ReportageSchaakboksen

Eerst je tegenstander knock-out beuken, dan een potje schaken in de ring

Eerst schaken, dan boksen. In ronde drie is de Let Olegs Petrovski aan zet in Paradiso, Amsterdam. Beeld Patrick Post

Schaakboksen wisselt spierballen af met breinkracht. Een Nederlandse kunstenaar bouwde een performance uit tot een internationale sport.

De Fin schaakt met wit en bokst in witte broek met witte handschoenen. In de vierde ronde – de tweede boksronde – beukt hij door op zijn wankelende Russische tegenstander tot die tien tellen krijgt om bij te komen. De Rus wordt gered door de bel. Net geen knock-out.

Binnen een minuut plaatsen medewerkers het schaaktafeltje terug in de ring. De vechters trekken hun bokshandschoenen uit en zetten een koptelefoon op. De schaakklok telt de zes minuten speeltijd verder af. Een commentator legt uit wat er op het bord gebeurt. Dan komt er een wending: binnen vijf seconden wint de Rus met schaakmat.

450 mensen juichen. Zij bezochten dinsdag seminar-festival Ignition voor startende kunstenaars, sporters en ondernemers. Het was precies hier in Paradiso in Amsterdam dat urban kunstenaar Iepe Rubingh (45) in 2003 voor het eerst schaakbokste, toen als performance. Nu is hij teruggehaald om de jonge starters te inspireren een succesvolle onderneming te beginnen. Daarvoor zijn eigenschappen nodig als geconcentreerd nadenken, goede conditie, discipline en goed kunnen samenwerken. Precies de kenmerken waarover schaakboksers beschikken. 

Rubingh bedacht het schaakboksen als ‘sociale sculptuur’, zegt hij. “Mijn vader was timmerman in Crooswijk, Rotterdam. Daar bezocht hij altijd de nationale bokskampioenschappen. Hij leerde me ook schaken.” Bij een biertje met een oude schaakvriend die net als hijzelf fanatiek met boksen was begonnen, bedacht Rubingh het schaakboksen. “We gaan het doen!”

‘De tijd dat schakers leefden op tabak en koffie is voorbij’

Hij besprak de regels met de boksbond en de schaakbond. En zo kon hij zich niet veel later, na één partij in Paradiso met tv-ploegen uit diverse landen plus duizend toeschouwers, uitroepen tot wereldkampioen. “Helemaal mooi omdat ik in Crooswijk als kind zo vaak op mijn bril geslagen was.” Rubingh wist zeker: hij wilde vanuit deze kunstperformance een sport creëren.

Dat is gelukt. Hij begon een schaakboksschool in Berlijn, waar hij woont. Inmiddels zijn er twaalf nationale schaakboksbonden met 3500 leden in India, Iran, Turkije, Frankrijk, Italië, Duitsland, Rusland en Finland. “De tijd dat schakers leefden op tabak en koffie is voorbij”, zegt Rubingh. “Als bokser is het leuk dat je moet nadenken. Als je uit je boksronde komt, moet je je hartslag, adrenaline en testosteron in een minuut naar beneden zien te krijgen. Dat zou in de samenleving goed van pas komen.”

Is dit een sport voor intellectuelen? Meer voor mensen die open-minded zijn, zegt hij. “Er komen bij ons bijvoorbeeld veel vrouwen die nog nooit een vechtsport gezien hebben en het toch heel tof vinden.”

Vlug slaat hij zijn hand op de klok

Voor de eerste wedstrijd stelt Olegs Petrovski zich voor aan Trouw. Hij werd in december wereldkampioen onder de 70 kilo. In de Sovjet-Unie was schaken groot, het bewees de Russische superioriteit. Ook in Letland, waar hij geboren is, is het populair. “Mijn vader leerde het me op m’n zesde, ik was gelijk verkocht.”

Petrovski (21) is student in Moskou. Vier dagen per week schaakt hij op chess.com. “Daar zit ook wereldkampioen Magnus Carlsen.” Op zijn twaalfde begon hij met boksen, vier jaar later was hij Lets kampioen junioren. Nu heeft hij er 85 bokswedstrijden opzitten. Zijn Russische tegenstander kent hij uit Moskou. “Hij bokst beter, ik schaak beter.” 

Zijn opponent is zwaarder, heeft langere armen. Petrovsky duikt op tijd, de Rus maait herhaaldelijk over hem heen, de coaches schreeuwen. In de schaakrondes speelt de Let supersnel, hij heeft een Elo-rating van 2159 en is hard op weg ‘meester’ te worden. Na elke zet slaat zijn hand vlug op de klok.

Daartegen is de Rus kansloos. Al snel komt schaakmat in zicht. “Subliem!”, roept de commentator. In de tweede boksronde krijgt Petrovsky het voor zijn kiezen. Hij klemt zich vast aan de Rus en haalt het staand. In de vijfde ronde is het gepiept: net vóór schaakmat wint hij op tijd.

Lees ook: 

Waarom blijft de tennisjeugd in Nederland zo wit?

Diverser en gekleurder dan voetbal kan een sport niet worden. Maar verenigingssport nummer twee, tennis, blijft al tientallen jaren zo blank als onze top der duinen. In Amsterdam Zuidoost gaat het anders.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden