ColumnHenk Hoijtink

De ultieme les die ook Louis van Gaal moest leren

Begin 2014 interviewde ik Louis van Gaal, die zich opmaakte voor zijn droom: als bondscoach op een WK zijn. Ik schrijf het begin van het interview hier even uit – we hebben nu toch alle tijd, en een beetje verstrooiing kan geen kwaad. Het jaar van zijn droom was aangebroken, wilde ik als opening zeggen, in de serre van Huis ter Duin in Noordwijk. Van Gaal onderbrak me al. “Ik ben blij dat jij begrijpt dat het mijn droom is”, zei hij. Dat is toch alom wel duidelijk, zei ik. Hoe vaak had hij het niet gezegd, en elke amateurpsycholoog begreep toch wel waarom en waardóór dit in zijn aflopende voetballeven een droom was?

“Nou, er zijn mensen die daar veel moeite mee hebben, om dat zo te zien”, zei Van Gaal onverstoorbaar. “Sommige collega’s van je begrijpen nog steeds niet dat dat inderdaad een droom van me is. Ik denk dat het volk het wel begrijpt – en het me ook gunt, ja.”

Van Gaal was al langer chagrijnig geweest. Hij had zelfs gezegd dat hij het bondscoachschap spuugzat was. Dat was verkeerd gevallen, dat hij dat zei over de hoogste voetbalbaan van het land, en daar was Van Gaal dan weer geprikkeld over en dat legde hij op zijn manier uit: dat zijn droom hem niet werd gegund.

Ik zou de Ierland-Nederland van 1 september 2001 graag eens terugzien, schreef ik vorige week. De NOS zond na het EK 1988 Spanje-Nederland uit, de hallucinerende eerste wedstrijd van het WK 2014. Tom Egbers kondigde aan dat eerst de voorgeschiedenis ervan zou worden getoond. Even dacht ik nog: hé, toch ook Ierland-Nederland. Maar nee, het ging om de trainingen in Hoenderloo, de oefenwedstrijden.

Niets meer dan de Ierland-Nederland van 1 september 2001 was de voorgeschiedenis van de Spanje-Nederland van 13 juni 2014. Nóg zie ik Mick McCarthy, de Ierse coach, in het perskamertje van het oude Lansdowne Road zitten: in korte broek, zoals hij ook had gecoacht, de blote benen nu zichtbaar onder het tafeltje. Zijn analyse: “The lads did a fantastic job” – of zoiets. Naast hem Louis van Gaal, starend in het oneindige, minutenlang.

Bij iemand als Louis van Gaal is ook wraak nooit ver weg

Hier ontkiemt de droom. De droom van revanche, genoegdoening, wraak. Bij iemand als Louis van Gaal is ook wraak nooit ver weg. Er is een vijand nodig om je op te wreken – in de serre van Huis ter Duin zomaar ineens mijn collega’s die hem zijn droom niet zouden gunnen.

Niemand misgunde hem natuurlijk zijn droom, en hij deed het geweldig op het WK 2014 en in de weken ervoor. Hij deed alles wat hij kon, alles wat hij kon aanspreken, en daarmee kreeg hij de spelers zo ver dat ze aan zijn lippen hingen, dat ze werkelijk geloofden dat de wedstrijden zich exact zo voltrokken als hij het had uitgetekend – wat niet kan. De spelers van 2001 geloofden er niet meer in. Ze, zeker degenen die met hem bij Ajax hadden getraind, hadden er lang in geloofd, maar nu niet meer.

De groep van 2014 was de bes­te waarmee hij had gewerkt, zei Van Gaal niet zonder reden. Dit was zijn wraak op de betere spelers, ooit de zijne, van 2001. Hij kon die wraak nemen, uiteindelijk. Maar hoe mooi, hoeveel leerzamer dan de duikkopbal van Van Persie, was niet (over voorgeschiedenis gesproken) het chagrijn van Van Gaal vóór het WK 2014? Hij creëerde vijanden om te maskeren dat hij er een hard hoofd in had – wat niet vreemd was met zo’n matige ploeg.

Trek de lijnen van 2001 naar 2014 en je hebt de ultieme les die ook Louis van Gaal moest leren, starend naast een rauwe Ier in korte broek, wiens matige spelers hadden willen geloven wat hij zei.

Redacteur Henk Hoijtink bespreekt in zijn columns de voetbalwereld. Lees ze hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden