Beeld Trouw

ColumnMarijn de Vries

De wielrenners en het hertenjong

Op een mooie vrijdagmorgen ging de zon stralend en warm op. De bergtoppen gloeiden goud en het werd steeds lichter in de dalen, terwijl de wielrenners langzaam wakker werden. Ze ­rekten zich uit, aten een flink bord havermout en kusten hun vrouw en kinderen gedag. Ze zwaaiden een been over het zadel en lieten hun fiets eerst een stukje bergafwaarts rollen. Daar troffen ze elkaar, bij een koffiebar. Zonder een goede kop koffie ­gingen ze niet op pad. Nooit.

“Waar gaan we vandaag heen?”, vroeg de wielrenner die Michael heette. “Ik heb wel zin om eens te kijken hoe de Coll d’Ordino erbij ligt vandaag”, zei de wielrenner die Robert heette, terwijl hij het bloemblaadje waar de barista zo zijn best op had gedaan van zijn cappuccino slurpte. Michael knikte. Het was eigenlijk een retorische vraag. Robert kende alle ­wegen in Andorra, zelfs de kleinste gravelsporen en steilste ­geitenpaadjes. Hij bepaalde altijd de route.

In een ver verleden reden deze wielrenners wedstrijden. Ze konden het zich al bijna niet meer heugen, zo lang was het geleden. Soms haalden ze herinneringen op terwijl ze fietsten. Een andere keer probeerden ze te raden welke wedstrijd er vandaag zou zijn geweest. De Dauphiné? De Ronde van Zwitserland? Het was al een tijd geleden dat ze het zonder nadenken direct konden zeggen.

Toefje versgevallen sneeuw

Vandaag praatten ze niet, maar genoten ze van de uitzichten. ­Andorra was lentegroen, met op de toppen van de bergen een ­toefje versgevallen sneeuw. Behalve de vogels en het ruisen van stroompjes water was er niks te horen. Geen auto, geen vliegtuig.

“Wat is dat?”, doorbrak Robert de stilte. Hij wees. Ver voor hen, op het wegdek, lag een bruin hoopje. “Het zal wel een dood dier zijn”, zei de wielrenner met de naam Magnus. “Nee, het ­beweegt”, zag de wielrenner die Jimmy heette. Langzaam naderden ze. Het beestje bewoog nog een keer en opeens zagen ze het, door de tekening op de rug: het was een hertenjong! Wat deed dat nou daar, helemaal alleen op het asfalt?

De wielrenners stapten af en bogen zich over het hertenjong heen. Het rilde en piepte, maar bleef zitten. Gefascineerd keken ze naar het kleine dier. Magnus stak een hand uit. “Niet aan­raken”, fluisterde Robert. “Dan zit straks jouw geur eraan en herkent de moeder het niet meer.”

Trainen, hijgen, kilometers maken

“Auto achter!”, riep Jimmy. ­Gefocust op het hertenjong als ze waren, merkten ze het voertuig dat om de bocht kwam scheuren pas op het laatste moment op. ­Instinctief zetten ze hun fietsen rond het hertenjong, om het te beschermen. Nu ze het eenmaal gevonden hadden, besloten ze het ook te redden. Robert pakte zijn mobiel en belde de boswachtersdienst. Het hertje zat intussen nieuwsgierig aan het voorwiel van Michael te snuffelen. Er zou hulp komen, begrepen ze via de telefoon.

Uit een ver verleden, toen ze nog wedstrijden reden, herinnerden ze zich dat dit het moment was waarop ze een beetje nerveus zouden worden. Ze moesten verder. Trainen. Hijgen. Kilometers maken.

Jimmy plofte in het gras langs de kant van de weg. Magnus trok een reepje open en begon te eten. Michael zette een muziekje op. Robert stond zoals gewoonlijk ­foto’s te maken, tot de brandweer om de hoek kwam. Het hertenjong werd voorzichtig opgepakt en meegenomen. Meteen leek het alsof er nooit een hertje was geweest. De wielrenners keken elkaar aan, stapten op en reden weg.

Journalist en voormalig profwielrenner Marijn de Vries fietst u elke maandag door het sportweekend. Lees hier eerdere columns terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden