Hockey

Exodus van buitenlandse hockeyers in de hoofdklasse. ‘Een Amerikaanse aanvoerster, moet je dat willen?’

Amsterdam-speler Justin Reid-Ross (l) probeert Robbert Kemperman (Kampong) af te stoppen.Beeld Koen Suyk

In de hockeyhoofdklasse is mede vanwege de coronacrisis een uittocht gaande, vooral van buitenlanders. ‘Tweede garnituur moet je niet willen.’

Het afscheid was wrang. Justin Reid-Ross (33), sinds 2014 in dienst van hockeyclub Amsterdam, kreeg eind mei via een videogesprek te horen dat hij de club kon verlaten. “Amsterdam wil een jongere selectie met meer jeugdspelers", zegt de Zuid-Afrikaanse strafcornerspecialist. 

Er klinkt nog steeds teleurstelling door in de stem van Reid-Ross, in het seizoen 2014/2015 nog topscorer van de hoofdklasse. Natuurlijk, er is ook dankbaarheid, want hij heeft mede dankzij het hockey een succesvolle carrière en een gelukkig gezin opgebouwd, maar toch: waarom moesten zes mooie seizoenen bij Amsterdam zo eindigen? “Dat vind ik wel jammer, ja.”

Reid-Ross, die in 2010 neerstreek in Nederland, is niet de enige buitenlandse hockeyer die de uitgang wordt gewezen. In de hoofdklasse, geroemd als sterkste competitie ter wereld, is een uittocht gaande. Een aantal clubs kan (of wil) de buitenlandse internationals niet langer contracteren vanwege de coronacrisis.

Mink van er Weerden kiest voor avontuur bij Rot-Weiss Köln

Ook bij de Eindhovense fusieclub Oranje-Rood, dat momenteel zeventigduizend euro per maand aan inkomsten misloopt, vindt een exodus plaats. Lucas Martinez, een Argentijns international, moest noodgedwongen vertrekken en vond onderdak bij het Belgische Braxgata. De Oostenrijker Benjamin Stanzl zwaait eveneens af, net als Oranje-international Mink van der Weerden, die kiest voor het avontuur bij het Duitse Rot-Weiss Köln. En door de komst van de Australiër Jake Whetton, in februari nog aangekondigd als aanwinst voor het nieuwe seizoen, kan inmiddels een streep. Omdat de Olympische Spelen een jaar verplaatst zijn, moet Whetton in eigen land blijven om zich daar voor te bereiden met de nationale ploeg.

“Je moet als club een afweging maken”, meent Pieter Janssen, voorzitter van Oranje-Rood. “Voor een buitenlandse speler moet je allerlei zaken regelen, zoals een werkvergunning, vliegtickets en huisvesting. De toppers die je wilt hebben, zijn meestal ook actief voor hun nationale team. Nu de Spelen verplaatst zijn, wordt de internationale kalender alsmaar voller en hebben wij als club een minimale beschikbaarheid over zo’n speler, terwijl hij wel bij ons op de loonlijst staat. Dan geven we liever de voorkeur aan Nederlandse jongens.”

De vraag is: is het erg dat er zo veel buitenlanders vertrekken? De kwestie levert al jaren discussie op. Wordt het niveau van de nationale competitie omhooggetild met de aanwezigheid van buitenlanders of staan zij juist de doorstroom van Nederlandse talenten in de weg? “Ik ben altijd een voorstander geweest van zo min mogelijk buitenlanders in de hoofdklasse”, stelt oud-hockeyer Jacques Brinkman. “Tenzij ze echt iets toevoegen, zoals Jamie Dwyer, Christopher Zeller en Shahbaz Ahmed. Maar al die Argentijnen en Nieuw-Zeelanders, wat toch de tweede garnituur is, dat moet je niet willen.”

‘Een Amerikaanse aanvoerster, waar dient dat toe?’

Volgens Brinkman, 337-voudig international, wordt corona vooral als excuus gebruikt om afscheid te nemen van buitenlandse spelers. “Terwijl de vraag zou moeten zijn: waarom is het goed of slecht dat die buitenlanders er zijn? Het damesteam van HDM heeft nu een Amerikaanse aanvoerster, zag ik. Waar dient dat toe? Maar ja, dat is inherent aan het hockey: als er ineens iemand met diepe zakken opstaat, dan krijg je dit soort aankopen.”

Reid-Ross wil sowieso in Nederland blijven. Een aantal hoofdklasseclubs heeft al geïnformeerd bij hem. De Zuid-Afrikaan verwacht wel dat er straks nog maar weinig buitenlandse spelers zullen zijn. “Ik zou het logisch vinden als een club nu kiest voor de jeugd. Dat kost minder. Voor jeugdspelers liggen er nu enorme kansen. Aan hen om die te pakken.”

Lees ook:
Michel van den Heuvel was met Bloemendaal op weg naar de landstitel, en toen kwam de coronacrisis

Hij leek met Bloemendaal op weg naar zijn achtste landstitel als hockeycoach. “Dit had na vier jaar de climax moeten worden”, zegt Michel van den Heuvel.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden