InterviewWK Volleybal

Een nieuwe rol voor Robbert Andringa: ‘Als je als libero niet opvalt is het vaak goed’

Robbert Andringa (links) in de wedstrijd Nederland-Spanje in het Finse Tampere tijdens het EK-volleybal in september 2021. Beeld EPA
Robbert Andringa (links) in de wedstrijd Nederland-Spanje in het Finse Tampere tijdens het EK-volleybal in september 2021.Beeld EPA

Robbert Andringa, 32 jaar en international sinds 2010, maakt zijn debuut op het WK volleybal. Niet als passer-loper, maar als libero stelt de Drent zich in dienst van het team.

Fred Buddenberg

Na drie gemiste WK’s op rij mochten de Nederlandse volleyballers in 2018 weer eens meedoen aan de mondiale titelstrijd. Het lange wachten en het harde werken werd eindelijk beloond; ook Robbert Andringa, international sinds 2010, had er lange tijd naar uitgekeken. Maar drie weken voor de start van het toernooi in Italië en Bulgarije brak de Drent tijdens een training op Papendal een middenvoetsbeentje. Met zijn voet in het gips en de krukken bij de hand volgde hij het WK op televisie.

“Dat was heel zuur”, zegt de 32-jarige speler van het Poolse AZS Olsztyn in het restaurant van het Rotterdamse Hotel New York. Nu, vier jaar later, staat Andringa voor zijn WK-debuut. Zaterdag speelt de ploeg van de Italiaanse bondscoach Roberto Piazza in de Stozice Arena in het Sloveense Ljubljana het eerste groepsduel met Egypte, later gevolgd door confrontaties met Argentinië en Iran. De eerste twee landen van de zes groepen plus de vier beste nummers drie plaatsen zich voor de knock-outfase.

Gewaardeerde passer-loper

Andringa krijgt op het WK een andere rol dan die hij gewend is bij de nationale ploeg en zijn Poolse club. Nadat Just Dronkers een jaar geleden plotseling stopte als international, moest Piazza op zoek naar een ervaren speler voor de positie van libero. Zijn keuze viel op Andringa, die al vijf jaar als een gewaardeerde passer-loper zijn geld verdient in Polen, een van de sterkste volleyballanden ter wereld. Piazza had niet veel overredingskracht nodig om de Drent over te halen. “Als jij dat het beste vindt voor het team, ga ik akkoord”, zei hij.

Robbert Andringa. Beeld Pro Shots / Shane Winsser
Robbert Andringa.Beeld Pro Shots / Shane Winsser

“Ik vind opoffering een te zwaar woord”, vertelt Andringa, “ik zie het meer als het mezelf in dienst stellen van het team.” Hij was ook niet verbaasd dat Piazza uitgerekend bij hem kwam met het verzoek om de opengevallen plek van de vertrokken Dronkers in te vullen. Hij speelde al vaker op die positie en met zijn ‘fluwelen handen’ wordt Andringa alom geroemd om zijn goede passing, een van de belangrijkste kwaliteiten waarover een libero moet beschikken. “Ik ben technisch vrij goed, en mijn grootste talent is dat ik baan van de bal na de service goed kan inschatten.”

Onderschatte positie

Naast die pass, die via de spelverdeler de aanzet moet zijn voor een winnende aanval, ligt de focus van de libero op het verdedigen. Het is zijn taak om ervoor te zorgen dat de ballen van de tegenpartij de grond niet raken. Waar in veel landen in het woord ‘libero’ de vertaling ‘vrij’ verborgen zit, daar kleven er aan de positie van libero in het volleybal juist een groot aantal beperkingen. Aanvallen, blokkeren en serveren, hij mag het niet. Om zijn specifieke rol te accentueren draagt hij ook nog een ander shirt dan zijn ploeggenoten.

“Het is een onderschatte positie”, zegt Andringa. “Als je niet goed in de wedstrijd zit heb je geen uitlaatklep om elders het team te helpen. Als een passer-loper slecht staat te passen, kan hij nog wat doen in het blok, in de aanval of met serveren.” Een doorgaans voor de toeschouwers onzichtbare taak van de libero is ervoor te zorgen dat de organisatie in het veld op orde is. “Als de libero niet opvalt is het vaak goed.” Aanvallen en smashen doet hij soms op de trainingen. “Dat is leuk, maar ik ben nuchter genoeg om te weten dat dat nu mijn rol niet is.”

Fysieke tegenslagen

Andringa kende in zijn carrière een aantal fysieke tegenslagen. Nadat hij in januari 2011 tijdens een competitiewedstrijd met Lycurgus zijn kuit- en scheenbeen had gebroken, was hij bang dat hij nooit meer zou kunnen lopen. “Zo ernstig is het uiteindelijk nooit geweest, maar dat soort dingen schieten wel door je hoofd.”

Filmpjes op YouTube van de blessure heeft hij nooit bekeken. “Ik heb het beleefd vanuit mijn perspectief en hoef het niet van de buitenkant te zien. Ik heb een stukje bot uit mijn been zien steken en dat gaat van mijn leven niet van mijn netvlies af.” Het herstel duurde ‘slechts’ vier maanden, er waren geen zenuwen, pezen en spieren geraakt. Van de rechterknie tot de enkel zit een titanium pin met vier schroeven.

In 2020 kwam er in de voet een schroef bij nadat hij voor de tweede maal een breuk in zijn middenvoetsbeentje had opgelopen. “Na al die tegenslagen denk ik soms weleens: ik sta er toch maar mooi.”

Lees ook:

Joop Alberda is voor altijd gelinkt aan dat ene beeld uit Atlanta. ‘Ik ben er wel trots op’

Na een rumoerig leven in de sport, gaat Joop Alberda op zoek naar stilte en rust. ‘Ik ben altijd obsessief bezig geweest. Het is nooit klaar en het moet altijd beter.’

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden