Johan Cruijff Arena

Eindelijk sfeer in de Arena: de dag waarop Ajax het stadion omarmde

Feest bij Ajax-spelers na het behalen van de landstitel in 2011. Na de kampioenswedstrijd tegen FC Twente werd de Johan Cruijff Arena eindelijk in de armen gesloten door de spelers en de fans.  Beeld Hollandse Hoogte / Fred Rotgans
Feest bij Ajax-spelers na het behalen van de landstitel in 2011. Na de kampioenswedstrijd tegen FC Twente werd de Johan Cruijff Arena eindelijk in de armen gesloten door de spelers en de fans.Beeld Hollandse Hoogte / Fred Rotgans

Het duurde even, maar de Johan Cruijff Arena, die zaterdag 25 jaar bestaat, is uitgegroeid tot een sfeervol voetbalstadion. Eén wedstrijd bespoedigde dat proces.

“Een kolkende Arena”, schrijft het AD. “Extatisch”, noemt de Volkskrant het. En Trouw rept over “een op de Nederlandse velden uitzonderlijke intensiteit.”

Het is maandag 16 mei 2011, daags na de kampioenswedstrijd tussen Ajax en FC Twente (3-1), als dergelijke passages te lezen zijn in Nederlandse kranten. Verhalen te over, lijkt het wel. Over Ajax, de club die na enkele donkere jaren voor het eerst sinds 2004 de landstitel weer eens pakte. Over trainer Frank de Boer, die zijn verjaardag kon opluisteren met de kampioensschaal. En over de ‘derde ster’, refererend aan de dertigste landstitel van de Amsterdammers.

Maar bovenal wordt op dat moment de sfeer geroemd in de Amsterdam Arena, het stadion dat morgen 25 jaar bestaat en in 2018 werd omgedoopt in de Johan Cruijff Arena. Voor de Ajacieden voelt het in 2011 als een bastion van onoverwinnelijkheid. “We konden niet verliezen”, zegt toenmalig speler Toby Alderweireld in NRC.

Het stadionplan kende nauwelijks tegenstanders

Hoe anders was dat in de jaren ervoor. In 1996, nadat Koningin Beatrix het stadion officieel had geopend, leek er aanvankelijk nog niets aan de hand. Ajax was een topclub in Europa en de Arena moest die status bekrachtigen. Tegenstanders van het stadionplan waren er nauwelijks. “Hoewel er natuurlijk wel wat ambivalente gevoelens heersten bij het verlaten van stadion De Meer, waren er – los van de sentimenten – geen goede argumenten te bedenken om niet naar een nieuw stadion te gaan”, zegt toenmalig teammanager David Endt. “Iedereen zag in dat een nieuw onderkomen het enige juiste alternatief was voor de club.”

Supporters lopen – gedragen ook door de successen van Ajax in de jaren negentig – massaal warm voor het nieuwe onderkomen. Voor het seizoen 1996/1997 worden alle 45.000 seizoenkaarten verkocht, wat een ruime verdubbeling is ten opzichte van de capaciteit in stadion De Meer (19.000 plaatsen). Ook de skyboxen en business-seats zijn op voorhand al uitverkocht. “De verkoop overtreft al onze verwachtingen”, zegt bestuurslid commerciële zaken Uri Coronel.

Ajax lijkt verdwaald in eigen huis

Maar dan begint de ellende. Sportief lopen de resultaten ver terug. Ajax wordt slechts vierde in 1997 en oogt als verdwaald in eigen huis. “Het was geen Ajax-stadion, geen Ajax-huis”, herinnert Daniel Dekker, bestuurslid van de supportersvereniging van Ajax. “De omloop hadden ze bijvoorbeeld geelzwart geschilderd, de kleuren van Vitesse. Daar was niet goed over nagedacht.”

Ook de stoeltjes zijn in het begin nog blauw, oranje en groen. Enerzijds begrijpelijk, omdat Ajax geen eigenaar van het stadion is (en het ook voor andere evenementen gebruikt moest kunnen worden), maar het droeg niet bij aan de Ajax-sfeer. De brede grachten symboliseerden de ontstane afstand tussen de spelers en het publiek. En dan was er ook nog de grasmat; tientallen werden er versleten in de beginjaren van de Arena. Fans bleven ineens weg. Bij doordeweekse competitiewedstrijden zaten er soms amper twintigduizend toeschouwers.

Opeens is er sfeer

Inmiddels ziet de wereld er heel anders uit. Het publiek zit korter op het veld, de stoeltjes zijn louter rood of wit en clubicoon Johan Cruijff is overal goed zichtbaar. Thuiswedstrijden, zoals in het Europa League-seizoen met trainer Peter Bosz of de Champions League-campagne met coach Erik ten Hag, zijn sfeervolle aangelegenheden met spetterend vuurwerk, trillend beton en gezang dat zo intens is, dat je oren ervan gaan suizen. De Arena is een voetbalstadion geworden.

“Ze zeggen wel eens dat je – als je ergens anders gaat wonen – eerst een feest moet vieren met je vrienden en een keer goed dronken moet worden om het gevoel te krijgen van: dit is mijn plek”, meent Dekker. “De wedstrijd tegen FC Twente was er zo één. Ik zie het als de belangrijkste wedstrijd in ons stadion.”


Lees ook: ‘Stadionspringer’ Hans Douw reist langs alle plekken waar de bal rolt: Ik sta ook te genieten op veld 5 van een amateurclubje

Hans Douw schreef een boek over grote en kleine voetbalstadions. Over de grenzeloze liefde voor de voetbalcultuur, de lokale verscheidenheid van een universeel spelletje.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden