In MemoriamWim Jansen (1946-2022)

Feyenoord-icoon Wim Jansen ademde voetbal, maar zo zachtjes dat niemand het kon horen

Wim Jansen (rechts) hier in duel met Johan Cruijff (FC Barcelona) tijdens de Europa Cup 1 in 1974.  Beeld ANP
Wim Jansen (rechts) hier in duel met Johan Cruijff (FC Barcelona) tijdens de Europa Cup 1 in 1974.Beeld ANP

Oud-topvoetballer Wim Jansen is op 75-jarige leeftijd overleden.

John Graat

Hij werd de harde schijf van Johan Cruijff genoemd. Samen met Willem van Hanegem vormde hij het beste middenveld dat Feyenoord – en het Nederlands elftal – ooit had. Wim Jansen zorgde ervoor dat zij konden excelleren. Door ballen af te pakken, gaten dicht te lopen en met ogenschijnlijk simpele passjes het spel vaart te geven. Hij beheerste wat Cruijff in een paradoxale uitspraak vatte: “Het moeilijkste wat er is, is simpel voetballen”.

Dat wil niet zeggen dat Jansen een simpele voetballer was. De wijze waarop hij in het veld complexe situaties oploste, door zijn inzicht, strijdbaarheid en techniek, maakte hem tot een onmisbare schakel in de elftallen die het Nederlandse voetbal wereldfaam bezorgden. ‘Jansen is het scharnier van een elftal. Speelt hij goed dan gaat de deur geluidloos open en dicht’, schreef voetbaljournalist Maarten de Vos in de jaren zeventig.

Strategische kracht

Hij was de strategische kracht op het middenveld van het Feyenoord dat in 1970 als eerste Nederlandse club in de historie de Europa Cup 1 (nu Champions League) en de Wereldbeker veroverde. Die ploeg speelde eind jaren zestig onder coach Ernst Happel al het totaalvoetbal waar Oranje op het WK van 1974 furore mee maakte. Zijn tweede WK-finale volgde in 1978 in Argentinië. Op zijn naam staan 65 interlands.

Jansen was de personificatie van wat later de slogan van zijn club zou worden: geen woorden maar daden. Hij stond voor waarden die in het profvoetbal vaak onder druk staan. Jansen was onbaatzuchtig, speelde volledig in dienst van anderen, was wars van poespas en egotripperij. Journalisten die bij hem thuis over de vloer kwamen, omschreven altijd de sobere inrichting. Het liefst zweeg hij in de media. Over Jansen werd gezegd: “Hij ademde voetbal, maar hij ademde zo zacht dat de buitenwereld het niet kon horen”.

Biografie

Dit citaat staat in zijn biografie Meesterbrein die in oktober op zijn 75ste verjaardag verscheen. Daarin staat zijn levensverhaal. Geboren werd hij in de Rotterdamse wijk Oude Noorden in de Bloklandstraat, waar ook die andere clublegende Coen Moulijn woonde. In 1955, als tienjarige, werd hij lid van Feyenoord. Daar zou hij uitgroeien tot een icoon, misschien nog wel meer oer-Feyenoorder dan de frivole Moulijn en de onnavolgbare Van Hanegem. Hij speelde 476 officiële wedstrijden voor Feyenoord en scoorde 39 keer. Hij won er twee Europa Cups, drie landstitels en de KNVB-beker.

Cruijff noemde hem ooit één van de vier mensen in de wereld die het waard zijn om naar te luisteren. De twee werden vrienden voor het leven. In het veld begrepen ze elkaar blindelings, daarbuiten ook. Eind jaren zeventig gingen ze naar Amerika om daar samen te spelen.

Aartsrivaal

Terug in Nederland haalde Cruijff als technisch adviseur van Ajax Jansen naar de aartsrivaal. Zijn eerste wedstrijd in Ajaxshirt speelde hij op 7 december 1980 uitgerekend in de Kuip tegen Feyenoord. Tijdens de warming-up kreeg hij een ijsbal op zijn oogkas, gegooid vanaf de tribune. Na twintig minuten en drie doodschoppen van Feyenoorders moest hij uitvallen.

Toch keerde hij terug bij zijn jeugdliefde, natuurlijk. Als trainer loodste hij begin jaren negentig de club door de moeilijkste crisisjaren in de historie. Een trainingskampje betaalde hij voor de hele selectie uit eigen zak. Later was hij technisch directeur en adviseur. De Kuip werd zijn tweede huis. “Ik heb er alles van het leven geleerd”, zei hij in zijn biografie.

Maar het allerliefst stond hij op het jeugdcomplex, te kijken naar nieuwe talenten. Dat was zijn passie. Hoe ze een bal aannamen, hoe ze bewogen. Zoals naar de jonge Robin van Persie. Als die zag dat Jansen bij een cornervlag stond te kijken, dan deed hij altijd extra zijn best. Later, toen Van Persie een vedette was, ging hij vaak nog even koffie drinken bij zijn oude leermeester.

Mysterieus

Voor de buitenwereld bleef Jansen altijd wat mysterieus. Toen hij in 1997 bij Celtic in Schotland als trainer werd aangesteld, schreef een krant dat hij de uitstraling had ‘van een verstrooide bibliothecaris die op zoek is naar een lang verloren gewaande pen’. Tien maanden later was Jansen a Celtic legend; de club doorbrak na tien jaar de hegemonie van rivaal Glasgow Rangers.

Ordners vol aantekeningen, oefenvormen, spelsituaties en gedachten over voetbal schreef Jansen vol, thuis, met twee vingers. Duizenden A4-tjes. “Voetbal is oneindig”, zegt hij in zijn biografie. In dat boek maakte hij ook wereldkundig dat hij aan dementie leed. Bij de presentatie in de Kuip zat hij zwijgend naast zijn vrouw Cobie aan een tafel, de antiheld, de waterdrager, de meesterknecht, de koning van de eenvoud, de alleskunner van weleer. Nooit is een zaal of tribune in dat stadion naar hem genoemd. Dat zal nu niet lang meer duren.

Lees ook:
Het Feyenoord van Wim Jansen is gekooid door het verleden

“Wim Jansen liet zich nooit leiden door wat eens was”, schreef columnist John Graat onlangs. “Hij wist dat wie voor de toekomst kiest, nog geen verraad aan het verleden pleegt.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden