null Beeld

ColumnMarijn de Vries

De wijsvinger van Fabio’s moeder

Fabio Jakobsen is er weer, in de Vuelta. En hij droomt. Van sprints winnen. Gisteren was hij meteen al tweede, of, in zijn eigen woorden: de een na snelste. Ik zoek het interview met hem in de Avondetappe van 2018 erbij.

Beelden bij het monument voor Fabio Casartelli, die in 1995 het leven verloor in de afdaling van de Col de Portet d’Aspet. Hij was nog maar 24. Toevallig zijn de ouders van deze Fabio ook bij het monument. Ze ontmoeten elkaar. Aarzelend herhaalt de moeder de naam van de jongen die naar haar zoon vernoemd is. “Fa- ­Fabio?” Ze steekt een hand uit en legt die eerst op zijn schouder, en dan zachtjes op zijn wang.

Twee Fabio’s. Allebei wielrenner. Allebei bulkend van het talent. Het kan geen toeval zijn. En dat is het ook niet. Toen Fabio Casartelli verongelukte, keek de moeder van Fabio Jakobsen televisie. Niet veel later bleek ze zwanger van een zoon. De naam was blijven hangen. “Hee, Quickstep?” De wijsvinger van de moeder van Fabio Casartelli drukt voorzichtig op het merkje op de borst van Fabio Jakobsen. “Ja”, lacht hij verlegen. Hij krijgt nog een keer haar hand op zijn wang.

Hoe reageer je dan? Fabio wist het niet. Wie zou het wel weten, in zo’n situatie. Later vertelde hij wat hij misschien had moeten doen: “Had ik mijn armen maar om die moeder heen geslagen. Maar ik ben hun zoon niet. En ik kan hem ook niet terugbrengen.” Ze hadden elkaar aangekeken. Ze kregen er allebei tranen in de ogen van. “Ik kreeg kippenvel, en dacht: we mogen maar blij zijn dat we er nog zijn.”

Huiveringwekkende woorden als je weet wat daarna gebeurde. Want het had niet veel gescheeld of Fabio Jakobsen was er ook niet meer ­geweest. Net als zijn naamgenoot maakte hij een doodsmak, in de Ronde van Polen. Een massasprint, duwen en trekken, en dranghekken die los stonden. Fabio viel er middenin. Het is nu een jaar geleden dat hij uit zijn kunstmatig coma ontwaakte. Met vele operaties is ­Fabio’s gezicht gerepareerd, heeft hij weer tanden in zijn mond, en het wonderlijkste van al: hij sprint bijna als vanouds.

Wielrenners spreken liever niet van toeval. De koers is zo intens, dat ze graag geloven dat ­alles gebeurt met een reden. Daarmee bezweren ze de gevaren. Of beter: ontkennen ze de nutteloosheid van het opzoeken ervan. Sloeg dus het noodlot toe, toen Fabio Casartelli zo ongelukkig viel dat hij het ­leven liet? En was Fabio Jakobsen dan voorbestemd om het wel na te kunnen vertellen?

Twee verhalen over twee wielrenners met dezelfde naam. Het had hetzelfde kunnen eindigen. Je hoort vaak over engeltjes op schouders. Fabio Jakobsen had er eentje, zeggen ze dan. Maar wat zeg je daarmee over zijn overleden naamgenoot – had die geen engeltje verdiend? Ik denk dat, hoe we ook bezweren willen, er voor veel dingen geen reden is. Het is toeval. En toeval is een rotding. Het geeft geen houvast, en is daardoor nauwelijks te accepteren.

Zo Fabio al iets had dat hem beschermde, dan was het geen engeltje op zijn schouder. Dan was het de zachte afdruk van de wijsvinger van de moeder van ­Fabio Casartelli, vlak boven zijn hart. Hij is haar zoon niet. Maar heel misschien, door het toeval, toch een beetje.

Journalist en voormalig profwielrenner Marijn de Vries fietst u elke maandag door het sportweekend. Lees hier eerdere columns terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden