Beeld Trouw

Column Marijn de Vries

Einde aan het wielerhoofdstuk Knetemann

Bijna ongemerkt eindigde gisteren een groot hoofdstuk uit de Nederlandse wielergeschiedenis. Voor de laatste keer de rugnummers opspelden. Voor de laatste keer een zenuwenplasje voor de koers. Voor de laatste keer nerveuzig wachten in het vak voor de start. De laatste demarrage. De laatste finishpassage.

Voor het laatst reed de Kneet gisteren in het peloton. Wereldkampioen werd ze nooit. Haar beste notering in de Amstel Gold Race was niet het hoogste podium, maar de achttiende plaats. In Gent-Wevelgem eindigde ze daarentegen wel hoger dan Gerrie ooit deed: vijfde werd ze er, vijf jaar geleden.

Ik leerde haar tien jaar geleden kennen, Roxane Knetemann, toen ik haar als redacteur van het tv-programma ‘Holland Sport’ bellen moest. Haar vader, de wereldkampioen van 1978, was er precies vijf jaar niet meer. Of ze hem wilde eren in ons programma. Ik zag er tegenop, tegen het telefoontje. Hoe breng je zo’n vraag aan iemand die op haar zeventiende haar vader verloor?

Mijn zorg bleek ongegrond. Roxane is van het type hart op de tong. Net als haar pa. Ze schept orde in de chaos met woorden, met veel woorden. Van wat ze precies vertelde in onze uitzending herinner ik me nog een paar dingen.

Dat ze de dag voor de uitzending met haar familie een klein monumentje voor hun vader hadden gemaakt, bijvoorbeeld. In de duinen bij Schoorl, langs het mountainbikeparcours waar hij op 2 november 2004 dood was gevonden. De boswachter was het er niet mee eens. Hij gooide zelfs de meegebrachte bloemen weg.

En dat haar vader haar had geleerd dat ze zichzelf de pijn moest gunnen. De pijn in de benen, in de longen, in het hele lijf. Alleen dan kun je een goede wielrenner zijn. Het was ook voor mij een wijze, ware les. Slechts als je goed in je vel zit, gun je jezelf pijn, leerde ik met de jaren. Ik zag hetzelfde bij Roxane. Haar vader was altijd haar baken geweest, op en naast de fiets. Haar rustpunt. Toen hij er niet meer was, was er bij de jonge Rox te veel pijn om überhaupt van gunnen te kunnen spreken.

Vergelijkingen

Ze lijkt op hem. Dezelfde ogen, dezelfde mond. Hetzelfde doorzettingsvermogen. Ze vond zichzelf opnieuw uit en was de afgelopen jaren een niet te missen renster in het peloton. Als je haar niet zag, dan hoorde je wel waar ze reed. Met zelfspot en tranen in haar ogen zei ze gisteren: “Sommige rensters zullen me vast niet missen. Het wordt in ieder geval een stuk rustiger in het peloton.”

Hoe het moet zijn om met zo’n naam en geschiedenis als die van Roxane rond te rijden heb ik me vaak afgevraagd. Als zij genoemd werd, was de naam van haar vader niet ver weg. Vergelijkingen lagen altijd op de loer. En verwachtingen: haar vader was nu eenmaal heel succesvol geweest.

Aan het hoofdstuk Knetemann kwam gisteren bijna ongemerkt een einde. Want als er ooit nieuwe Kneetjes rondfietsen, zullen ze waarschijnlijk Stroetinga heten. Dag Rox, jij en je vader zijn een prachtig koppel in de wielergeschiedenis geweest. Altijd in één adem genoemd, en dat verdien je ook een laatste keer. Dag Kneet. Veel geluk, zoals je het gisteren zelf noemde, in de rest van je leven. En tot afziens, in het gepensioneerdenpeloton.

Journalist en voormalig profwielrenner Marijn de Vries fietst u elke maandag door het sportweekend. Lees hier eerdere columns terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden