Column Henk Hoijtink

De vergelijking met de WK-finalist van 2010 wordt al zonder reserve gemaakt

Oranje en bondscoach Ronald Koeman doen het prima. De coach bracht nieuwe spirit, discipline en duidelijkheid, de spelers voegden er energie en welwillendheid van zichzelf bij.

Dat het volk weer trots kan zijn op Oranje, is mij gauw iets te nationalistisch en we zitten bovendien nog niet in het stadium van de prijzen (dus ja, waarop ben je dan trots?), maar het is weer leuk om naar de ploeg te kijken.

Allemaal open deuren, ja, maar ik trap ze toch maar even in. Je kunt niet voorzichtig genoeg zijn in het tegenwoordige jubelklimaat. Vandaar, vooraf: prima wat ze doen, coach en spelers.

Op slag vergeten

Maar is het toch niet raar dat je na de prachtige overwinning op Duitsland – waarbij het, geef toe, óók meezat – niemand hoorde over de kansloos van Portugal verloren Nations League-finale? Drie maanden geleden nog maar, op slag vergeten, uitgewist.

Tegen Estland, daarna, was de opgeklopte vraag of Oranje dit ook zou kunnen, als favoriet nu. Dat was heel iets anders, toch? ­Iemand had kunnen zeggen dat dit Oranje in maart met 4-0 van Wit-Rusland won, geen centje pijn natuurlijk, maar niemand zei het. Relativering, het bredere perspectief, de memorie – ze verpesten de sfeer maar.

Sport is entertainment. Ik zal me ertegen blijven verzetten. Als dat zo is, als het dat alleen is, kunnen ze Ron en Carlo Boszhard net zo goed op onze plaatsen neerzetten. Maar het is vechten tegen de bierkaai. Sport moet entertainment zijn: leuk, prettig, niet moeilijk doen.

Spelvreugde

“Wanneer komt de spelvreugde?”, vroeg de presentator in de rust van Estland-Nederland. “Die komt vanavond niet”, zei Rafael van der Vaart. Terecht natuurlijk. Éstland-Nederland: winnen en over tot de orde van de dag. Maar het was zichtbaar niet het verlangde antwoord.

Ryan Babel trok een vergelijking met de WK-ploeg van 2010. Hij was destijds niet-spelende ­reserve. Dit team is hechter, zei hij. In zijn beleving – dat zei hij er dan nog wel bij – wilden de topspelers van toen (Robben, Sneijder, Van Persie; Van der Vaart telde hij er ook bij) allen de nummer 1 zijn. Dat kan Oranje op een paar procent de wereldtitel hebben gekost, schatte hij nu in.

In mijn beleving was de hechtheid van die ploeg uiteindelijk nauwelijks meer te harden. De spelers schoven in de latere fases van het toernooi als zwevende zendelingen van de eendracht voor de interviewtjes bij ons aan. In mijn beleving werd Oranje geen wereldkampioen, omdat één ploeg net iets beter was.

Het is niet meer genoeg, niet leuk, om te zeggen dat het fijn is dat we weer met een frisse ploeg op een toernooi zullen zijn, het EK straks. Nee, een vergelijking met een WK-finalist wordt al zonder reserve, zonder tegenwerping genotuleerd en overgenomen.

Ziele­kijker 

Ronald Koeman zei dat de spelers ook naar elkaar toe groeien, omdat er zonder de grote spelers van voorheen nieuwe banden ontstaan. Je hoeft geen ziele­kijker te zijn om dat te begrijpen. Maar overdrijf het niet. Denk niet zo gauw dat het iets bijzonders is. Andere landen smeden ook een eenheid, zeker op toernooien, waarschuw ik dan altijd – en sommige zijn er verduveld goed in.

Georginio Wijnaldum zei in het Algemeen Dagblad dat het Oranje van 2014 voor hem (in zijn tijd) het beste Oranje blijft. Dat was (kwalitatief gezien) de houtje-touwtjeploeg van Louis van Gaal, ja, derde op het WK. Die was hecht, zei Wijnaldum, en het begint er nu weer op te lijken.

Niet heel leuk nog, nee, niet pakkend. Verstandige taal, alleszins positief en toch een slagje anders dan die van Babel, maar ja, wie zit daar nog op te wachten?

Chef sport Henk Hoijtink bespreekt in zijn columns de voetbalwereld. Lees ze hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden