ReportageAlbanië

Feyenoord gaat terug naar Tirana. Oud-doelman Ed de Goeij blikt terug. ‘We keken onze ogen uit’

Spelers van Feyenoord verlaten in oktober 1991 het hotel, aangeklampt door bedelende kinderen in het toen nog straatarme Tirana.  Ed de Goeij: “Jonge kinderen, haveloos gekleed, bedelend om wat eten. Het heeft allemaal diepe indruk gemaakt.” Beeld John de Pater
Spelers van Feyenoord verlaten in oktober 1991 het hotel, aangeklampt door bedelende kinderen in het toen nog straatarme Tirana. Ed de Goeij: “Jonge kinderen, haveloos gekleed, bedelend om wat eten. Het heeft allemaal diepe indruk gemaakt.”Beeld John de Pater

In 1991 speelde Feyenoord voor het laatst in Tirana. De spelers schrokken destijds van de armoede in Albanië. Doelman Artur Lekbello koestert vooral warme herinneringen aan de ontmoetingen met Feyenoord.

Edwin Struis

Artur Lekbello, de cultkeeper van weleer, ontvangt het bezoek uit Nederland in een luxueus visrestaurant dat zijn voornaam draagt, in de hoofdstad van Albanië. De nu 64-jarige oud-keeper van Partizan Tirana liet op een oktoberavond in 1991 een onuitwisbare indruk achter tegen Feyenoord. In het Europees duel keepte Lekbello de wedstrijd van zijn leven. Het was enkel aan hem te danken dat de Rotterdammers uiteindelijk over twee wedstrijden verspreid niet verder kwamen dan één schamele goal.

In Rotterdam moest hij, de keeper met de uitstraling van een stofzuigerverkoper, capituleren op een afstandsschot van Peter Bosz. Een paar minuten later deed het publiek hem dolenthousiast uitgeleide en hief Feyenoord-keeper Ed de Goeij collegiaal diens arm de lucht in.

Als we Lekbello via een foto confronteren met dat moment, probeert onze gastheer achter de gelegenheidssponsor van het Partizan-shirt te komen. “Wat zeg je?” Hij probeert de klanken na te bootsen die leiden naar Bakker Klootwijk. Want het was de plaatselijke banketbakker die voor 5000 dollar reclame maakte via het rode tricot van Partizan. Dat geld was nodig om het verblijf van de Albanese delegatie te bekostigen in hotel Atlanta aan de Rotterdamse Coolsingel.

Stalinistische en later maoïstische dictatuur van Hoxha

Deze week keert Feyenoord terug in Tirana voor de finale van de Conference League tegen AS Roma, maar de omstandigheden zullen totaal anders zijn dan in 1991. Nu is het een land in opbouw, lonkend naar toetreding tot de Europese Unie, dertig jaar geleden was dat totaal anders. De decennia onder de stalinistische en later maoïstische dictatuur van Enver Hoxha hadden het land in een desolate en straatarme staat achtergelaten.

In het ‘Noord-Korea van Europa’ werd honger geleden. Het ontbrak de bevolking zelfs aan de meest basale voorzieningen. Toen de spelers van Feyenoord er neerstreken vlak voor de heenwedstrijd in de eerste ronde van de Europacup II wisten ze niet wat ze meemaakten.

1991, Feyenoord-Partizan Tirana, 1-0. Na afloop bezorgt Feyenoord-doelman Ed de Goey (l) zijn collegadoelman Artur Lekbello een eerbetoon.  Beeld ANP /  ANP
1991, Feyenoord-Partizan Tirana, 1-0. Na afloop bezorgt Feyenoord-doelman Ed de Goey (l) zijn collegadoelman Artur Lekbello een eerbetoon.Beeld ANP / ANP

De beelden van armoede staat bij sommigen nog steeds op het netvlies gebrand. Bij Ed de Goeij bijvoorbeeld. “We keken onze ogen uit”, herinnert de oud-doelman zich. “In de bus die ons vervoerde van het vliegveld naar ons hotel zaten de gaten in de vloer. Toen we bij het hotel wat repen uitdeelden, werden er mensen bijna vertrapt. Jonge kinderen, haveloos gekleed, bedelend om wat eten. Het heeft allemaal diepe indruk gemaakt.”

In dat mensonterende decor kostte het de Rotterdammers moeite zich te focussen op een potje voetbal. Het weinig verheffende treffen eindigde in 0-0, ook omdat Feyenoord zich weigerde echt in te spannen tegen een opponent die al blij was dat er voldoende voetbalschoenen waren. “Het waren ellendige jaren”, vertelt Lekbello. “Iedereen was maar met één ding bezig: overleven, iets van een bestaan opbouwen. Voetbal was uiteraard bijzaak, we konden alleen maar proberen om de bevolking iets van trots en plezier te geven. Die 0-0 tegen het grote Feyenoord werd gevierd als een enorme overwinning.”

Een keepersoutfit uit de winkel van Eddy Pieters Graafland

Twee weken later, rond de return, was de ontsteltenis over hetgeen ze aangetroffen hadden in het Balkanland nog niet weggeëbd bij de Feyenoorders. Spontaan werden er inzamelingsacties gehouden ter ondersteuning van de bezoekers. Lekbello zelf kreeg een dag voor de wedstrijd in de sportzaak van oud-Feyenoorddoelman Eddy Pieters Graafland een keepersoutfit aangemeten, compleet met een setje handschoenen.

Op dat moment was de Partizan-selectie al aardig uitgedund, want na de landing in Düsseldorf hadden verschillende spelers al de benen genomen, onder de indruk van de welvaart die ze zelf nooit gekend hadden. “Het waren vooral jonge spelers, ik gaf ze geen ongelijk”, aldus Lekbello, die zelf geen vluchtgedrag vertoonde. “Ik was al wat ouder, had in Tirana een vrouw en kind zitten, die zou ik nooit in de steek gelaten hebben.”

De uitgedunde selectie telde voor het treffen in de Kuip nog maar net genoeg spelers. Die werden goed in de gaten gehouden door de club-officials. Lekbello: “Met één wisselspeler begonnen we aan de wedstrijd, het was uiteindelijk maar goed dat die bal er vlak voor tijd in vloog, want een verlenging hadden we nooit volgehouden. Dat we in de slotfase nog rechtop stonden, was al een wonder.”

Aan de andere kant van het veld bekeek Ed de Goeij met een mengeling van verbazing en bewondering de capriolen van zijn collega-keeper. “Hoe hij zijn doel precies schoonhield, wist hij waarschijnlijk zelf ook niet. Hij had een tamelijk onorthodoxe manier van keepen, maar het werkte wel. Hij gooide al zijn ledematen in de strijd.”

Artur Lekbello, nu 64 jaar oud. Beeld Edwin Struis
Artur Lekbello, nu 64 jaar oud.Beeld Edwin Struis

Grote wens: de Kuip nog eens bezoeken

Tussen de smakelijke visgerechten door laat Lekbello op zijn telefoon fragmenten zien uit de wedstrijd die hem een staande ovatie van het Legioen opleverde. “Als ik mijn carrière de revue laat passeren, komt deze match altijd weer bovendrijven. Ik heb ook een keer de nul gehouden in Camp Nou tegen Barcelona, maar het verschil zat ’m in de reacties van het Rotterdamse publiek. Zo warm zal een vijandige speler nooit meer ontvangen worden. Daar ben ik ze eeuwig dankbaar voor.”

Zijn grote wens is nog eens een wedstrijd in de Kuip te bezoeken. “Natuurlijk ben ik voor Feyenoord als ze in Tirana de finale spelen. En als het moet, ga ik met iedere fan op de foto.”

Lees ook:

Zoals mijn vriend John van den Helder zou zeggen: Voor Feyenoord is nog niets verloren, hoor

Dat Feyenoord woensdag tegen AS Roma voor de vierde keer ooit een Europese beker kan winnen, doet in Rotterdam oude tijden herleven. Supporter Adri Vermaat beschrijft hoe hij uitgerekend dit bijzondere Europese seizoen zijn vaste Feyenoord-vriend John mist.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden