ColumnHenk Hoijtink

De trainerscarrière die aan Dick Advocaat voorbijging

null Beeld

Nog één wedstrijd, dan is Dick Advocaat ervan af. We zullen nooit weten wat hij werkelijk van zijn laatste seizoen bij Feyenoord heeft gevonden – een martelgang, schat ik in. Hij zal er eens iets van zeggen, maar het diepste niet, en niet alleen omdat hem de gave van het vloeiende woord niet is gegeven.

Hij zal het bij zich houden, omdat je zoiets niet zegt volgens de ongeschreven regel in de enige wereld die de zijne kon zijn. Bescherm club en spelers, zegt die regel, en ongeschreven regels schend je niet. Het is hem meegegeven, en wat hem is meegegeven zal en wil hij nooit vergeten. (Beschermde hij zijn spelers niet, als hij wel­eens zei dat ze niet zo goed zijn? Och, hij had zoveel meer kunnen zeggen.)

Ik sprak laatst Co Adriaanse. Het ging over het gezag dat een trainer nog kan hebben. “Spelers in de top zijn bijna allemaal individualisten die primair aan zichzelf denken”, zei Adriaanse. “Ik heb het idee dat trainers het nog wel zien, maar ze grijpen niet in. Als ze dat wel doen, hebben ze een conflict en dan liggen zij eruit. Ze branden er hun vingers niet aan. Dat is minder leuk voor een trainer, lijkt mij. Ik zou bijna elke zondag sterven op de bank. Ik kan daar niet tegen.”

Ik sprak Leo Beenhakker. Als hij Feyenoord ziet, ziet hij elf spelers, zei hij. “Ze spreken niet in wij, ze spelen hun eigen wedstrijdje. Dat is een van de problemen op dit moment, het maakt het moeilijker het maximale uit een team te halen.”

De trainer, zou je dan kunnen zeggen, moet die elf spelers bij elkaar brengen, toch? “Advocaat is niets te verwijten”, zei Beenhakker. “Ik woon bij de Kuip, hè, ik zie nog trainingen. Advocaat heeft er alles in gestopt wat hij in zich had, zijn ziel en zaligheid. Maar je ziet bij spelers dat ze goed ván het voetbal leven, maar niet vóór het voetbal leven.”

Wat is een goede trainer?

Oudere mannen en hun praat? Marco van Basten sprak, hier aangehaald, woorden van gelijke strekking. Schraap er bij Adriaanse en Beenhakker iets van vertekening vanaf, dan nog blijven ze de kern raken.

Ze spreken met de reflectie van de levensjaren. Adriaanse mijmerde op een mooie manier. Hij vraagt zich nu weleens af, zei hij, of hij iets indertijd wel goed heeft gezien. Ik zag hem altijd als een denker, en bij denken hoort twijfel. Maar als trainer twijfelde hij nooit, zei hij. Zijn twijfel is als het ware een postume.

Van Basten, de denker, draait dingen graag om. Ze zeggen dat het een ervaringsvak is, maar worden veel oudere trainers juist niet minder? Adriaanse ging daarover nadenken. “Een beginnende trainer wordt niet geblokkeerd door het verleden, door het gevoel dat ze die film al een keer gezien hebben”, zei hij me. Hij werd filosofisch: “Je leven gaat aan je voorbij en zo gaat ook je trainerscarrière aan je voorbij.”

Ze weten allang, de denkers, oud en jonger, dat een trainer niet alles aan een touwtje kan hebben. Wat is een goede trainer? Ach, hij is van zoveel afhankelijk.

Maar het is niet moeilijk Dick Advocaat te plaatsen. Zijn trainerscarrière is aan hem voorbijgegaan, hij zal hebben getwijfeld en hij zal dat straks nog geregeld doen, en ja, hij zal meer dan eens zijn gestorven op de bank. Hij is, simpelweg, een van de grotere trainers in onze voetbalgeschiedenis. Geen hiërarchie verder, de denkers weten hoe onzinnig dat is – en Dick Advocaat, de kleine man die altijd het gevoel heeft gehad zich te moeten bewijzen, uiteindelijk toch ook.

Gaan jongeren het beter doen? We zullen zien. Hij ook, zo nu en dan – het is hem gegund – aan een praattafel, waar hij het diepste ook daarvan niet zal zeggen.

Henk Hoijtink bespreekt in zijn columns de voetbalwereld. Lees ze hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden