null Beeld Werry Crone
Beeld Werry Crone

Bankzitter

De voetbalwereld heeft me danig op de proef gesteld, maar ik blijf dat jongetje van veertien

Vanaf het moment dat mijn vader me op zondag 8 oktober 1978 meenam naar Haarlem-FC Twente, ben ik geen dag ouder geworden. Ik was veertien jaar, het was de eerste wedstrijd in het betaalde voetbal waar ik daadwerkelijk bij was, die ik beleefde, in een stadion, vanaf een tribune, met publiek. De spelers die ik daarvóór alleen kende van televisie, uit de krant, van posters die aan de muur van mijn slaapkamer hingen en van de plaatjes in mijn ­Panini-album, liepen nu twintig meter naast me het veld op.

Ik zat ademloos toe te kijken. Dit waren grootheden – onbereikbaar, maar nu zo dichtbij. De magie van het voetbal, die mij in mijn jongste jeugd al in zijn greep had, omhelsde mij die dag nog steviger. Om me nooit meer los te laten.

Het WK in Argentinië, in de zomer van 1978, was toen net achter de rug. De grote toernooien, die waren het mooist. Die waren er iedere twee jaar; in oneven jaren was de zomer steevast saai. Ik telde de weken af tot de start van de nieuwe voetbalcompetitie en kreeg kippenvel als ik aan de radio gekluisterd de aftrap van de eerste eredivisiewedstrijd van het seizoen mee beleefde. Eindelijk weer ...

Met de Var heeft het voetbal een paard van Troje binnengehaald

Ik ben nog steeds dat jongetje van veertien. Nog steeds kijk ik vol bewondering naar profvoetballers. Ben ik gespannen voor belangrijke wedstrijden. Kan ik van de bank springen als er een doelpunt wordt gemaakt. Geniet ik van stadions, van het publiek, van onverwachte wendingen. Erger ik me aan tijdrekken, aan tv-commentatoren en aan schwalbes. En kijk ik reikhalzend uit naar grote toernooien.

De voetbalwereld is een snoepwinkel, voor jongetjes van veertien. Maar ik ben de laatste jaren wel danig op de proef gesteld. De aloude Europa Cup-­toernooien, met hun prachtige knock-outwedstrijden, zijn omgevormd tot een Champions League, een Europa League en nu zelfs een Conference League. Met de verschrikkelijke Var heeft het voetbal een paard van Troje binnengehaald. WK’s en EK’s hebben aan charme verloren, door duo-organisaties, corrupte toewijzingen en de enorme toestroom van deelnemers. Aan het EK van 1988 – dat Oranje won – ­namen slechts acht landen deel. En hoe mooi was dat?

Vrijdag 11 juni begint het EK van 2020, in het oneven jaar 2021, met 24 landen, in elf speelsteden ... Maar ja. Ik kan niet wachten. Want ik ben veertien.

Mijn vader overleed in 2000. Dank je pa, dat je me meenam, in 1978.

Dit is de eerste aflevering uit een reeks columns naar aanleiding van het EK van 2021.

Lees ook:

Frank de Boer en zijn eigen lessen: Ik geloof in harmonie

Bondscoach Frank de Boer beschouwt Oranje nu niet als topland. ‘Maar wij zullen nooit met de kont in de zestien gaan hangen.’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden