Beeld Maartje Geels

Column Bettine Vriesekoop

Een tafeltennistalent heeft niet dezelfde kansen als een voetbaltalent

Schrijf niet over trivia, adviseerde sportcolumnist Hugo Camps mij een paar weken geleden. Ik doe het toch. In onze cultuur is sport een verworvenheid, een alledaags gegeven.

De alledaagsheid van Ivan Kahn en zijn ouders is tafeltennis. Ivan is elf, hij is een talent. Zijn vader was het ook, bracht het tot de Nederlandse top.

Ivans moeder speelde in de nationale competitie van Joegoslavië toen ze in 1993 uit Bosnië vluchtte. Ivan en zijn ouders leven voor hun sport. Leven van hun sport kunnen ze niet. Tafeltennis in ­Nederland is een kleine wereld van verenigingen, trainers, spelers en ouders van talentvolle kinderen.

Zelfde school als Matthijs de Ligt

Ivan zit op een school in ­Amsterdam. Matthijs de Ligt haalde er zijn diploma. Aan het eind van elke schooldag stond er een busje van Ajax voor hem klaar, werd-ie opgehaald voor de jeugdtraining en huiswerk maken op De Toekomst.

In ’s werelds grootste sport ziet het leven van een talent er anders uit dan in het Nederlandse tafeltennis. Voor Ivan is de ­wereldtop ver weg, bijna onbereikbaar. De weg erheen is lang en eenzaam. Iedere dag 4 tot 6 uur trainen, veel wedstrijden spelen die je zult verliezen, naar Azië om te sparren, je te meten met de besten.

Welk kind in Nederland met een hand waarin een smartphone beter past dan een tafeltennisbatje ziet daarin voor zichzelf een leuke jeugd en een mooie toekomst?

Azië

In Azië zijn zulke kinderen er wel. Heel veel zelfs. Ze kijken op tegen hun Chinese, Japanse, ­Koreaanse, Taiwanese, Singaporese en Indiase kampioenen, door het bedrijfsleven gesponsorde miljonairs die net zo min als Matthijs de Ligt ongezien kunnen gaan shoppen in een drukke winkelstraat.

De grote sporthelden van de wereld leven van de markt. Op YouTube zie ik een jochie van vier tafeltennissen, op een minitafel in de huiskamer. Ivans vader heeft een filmpje op internet gezet, crowdfunding voor zijn zoon. Nodig, omdat niemand behalve zij willen geloven dat in Ivan net zo’n sportheld steekt als Matthijs.

Jaren geleden besloot NOC-NSF alleen nog geld te stoppen in de jeugdopleiding van sporten met reële kansen op een olympische medaille.

Homo Ludens

In 1938, in een tamelijk racistisch Europa, schreef cultuurfilosoof Johan Huizinga over de spelende mens en het maatschappelijk belang van sport.

Ik dacht aan de Homo Ludens van Huizinga, bij de commentaren in de media toen het zwartepietendebat afgelopen week zijn apotheose vond op het voetbalveld. De spelers van Oranje volgden het voorbeeld van Mendes Moreira, trokken een morele grens. Tot hier en niet verder.

Volgens Huizinga vloeit alles wat wij cultuur noemen, onze normen en waarden, voort uit spel. Wat in het strijdperk van de sport niet kan worden getolereerd, past ook niet in de maatschappij.

Fair Play heeft alles te maken met gelijkheid, gelijke kansen, met equality of arms. Ivan heeft niet dezelfde kansen als Matthijs de Ligt. Hij beoefent een kleine sport waar geen spreekkoren op de tribune zijn en waar niemand voor k-neger wordt uitgemaakt en zelfs de vermaledijde Chinezen niet worden uitgejouwd.

Waarin een kleine sport toch groot kan zijn.

Marijn de Vries is met zwangerschapsverlof. Komende maanden vervangt Bettine Vriesekoop haar als columnist.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden