Sportrechtspraak

Deugt het Instituut Sportrechtspraak wel? ‘Het voelt als de slager die zijn eigen vlees keurt’

null Beeld Suzan Hijink
Beeld Suzan Hijink

Een belangrijke arbiter in de Nederlandse sport ligt onder vuur. Deugt het Instituut Sportrechtspraak wel? ‘Het voelt als de slager die zijn eigen vlees keurt.’

Na de slachtoffers in het turnschandaal uiten ook raadsmannen kritiek op het Instituut Sportrechtspraak (ISR). Ze plaatsen vraagtekens bij de onafhankelijkheid en deskundigheid van de instelling, die namens tientallen sportbonden geschillen en misstanden behandelt.

Vorige week besloot het ISR de zaken van enkele turnsters voor­lopig stil te leggen na klachten over de gespreksverslagen. Die zouden ­incompleet zijn en vooringenomen. Volgens de slachtoffers was zelfs sprake van victim blaming en ze ­zouden tijdens de verhoren bot ­bejegend zijn.

Ook juridisch adviseur Leo ten Brink plaatst vraagtekens bij de ­manier van communiceren. Hij is ­gespecialiseerd in ongewenste omgangsvormen. In die hoedanigheid consulteerde NOC-NSF hem in het verleden meermaals, hij deed ook onderzoek naar Toneelgroep Oostpool. Recent stond hij zowel een slachtoffer als een beschuldigde bij voor het ISR. “Wat mij het meest frappeerde, was dat beide cliënten zich niet serieus genomen voelden. Het instituut lijkt te verzuipen in de regels, codes en formaliteiten. De menselijke maat is zoek. Waarom kunnen de gesprekken niet op een wat vriendelijker toon?”

Eenzijdige juridische bril

Onderwerpen als seksuele intimidatie en machtsmisbruik zijn relatief nieuw voor het ISR. De ondervragers lijken zich onvoldoende bewust van de vaak verstrekkende persoonlijke gevolgen hiervan. “Veiligheid is in deze zaken erg belangrijk. De ­procedure moet duidelijk zijn, maar bij mijn cliënten was vooraf niet ­gecheckt of ze alles begrepen. Ook moet iemand zich veilig voelen bij de onderzoekers. Tot mijn verbazing werd het slachtoffer dat ik begeleidde, ondervraagd door een man. Bij zaken rond seksuele intimidatie moeten beide geslachten aanwezig zijn.”

Ten Brink laakt verder de ‘te eenzijdige juridische bril’. “Dat is de ­grote bottleneck. Er is geen evenwicht tussen hoe het slachtoffer en de beschuldigde worden behandeld. Alle bescherming zit bij degene die wordt beschuldigd.” Logisch, stelt hij cynisch. “Het ISR voelt toch een beetje als de slager die zijn eigen vlees keurt. Het is te veel de sport zelf die bepaalt hoe iets behandeld wordt en sportbonden hebben er vaak belang bij dat iets onder de tafel blijft, uit vrees voor negatieve publiciteit. Er zou een neutrale autoriteit moeten zijn. Het ISR riekt naar ­partijdigheid.”

Het Instituut Sportrechtspraak, opgericht in 2003, regelt namens ­zeventig sportbonden in Nederland het tuchtrecht. Dat recht geeft bonden de mogelijkheid leden te straffen wanneer de regels worden overtreden. De zwaarste straf die kan worden opgelegd, is een royement.

Dubbele petten

Advocaat Remco Wortel, gespecialiseerd in sportrecht, waardeert het ISR als initiatief. “Het is goed dat de rechtspraak in sportzaken meer samenhangt, dat je niet meer voor hetzelfde vergrijp bij de ene sportbond anders gestraft wordt dan bij de andere. Er is daardoor iets meer rechtszekerheid, maar de ontwikkeling van het niveau van het instituut gaat niet snel genoeg. Arbiters hebben weliswaar algemene juridische kennis, maar missen vaak specifieke en soms noodzakelijke vak­inhoudelijke kennis.”

“Er zitten bij het ISR ook veel mensen met dubbele petten. De ene dag fungeren ze als tuchtrechter, een volgende als aanklager of advocaat voor een beklaagde en soms zijn ze ook nog betrokken bij NOC-NSF of een sportbond. Ons kantoor heeft inmiddels tientallen zaken voor het ISR gedaan en ik plaats er soms vraagtekens bij of er echt onafhankelijk geoordeeld wordt. Door die vermenging en dubbele petten krijg je de schijn tegen.”

Het ISR heeft weinig vast per­soneel, alleen 3,5 fte op het bureau. Onderzoekers en aanklagers krijgen een vergoeding voor hun werk. Zij werken daarnaast vaak bij de recherche of als officier van justitie. Het bestuur en de tuchtrechters zijn ­vrijwilligers. Volgens bestuurslid ­Peter Vogelzang valt het met die dubbele petten wel mee. “Onder­zoekers, aanklagers en rechters ­hebben geen functie bij een sportbond of NOC-NSF.”

De oud-sportbestuurder en -politieman erkent dat er nog ruimte voor verbetering is, al benadrukt hij dat ‘veruit het leeuwendeel van de zaken goed wordt behandeld’. “Wij zullen de training van onze mensen wel moeten aanscherpen. Vraag tijdens het gesprek: als ik het goed begrijp, bedoelt u …? En: wilt u dit in het verslag hebben? Het is geen strafrecht. Het blijft de verklaring van de betrokkene.”

Juridisch adviseur Ten Brink vindt juist dat het ISR ‘te veel door een ­strafrechtelijke bril kijkt’. “Het moet bewezen worden en anders staat het slacht­offer met lege handen.” Hij is er daarom voorstander van om, voor de minder ernstige zaken, meer mediationmogelijkheden te creëren voordat een zaak voor de tuchtcommissie van het ISR belandt.

Vals beschuldigd

Op dit moment vreest Ten Brink dat een gang naar het ISR vaak meer kwaad dan goed doet. Een slacht­offer kan dubbel slachtoffer worden. “De vrouw die ik bijstond, kreeg een afwijzing die bijzonder kort door de bocht was. ‘De zaak is geseponeerd. Seksuele intimidatie is niet gebleken.’ Dat was het. Een deugdelijke onderbouwing ontbrak. Wat gebeurt er vervolgens met zo’n summiere ­uitspraak? Die gaat een eigen leven leiden. Binnen de club, waar de ­trainer meestal in aanzien staat, wordt dan al gauw gezegd: zie je, hij is vals beschuldigd, terwijl ‘niet gebleken’ niet hoeft te betekenen dat het niet is gebeurd.”

Gezien de belangen die voor de personen in kwestie op het spel staan, is het gebrek aan professio­naliteit en kunde van het instituut volgens Ten Brink pijnlijk. “Mijn cliënt mocht tot mijn verbazing

het verslag van de tegenpartij niet inzien. De onderzoeker van het ISR las voor wat hij van belang achtte. Dan denk ik: wat zijn jullie toch verkeerd bezig. Het gaat om haar. Zij moet toch kunnen lezen wat er over haar gezegd is? Daarbij werd wel ­verwacht dat zij meteen een reactie gaf op het uitgeklede relaas van de ander. Daar moet je iemand toch even de tijd voor geven?”

“Bij mijn beschuldigde cliënt ge­beurde hetzelfde. Hij kreeg geen antwoord op de vraag wat de aanklacht precies was. Hoe kun je je dan goed verweren? Ook ontving ik een incompleet dossier toen ik het opvroeg. Het is absoluut geen professioneel gebeuren.”

Op de hausse aan zaken in 2020 was het ISR niet voorbereid. Alleen al in het laatste kwartaal ging het om 25 turnzaken. “Zo’n toeloop vergt veel onderzoeks- en bureau­capaciteit en die was er onvol­doende.”

Stijgend aantal meldingen

Bestuurslid Vogelzang wijst erop dat het werken met een team van onderzoekers en aanklagers pas het afgelopen jaar is ingevoerd. Voorheen werden de meeste zaken zonder voor­onderzoek door de tuchtcommissies afgehandeld. Het ISR is nog niet zo lang bevoegd om zich uit te spreken over ­intimidatie en machtsmisbruik.

“Dit soort zaken vergt veel meer ­onderzoek. Dat is relatief nieuw voor ons. Het reglement ‘algemeen tuchtrecht’ van het ISR is midden vorig jaar op dit punt aangepast. De sportbonden hebben hun reglementen voor de bevoegdheid van de aanklager moeten aanpassen. Voor die tijd was intimidatie niet strafbaar in het tuchtrecht.”

Om het stijgende aantal meldingen aan te kunnen, heeft het ministerie van volksgezondheid, welzijn en sport de jaarlijkse bijdrage verhoogd van 480.000 naar 520.000 euro. Minstens zo belangrijk, zegt Vogelzang, is dat het ISR dat bedrag dit jaar voor het eerst niet meer via NOC-NSF ontvangt, maar rechtstreeks van het ministerie. “Dat ­onderstreept onze mogelijkheid om onafhankelijk te opereren. Met dat extra geld moet het ISR verder worden geprofessionaliseerd. Maar dat kost tijd, helaas.”

Lees ook:

Instituut dat misbruik in het turnen onderzoekt kan de stroom klachten amper aan

Doordat er steeds meer klachten komen van grensoverschrijdend gedrag, kan het Instituut Sportrechtspraak (ISR) de stroom klachten niet meer aan. Er komt extra personeel.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden