland in Tokio gaat halen. Volgens hem zijn de sporters en de coaches de eigenaars van de medailles. Uit Rio nam Nederland er negentien mee: acht gouden, zeven zilveren en vier bronzen.

Dat het ongewone gewoon mag worden

Net als Pieter van den Hoogenband blikte Esther Vergeer, chef de mission van de Nederlandse paralympische ploeg, gisteren vooruit naar de Spelen van Tokio. Ook keek ze in het Amsterdamse Olympisch Stadion terug op de ontwikkeling van de gehandicapte sport, die voor het eerst in 1960 op het olympisch progamma stond. “Toen was het een leuk tijdverdrijf voor gehandicapten, nu is het een fulltimeprogramma voor professionele sporters”, zei de oud-rolstoeltennisster. “Hoe mooi zou het zijn als we straks opgroeien in een maatschappij waar geen verschil meer is. Dat het ongewone ­gewoon wordt.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden