Sport & milieu

Formule 1: van duurzaamheidspioniers naar starre fossielaanbidders

Max Verstappen in zijn Red Bull. Beeld ANP
Max Verstappen in zijn Red Bull.Beeld ANP

In een wereld waar het draait om minimale marges tussen winst en verlies, delft het milieu vaak het onderspit. In een serie artikelen over het spanningsveld tussen sport en duurzaamheid, vandaag deel 6: Formule 1.

Pepijn Keppel

Geen sport heeft zo’n slecht imago als de Formule 1. Sommigen noemen het de meest vervuilende sport op aarde. Miljonairs in de cockpit, met grofweg 1000 pk onder hun kont, van een slurpende en snerpende bolide; het is koren op de molen van milieuactivisten. Dat bleek ook in de aanloop naar de Grand Prix van Zandvoort vorig jaar. Trouw-columnist Stevo Akkerman schreef dat ‘er geen maatschappelijk issue is of het knaagt aan dit festijn’. De autosport belichaamt veel van vroeger en weinig van nu, ook in de manier waarop we omgaan met de planeet.

We hoeven er niet omheen te draaien: de Formule 1 heeft geen bloed, maar olie aan de handen. De verbrandingsmotoren stoten, volgens de internationale autosportbond FIA, in een heel seizoen ongeveer 1800 ton CO₂ uit, vergelijkbaar met de uitstoot van ongeveer 240 Nederlandse huishoudens. Dat valt dus nog wel mee, als die cijfers kloppen.

In de beginjaren van de Formule 1 mochten de wagens nog zo vaak bijtanken als ze wilden. Tot 1984, toen raceauto’s niet langer tussendoor mochten worden hervuld. De maximale inhoud van de brandstoftanks werd teruggebracht, van 250 naar 220 liter. Een jaar later moest die alweer 10 procent kleiner zijn. Daardoor werd de sport gedwongen te innoveren: brandstof moest effectiever worden gebruikt om een race te kunnen winnen.

Ongeluk met brandstofslang

Tien jaar later bedacht de FIA zich en werd het verbod teruggedraaid. Na een ongeval in 2009 werd dat echter weer ingesteld; coureur Heikki Kovalainen van McLaren reed tijdens de GP van Brazilië weg terwijl de brandstofslang nog in de auto zat, met een zware brand tot gevolg. Sindsdien mogen de wagens met maximaal 110 kilo brandstof aan de start verschijnen.

En er waren meer ontwikkelingen die duurzaamheid bevorderen. In 2014 werden de motoren 35 procent zuiniger. In hetzelfde jaar werd techniek ingebouwd waarmee energie die bij het remmen verloren ging, deels kon worden teruggewonnen. Daardoor werd de motor efficiënter: tot wel 45 procent van de energie uit de brandstof werd daadwerkelijk overgebracht op de wielen. Voor personenauto’s ligt dat percentage rond de 30 procent.

De Formule 1-coureurs vlak na de start van de Dutch Grand Prix 2021 op het circuit van Zandvoort.  Beeld ANP
De Formule 1-coureurs vlak na de start van de Dutch Grand Prix 2021 op het circuit van Zandvoort.Beeld ANP

De Formule 1 werd door de beperkende regels en de daarop volgende efficiëntiewedloop een innovatielab voor duurzaam rijden. De techniek uit raceauto’s wordt steeds vaker toegepast in personenauto’s, waardoor ook die industrie langzaam verduurzaamt. De sport zal in 2030 CO₂-neutraal zijn, als het aan de FIA ligt, maar de verbrandingsmotor moet blijven.

Precies daar maakt de sport een misstap, zegt Auke Hoekstra. Hij doet onderzoek naar elektrisch rijden en de energietransitie aan de Technische Universiteit Eindhoven. Als de Formule 1 écht zou willen, kunnen ze volgens hem morgen al CO₂-neutraal zijn.

‘Het is een ouderwetse sport geworden’

“De Formule 1 ontwikkelt momenteel allerlei dingen die niet meer relevant zijn voor personenauto’s”, zegt Hoekstra. “De verbrandingsmotor heeft geen toekomst. We zijn bezig met elektrische aandrijvingen, daar gaat het massaal naartoe. Wat de Formule 1 doet, heeft daar niets mee te maken. De ontwikkeling staat stil, het is een ouderwetse sport geworden.” Van duurzaamheidspioniers naar starre fossielaanbidders.

Onderzoeker Hoekstra ziet potentie in een elektrische toekomst van de GP. Die competitie bestaat al, de zogeheten Formule E – een ondergeschoven kindje, terwijl juist daar enorme winst te behalen valt. Dat ziet ook student Ewout Timmermans. Hij is teammanager van InMotion, een groep studenten van de TU Eindhoven, dat werkt aan de ontwikkeling van een elektrische ‘endurance raceauto’, die over een aantal jaren moet meerijden tijdens de prestigieuze 24 uursrace van Le Mans. Hun doel is om een elektrische auto net zo snel op te laden als een auto met verbrandingsmotor wordt volgetankt. “Om zo competitief te kunnen racen en de barrière voor elektrisch rijden voor consumenten te verlagen.”

Nog geen enkele fabrikant heeft het voor elkaar gekregen om een auto zo snel op te laden. “Afgelopen zomer is het gelukt om onze auto in twaalf minuten te laden, bijna twee keer korter dan de snelst ladende personenauto. Dat doen we door de warmte uit het batterijpakket weg te nemen en zo omstandigheden te creëren waarin de accu optimaal laadt. Als een batterij te warm wordt, verliest die capaciteit en dus actieradius.”

Gekoelde batterijen

Om die opwarming te verminderen, ontwikkelden de studenten een methode waarbij batterijcellen in groepen worden gekoeld. “Er is nog een volgende stap te zetten”, zegt Timmermans. “We willen elke cel afzonderlijk koelen en de laadtijd zo nog verder terugbrengen.” Waar de Formule 1 een steek laat vallen, zetten de studenten een stap extra.

Hedendaags autoracen is een echo van oude technologie, dat moge duidelijk zijn, zegt Hoekstra. “Maar om mensen dat te misgunnen, vind ik ook zo wat. Uiteindelijk moeten we de uitstoot van de Formule 1 niet overdrijven. Het gaat niet om grootschalige vervuiling, er zijn natuurlijk maar weinig raceauto’s. Als we het racen zouden afschaffen, besparen we nauwelijks energie – dat gaat nergens over. We have bigger fish to fry.”

Lees ook:

Deel 1: De carbonrevolutie: de sport wint, de planeet verliest

Deel 2: Jouw eiwitshake is gemaakt van kaasafval. Win-win dus?

Deel 3: Thialfs energieslurpende zomerijs: ‘Idioot als het buiten dertig graden is’

Deel 4: Hoe jouw voetbalshirt een bedreiging kan vormen voor de oceanen

Deel 5: De golfbaan moet in topconditie zijn, óók als dat gif tegen de bloemetjes betekent

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden