ColumnMarijn de Vries

Een wedstrijd is nog wel een wedstrijd, maar de beleving is eruit

Sportwedstrijden bestaan niet meer. Sportwedstrijden waar wij, het gewone volk, aan meedoen: ze zijn er nog wel, maar zijn tegelijkertijd verdwenen. De sportwedstrijden van onze buurmannen, van onze kinderen. Van onze moeders en onze kleinkinderen. Zo mijmerde ik, toen ik gistermiddag twee uur in de auto zat en naar Langs de Lijn luisterde.

Op zondag naar Langs de Lijn luisteren was lang geleden. Langs de Lijn is je door de middag laten drijven van doelpunt naar doelpunt, op golven van gejuich. Tussendoor zijn er gesprekjes, maar die kunnen ieder mome… “Arman! 3 – 1 Feyenoord!” Gejuich barst los en klinkt door de hele auto.

Arman Avsaroglu komt er maar net bovenuit, en vertelt opgewonden wie gescoord heeft, en hoe. Het zingen en juichen uit zijn stadion is nog maar net weggeëbd, het gesprek in de studio is nog nauwelijks hervat, o… “Andy! Doelpunt!” De stem van Andy Houtkamp en het gejuich dat hem omhult, vult de auto. Het is een heerlijk door de middag glijden, je hoeft niet eens echt te luisteren voor een vrolijker gemoed.

Gejuich uit vroeger tijden

Zo ging het zondag dus niet. Natuurlijk. Zo gaat het al tijden niet. Maar nooit viel het me meer op dan zondagmiddag in de auto. Op televisie wordt tegenwoordig gejuich uit vroeger tijden onder voetbalwedstrijden geplakt.

En in de krant mis je gejuich niet. Maar op de radio slaat een sportmiddag zonder juichen volkomen dood. Of er vanuit de studio of vanuit een stadion gepraat wordt hoor je nauwelijks. Of een wedstrijd spannend is? Geen idee. “Je kon de brul van Dick Advocaat horen, zo blij was hij”, beschrijft Arman de dingen die er wél zijn. Maar zonder oooeeeh’s en aaaah’s voel ik het niet. De magie van de verbeelding is uit de sportmiddag op de radio verdwenen. Maar die sport is er tenminste nog – omdat er journalisten zijn. Journalisten die verslag doen. Bij de gratie van dat verslag bestaat de sport.

Sportwedstrijden zonder journalisten bestonden altijd bij de gratie van het publiek. De gewone sportwedstrijden. De wedstrijden van jou en mij. Op zaterdag of zondag, met je tas met handdoek, tenue en schoenen naar de sporthal. Een beetje zenuwachtig. Want de buren zouden komen kijken. En je oom en tante. En natuurlijk ook die ene leuke jongen van school.

Allemaal weg

Ik herinner het me nog zo goed. De wedstrijdspanning. Het gluren naar de tribune, tijdens de warming-up. Zijn ze er al? En toen ik kleiner was: de trots als ik mijn ouders zag. En zij mij. Een wedstrijd is nog wel een wedstrijd, maar de beleving is eruit. Het voorgenieten. Het nagenieten. Het drankje of – al naar gelang je leeftijd – snoepzakje in de kantine. Hoe lang je wel niet kon napraten over een wedstrijd die je zelf speelde. Of zag.

Een wedstrijd van je dorpsgenoten, die je allemaal van haver tot gort kent. Gesprekken gingen er de hele week over. In de supermarkt. Bij de bakker. Dat is nu weg. Allemaal weg. Wedstrijden zonder publiek zijn weliswaar gebeurd, maar blijven niet bestaan. Je kunt er niet over praten, want niemand was erbij.

Het heeft geen zin want het verandert niks, maar soms helpt hardop zeggen: ik mis dat. Ik mis samen, ik mis juichen. Ik mis woordenloos genieten. Maar bovenal mis ik verlangen naar verheugen, zoals actrice Susan Visser dit weekeinde in het AD zo prachtig verwoorde. Verlangen naar verheugen, dat mis ik zo enorm.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden