Eddy Merckx in de Tour de France van 1969.

Analyse Wielrennen

Doorgaan, daar had Eddy Merckx wel zin in

Eddy Merckx in de Tour de France van 1969. Beeld Corbis/VCG via Getty Images

Vijftig jaar geleden won Eddy Merckx, de beste wielrenner ooit, zijn eerste Touretappe. Eerzucht speelde een belangrijke rol bij die zege. Boosheid en frustratie ook.

Iedereen weet dat het gaat gebeuren. Maar als het gebeurt, gebeurt het eerder dan iedereen had verwacht. Het is de vierde juli, de zesde Tourdag, een bergrit in de Vogezen met de Ballon d’Alsace als slotcol en het stadje Belfort als finishplaats: 133 kilometer kort. Het is een rit die een beetje is vergeten, die is verschroeid door een andere etappe, waarover later meer.

De renners zijn zo’n honderd kilometer onderweg als Eddy Merckx de jacht inzet op de gevluchte Rudi Altig. Vier renners volgen. Ze houden het een tijdje vol, maar op de Ballon d’Alsace is er geen houden meer aan. Altig en Joaquim Galera lossen als laatste. Merckx is alleen. Dan krijgt hij toch even gezelschap. Het is Lomme Driessens, zijn ploegleider, die Merckx maant om zich wat in te houden.

“Merckx slaat toe. Belg vernedert concurrenten op Ballon d’Alsace”, kopt Trouw de volgende ochtend. En ja. De Belg heeft in ruim dertig kilometer zijn concurrenten – of wat daarvoor moet doorgaan – op ruim vier minuten gereden. De Tour van 1969 is pas in zijn eerste week en nu al hebben Felice Gimondi (Tourwinnaar in 1965), Lucien Aimar (1966), Roger Pingeon (1967) en Jan Janssen (1968), en de Franse publiekslieveling Raymond Poulidor in het algemeen klassement een achterstand van rond de vijf minuten op de Tourdebutant. Iedereen weet: de Tour is beslist, Merckx zal de gele trui niet meer uitdoen, althans niet tijdens koersuren.

Het gebeurt niet vaak dat een debutant in een koers de favoriet is voor een eindzege. Maar Merckx is dat voor deze Tour wel. De Belg is pas 24, maar heeft al een palmares waar de meeste Tour-deelnemers nooit aan zullen toekomen. Kijk alleen al naar een samenvatting van zijn zeges in het voorjaar van 1969: de klassiekers Milaan-San Remo, Ronde van Vlaanderen en Luik-Bastenaken-Luik; de etappekoersen Ronde van Valencia en Parijs-Nice; vier ritten in de Ronde van Italië. Die ronde heeft hij in 1968 trouwens gewonnen.

Supertalent

Merckx maakt in 1965 zijn profdebuut. Een supertalent, maar niet alles gaat hem makkelijk af. Hij is 19 als hij gaat rijden voor de ploeg van klassiekerkoning Rik van Looy. Het botert niet met de ‘Keizer van Herentals’. Van Looy pest Merckx, hij kan het niet hebben dat een jonkie hem naar de kroon steekt. Jarenlang kunnen Merckx en Van Looy elkaar niet luchten of zien.

Merckx verhuist naar de Franse Peugeot-formatie en wint meteen Milaan-San Remo. Een jaar later wordt hij in de etappekoers Parijs-Nice getruct. Hij heeft de leiding, maar zijn ploegmaat Tommy Simpson trekt toch ten aanval en neemt de leiderstrui over. Merckx houdt zich daarna wél aan de ongeschreven regel die inhoudt dat renners nooit een ploegmaat aanvallen die het algemeen klassement aanvoert. Dus wint Simpson Parijs-Nice.

Merckx’ grootste deceptie is de Ronde van Italië in het voorjaar van 1969. Natuurlijk heeft hij na vijftien etappes (vier zeges) de leiding. Dan wordt hij betrapt op het gebruik van doping en wordt hij de Giro uitgezet. Merckx ontkent in alle toonaarden dat hij heeft ‘gepakt’ en zal dat altijd blijven doen.

De wielerwereld is in rep en roer: vanwege Merckx’ uitsluiting, maar ook omdat hij nu zijn debuut in de Tour niet kan maken, want op dopinggebruik staat een maand schorsing. Maar die schorsing wordt beperkt tot een week – zelfs de Belgische regering bemoeit zich ermee – en de schorsing van zijn schorsing leidt ook weer tot ophef. Bij Jan Janssen bijvoorbeeld, die Merckx kapittelt en zegt dat er met twee maten is gemeten.

Bloedhitte

Het is 15 juli, de zeventiende rit, met vier Pyreneeëncols en het dorpje Mourenx als finishplaats. Na zijn exploit op de Ballon d’Alsace heeft Merckx nog twee tijdritjes en een bergetappe gewonnen. Hij heeft Roger Pingeon een rit cadeau gedaan. In het klassement staat hij 8,21 minuten voor op de Fransman. De Tour is binnen, aanvallen hoeft niet meer.

Merckx denkt daar anders over. Op de derde col, de Tourmalet, lost hij zijn laatste medevluchter. Volgens de overlevering maant Driessens hem na de afdaling om zich in te houden: Merckx heeft in Mourenx een andere lezing. Hij was na de afdaling verbaasd dat hij een aardige voorsprong had en raadpleegde daarom Driessens. Merckx: “Die zei: doorgaan, en daar had ik ook wel zin in.”

Merckx schrijft die dag wielergeschiedenis. In de bloedhitte – het loopt tegen de 40 graden – rijdt hij bijna 140 kilometer solo, en het peloton aan gort. Pingeon en Poulidor verliezen bijna acht minuten; Janssen en Gimondi bijna een kwartier. Merckx zal later vertellen dat hij lange tijd niet eens voluit heeft gereden, dat hij hongerklop kreeg en dat het laatste stuk erg zwaar was. Hij beschouwt de zege als een van de mooiste uit zijn carrière. Zijn ‘achtervolgers’ zijn niet tot het uiterste gegaan. Maar dat doet weinig af aan Merckx’ prestatie die dag. Machtsvertoon, dat is het.

Waarom? Het is zijn enorme eerzucht. Zijn frustratie over de gebeurtenissen in de Giro. Zijn boosheid op de kritiek van zijn collega-coureurs over de opheffing van zijn schorsing. Die cocktail is er ook op de Ballon d’Alsace geweest. Maar daar speelde meer mee. Dat zijn vijand Van Looy twee dagen tevoren na een lange solo een rit won. En dat Rudi Altig op de Ballon voor hem rijdt. Altig, de man die, zal Merckx later vertellen, tijdens de Giro met een koffer op hem is afgekomen. Een omkooppoging? Merckx maakt de koffer niet open. Een dag later  wordt hij op doping ‘betrapt’, waarna Altigs kopman Gimondi de Giro wint. Altig zou het verhaal overigens ontkennen.

Merckx heeft zich vooraf voorgenomen om iedereen in zijn eerste Tour te verpletteren. Dat heeft hij gedaan: hij wint de ronde met een voorsprong van bijna achttien minuten op Pingeon. Sinds 1952 is het verschil tussen de nummers 1 en 2 niet zo groot geweest.

O ja, Merckx wint ook het puntenklassement, het bergklassement, het combinatieklassement en met zijn ploeg het ploegenklassement.

Aanvallen is noodzaak

Ongelooflijk, fenomenaal, legendarisch. Het zijn woorden die vaak, vooral te onpas, vallen in de wielrennerij. Op Merckx zijn ze van toepassing. Merckx kan tijdrijden, klimmen, dalen en sprinten. Hij wint 445 profkoersen op de weg en 98 baanwedstrijden. Hij rijdt altijd: van het vroege voorjaar tot en met het late najaar en daarna zijn er baanwedstrijden. Focussen op één ronde? Merckx vindt dat niks. Ook nu (74 jaar inmiddels) niet.

Aanvallen is zijn devies. In klassiekers rijdt hij soms Mourenx-achtige solo’s. Hij wint koersen met vijf of acht minuten voorsprong. Hij domineert. Tussen 1968 en 1975 weten alle renners het. Als Merckx aanvalt, moet je erbij zijn, anders kun je het schudden. Dat aanvallen is deels noodzaak. Merckx sprint goed en is na een zware koers in een spurt moeilijk te kloppen. Maar tegen de echte spurters legt hij het geregeld af. Zie zijn uitslagen in de Ronde van Vlaanderen die hij ‘slechts’ twee keer wint. Vier keer moet hij rasspurters laten voorgaan.

Natuurlijk, Merckx had minder gewonnen als hij in minder sterke ploegen had gezeten. Net als nu zat ook toen de beste renner in een rijke ploeg met uitstekende helpers. Misschien had Merckx nog meer kunnen winnen. Anderhalve maand na zijn eerste Tourzege en zijn huldiging op de wielerbaan van Vincennes klapt hij tijdens een wedstrijd achter lichte motoren op de wielerbaan van Blois tegen de grond. Zijn gangmaker overlijdt. Merckx’ rug en bekken zijn beschadigd. Hij zal er later geregeld van last van hebben, vooral tijdens beklimmingen. Misschien, zo oppert William Fotheringham, een van zijn vele biografen, heeft Merckx deels dankzij ‘Blois’ zo veel gewonnen. De dopingaffaire heeft hem geleerd dat een zege hem zomaar ontnomen kan worden. In Blois leert hij dat zijn carrière snel afgelopen kan zijn. Waarom dan niet alles winnen wat er te winnen valt?

Wat maakt Merckx zo goed? Zijn kracht, zijn lijf, zijn grote longinhoud; zijn bloed dat, zo blijkt later, van nature veel zuurstof opneemt – in modern jargon: een hoge hematocrietwaarde heeft. Zijn eerzucht – iedereen die met of tegen hem reed, heeft het over zijn eerzucht. Zijn vechtlust. Merckx is verslaafd aan winnen. Merckx kan het hebben als hij op waarde wordt geklopt, maar kan dagen bloedchagrijnig zijn als hij onnodig verliest. Hij is nerveus en argwanend – dat heeft hij wel geleerd. Hij is een materiaalfreak – zeker na ‘Blois’ staat een zadel zelden goed. En hij is een klager. Merckx klaagt vaak, vooral over lichamelijke ongemakjes, in de Tour van 1969 over een wespesteek. Maar het peloton weet het: als Merckx klaagt, rijdt hij meestal geweldig.

De Voorzienigheid heeft ingegrepen

Klagen doet hij soms ook over de pers. Als hij eens verliest, dan wordt dat natuurlijk paginabreed uitgemeten. Zijn nederlaag in de Tour van 1971 tegen de Spanjaard Luis Ocaña bijvoorbeeld, die Merckx in een bergrit op bijna negen minuten rijdt; zijn nederlaag in de Tour van 1975 tegen de Fransman Bernard Thévenet.

Merckx is die Tour niet op zijn Merckxt. Hij krijgt een slag op zijn lever van een toeschouwer en loopt bij een val een jukbeenbreuk op. Het is duidelijk, de Voorzienigheid heeft ingegrepen en hem de kans gegeven om zonder te verliezen uit de Tour te stappen. Maar Merckx, die dagenlang alleen vloeibaar voedsel kan innemen, grijpt het aanbod niet aan. Hij rijdt door, wint wat seconden terug op Thévenet, maar beëindigt de Tour als tweede. Dit keer heeft hij zijn tegenstanders niet verschroeid, hij heeft zichzelf verschroeid. Later beaamt hij: doorrijden toen was niet zo verstandig.

1975 is zijn laatste topjaar. Dan wordt het minder. Hij krijgt vaker kwalen en pijntjes en hersteltsteeds langzamer. Voor de buitenwacht wordt het duidelijk: Merckx raakt op, hij heeft zichzelf versleten. Merckx zelf ziet dat niet zo en maakt eind 1977 nog ambitieuze plannen bekend voor het jaar erna. Maar in het voorjaar van 1978 houdt hij het toch voor gezien.

Zijn eerzucht heeft zijn lijf gesloopt. Winnen kan niet meer. Doorgaan heeft geen zin meer.

Lees ook:

De eerste gele trui was voor ‘madame CriCri’

Uiteindelijk wint niet Fransman Christophe, maar de Waal Lambot de zwaarste, meest dramatische en desolate van alle 99 Tours, die van 1919.

En luister ook naar de speciale Tour-aflevering van de Achter de Schermen Podcast. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden