Graffitti van Juventus-voorzitter Andrea Agnelli, die het voetbal de doodsteek geeft.

AnalyseSuper League

De Super League liet vooral zien hoe anders Amerikanen tegen sport aankijken

Graffitti van Juventus-voorzitter Andrea Agnelli, die het voetbal de doodsteek geeft.Beeld AFP

Het plan voor een nieuwe Super League leidde deze week tot collectieve verontwaardiging. Op de achtergrond speelt de snel groeiende invloed van Amerikanen op het Europese voetbal. Ze kwamen hard in botsing met de Europese sportcultuur.

In 1949 werd Faas Wilkes bij ­Internazionale uit Milaan profvoetballer, een fenomeen dat in Nederland nog niet bestond. Voetbalbond KNVB reageerde boos: Wilkes werd voor enkele jaren uitgesloten van het Nederlands elftal. In 1995 kwam schaatser Rintje Ritsma met het revolutionaire plan om buiten de kernploeg van de KNSB een eigen commerciële ploeg te beginnen. Ritsma wilde meer zeggenschap krijgen over zijn rechten en wist dat er veel meer geld uit zijn prestaties was te halen. De schaatsbond sprak er schande van, een rechtszaak was het gevolg.

En zo ging het veel vaker in de sportgeschiedenis. Nieuwe initiatieven die ‘het grote geld’ in een sport moesten brengen, konden vaak op verontwaardiging rekenen. Dan vallen termen als ‘geldwolven’. Het verwijt dat het in zou druisen tegen het wezen van de sport is ook nooit ver weg.

Deze week bleek dat opnieuw. Van presidenten als Emmanuel Macron tot premiers als Boris Johnson en Mario Draghi, allemaal gaven ze in ferme bewoordingen blijk van hun afkeuring van het plan van twaalf grote voetbalclubs uit Engeland, Spanje en Italië. Manchester United, Manchester City, Liverpool, Chelsea, Arsenal, Tottenham Hotspur, Barcelona, Real Madrid, Atlético Madrid, Internazionale, AC Milan en Juventus kondigden een eigen Super League aan. Het leidde tot een zeldzaam volksoproer. Binnen twee etmalen werd de tijdbom onder het internationale voetbal weer onschadelijk gemaakt. De vraag bleef waarom dit alles was gebeurd en hoe het verder gaat.

Topsport als entertainmentindustrie

Misschien ging het in de kern wel om een trans-Atlantische cultuurclash. De Super League was opgezet naar het voorbeeld van de Amerikaanse profcompetities in het honkbal, basketbal, ijshockey en voetbal. Die worden niet geleid door bonden maar door private ondernemingen. De clubs, ook bedrijven, zijn daar via een soort franchise­constructie onderdeel van. Het is een succesvol model. Amerikanen zien topsport op de eerste plaats als entertainment­industrie die plezier geeft, maar waar ook goed geld aan te verdienen is. Het is business.

Nu roeren de Amerikanen zich ook al een tijdje in het Europese voetbal. Afgelopen jaar waren volgens KPMG twaalf clubs op het hoogste niveau in Italië, Frankrijk en Engeland (groten)deels in handen van vaak puissant rijke Amerikanen. Hun aandeel in het topvoetbal zal naar verwachting verder toenemen. In het voetbal zelf zijn ze niet per se geïnteresseerd. Toen Malcolm Glazer bij zijn overname van Manchester United in 2003 op een persconferentie de vraag kreeg of hij drie spelers uit de selectie kon noemen, moest de Amerikaanse miljardair een antwoord schuldig blijven.

Het idee voor de Super League werd al in 2016 op tafel gelegd door Stephen Ross, een Amerikaan met een geschat vermogen van 7 miljard dollar, donateur van Donald Trump en eigenaar van de American footballclub Miami Dolphins. Dat voetbal in Europa, met slecht geleide clubs die zich moeten onderwerpen aan de Uefa met statuten en reglementen, benutte in de ogen van Ross zijn commerciële potentie niet. Voetbal kon grote nieuwe markten aanboren, van Amerika tot Azië.

In het Europese voetval zitten veel risico's

Het idee sluimerde jarenlang. Aan de eigenaren van Manchester United, de familie Glazer, hoefde Ross weinig uit te leggen: die zijn immers ook Amerikaans. Ook Liverpool heeft al sinds 2010 een Amerikaanse eigenaar: John W. Henry, een miljardair die tevens de profhonkbalclub Boston Red Sox bezit. Ook Arsenal heeft in Stan Kroenke een Amerikaanse miljardair als eigenaar. In eigen land bezit hij ook clubs in het professionele basketbal en ijshockey. Ze hebben een andere visie op topsport vanuit een andere cultuur.

Waar clubs in de Amerikaanse profliga’s altijd verzekerd zijn van deelname, en salarisplafonds en regelingen voor het aantrekken van spelers erop gericht zijn om onderling voldoende spanning te houden, zitten in het Europese voetbal veel meer risico’s. Het zit de bazen van grote clubs al jaren dwars dat ze nooit echt kunnen rekenen op inkomsten uit de Champions League, omdat deelname niet verzekerd is. Wat hen ook steekt: de Uefa is de baas over de Champions League, de inkomsten en een groot deel van de marketingrechten. De voorzitter van ­Juventus, Andrea Agnelli, strijdt daar ook al jaren tegen. De zakenman uit de Fiat-dynastie vond ook in Real-voorzitter Florentino Pérez een medestander. Met de Super League zouden ze zelf de baas worden, over alle rechten en het geld.

Spandoeken aan de hekken van Anfield, het stadion van Liverpool. Beeld Reuters
Spandoeken aan de hekken van Anfield, het stadion van Liverpool.Beeld Reuters

Corona gaf het laatste zetje. Door de lege stadions, wegvallende merchandising en andere inkomsten staat bij de clubs het water aan de lippen. Juventus boekte alleen al over de tweede helft van 2020 een verlies van 113 miljoen euro. Barcelona zag door de pandemie de omzet met 1,2 miljard teruglopen en bij Real Madrid liepen door omzetverlies van 300 miljoen euro de toch al torenhoge schulden verder op. Verlekkerd keken die clubs al naar de 10 miljard euro die mede dankzij (nog onbekende) investeerders in de Super League jaarlijks zou omgaan. Investeerders en durfkapitalisten stappen het liefst in bedrijven die met de rug tegen de muur staan. De Amerikaanse zakenbank

Een donderslag bij heldere hemel

J.P. Morgan had ze klaarstaan. Drastisch bezuinigen zagen en zien de clubs nauwelijks als een optie. In de ratrace om bij te blijven, supporters tevreden te houden en de inkomsten zo hoog mogelijk, blijven ze zoeken naar nieuw geld. Meer, meer, meer.

En zo werd ineens de Super League gelanceerd. Zonder veel communicatie met andere partijen. Of het nu de Uefa, Fifa, nationale bonden, (ex-)voetballers, coaches en – vooral – de fans waren: dit was voor hen een donderslag bij heldere hemel. Een coup. Een orkaan van protest stak op.

De Uefa dreigde de twaalf clubs te schorsen. De Europese voetbalbond vervult een dubbelrol. Het is niet alleen de federatie van 55 bonden, maar verdient zelf ook heel veel aan de eigen Champions League. Die is sinds 1992 – toen ‘een gedrocht’ genoemd door Louis van Gaal – uitgebouwd, met meer clubs en (veel) meer geld. Maandag kwam de Uefa met het plan om daar vanaf 2024 nog eens een paar scheppen bovenop te doen: van 32 naar 36 clubs, bijna een verdubbeling van het aantal wedstrijden en een omzetverhoging van 3,5 naar 5 miljard euro. Per club gaat de (minimale) opbrengst van deelname van 40 naar zo’n 70 miljoen euro. Dat de kwaliteit en spanning van het topvoetbal volgens kenners nu al lijdt onder de overdaad aan wedstrijden, lijkt niet meegenomen in de overwegingen. Datzelfde geldt voor de gevolgen voor de nationale competities. De kloof tussen de Champions League-deelnemers en de rest zal nog verder groeien. Die ontwikkeling is in de eredivisie met Ajax nu al te zien.

Fans van Chelsea protesteren bij stadion Stamford Bridge in Londen tegen de toen nog dreigende deelname van hun club aan de nieuwe Europese Super League Beeld AP
Fans van Chelsea protesteren bij stadion Stamford Bridge in Londen tegen de toen nog dreigende deelname van hun club aan de nieuwe Europese Super LeagueBeeld AP

Zelf baas over de club

De Uefa kan nu het plan doorzetten. Het acht zich voorlopig de grote winnaar in de strijd om de macht en de knikkers. Clubs als Bayern München en Paris Saint-Germain waren niet betrokken bij de Super League en veroordeelden die ook. Duitse Traditionsvereine zoals Bayern blijven altijd voor 51 procent zelf de baas over de club en hekelen vaak de particuliere, externe bazen bij concurrenten.

Bij Paris Saint-Germain, toch het toonbeeld van de poenerigheid in het voetbal, speelde iets anders. De club is in handen van Qatar Investments, een bedrijf gelieerd aan de overheid die volgend jaar ­samen met de Fifa het WK organiseert. En de Qatarese voorzitter Nasser Al-Khelaïfi zit in het uitvoerend comité van de Uefa.

In die kluwen van belangen hadden de twaalf muitende clubs één partij toch wat over het hoofd gezien: de voetbalfans. Die gaven deze week krachtig uiting aan het geloof dat het in Europese sportcultuur nog altijd draait om sportieve, eerlijke en open competitie met voor iedereen gelijke kansen. De charme dat de kleine club kan winnen van een grote. De vraag is of dat niet inmiddels een illusie is. KPMG voorspelt jaarlijks op basis van begrotingen en investeringen welke clubs de poulefase van de Champions League overleven. De afgelopen twee seizoenen had het accountantsbureau er respectievelijk vijftien van de zestien en zestien van de zestien goed.

Dat het grote geld allang regeert, weten ook de honderden woedende fans van Chelsea die zich dinsdagavond verzamelden bij stadion Stamford Bridge stiekem wel. Bij de Londense club is al achttien jaar een Russische miljardair eigenaar: Poetin-vriend Roman Abramovich. Maar de Chelsea-fans waren deze week, net als die in Liverpool en Manchester, vooral bang dat hun club uit de Premier League zou worden gestoten. Zoals de aanhang van Real Madrid, Barcelona en Atlético in Spanje bevreesd was voor verbanning van hun club uit La Liga, en die van Internazionale, AC Milan en Juventus voor uitsluiting van de Serie A. De meeste supporters vinden die nationale competities, met hun derby’s en sentimenten, veruit het belangrijkste.

De voetballiefhebber trok een streep

De eigenaren van hun club dachten groter, verder, mondialer. Ze zagen interessante mogelijkheden in streamingsdiensten die wereldwijd voetbalkijkers à la Netflix tot abonnementen konden verleiden. De Amerikaanse techgigant Amazon begeeft zich met Prime Video niet voor niets ook al op de Europese voetbalmarkt. Maar de voetballiefhebber trok een streep: de Super League gaat te ver. En zo verkruimelde de Super League, met de diepe spijtbetuiging van John Henry richting de supporters van Liverpool als treffendste illustratie van de knieval voor het volk.

En nu? Clubeigenaren gaan zich beraden op hun aandelen en hun positie. Tegelijkertijd lieten de Super League-clubs bij het hijsen van de witte vlag weten dat hervormingen in het voetbal hoe dan ook nodig zijn. De Uefa wil met hen in gesprek en predikte eenheid. Die is voorlopig ver te zoeken.

De strijd om de macht en de miljarden gaat door. Het zijn de optimisten die deze week het geloof uitspraken dat de opstand van de gewone fan een historisch keerpunt kan zijn. Dat er nu een grens getrokken is in de verwording van een volkssport tot een speeltje van een elite die elk gevoel voor de realiteit en de romantiek van het voetbal uit het oog is verloren.

Lees ook:
De Super League is uiteengespat, maar de strijd om macht en miljarden gaat door. ‘Ik heb jullie pijn gedaan’

Binnen 48 uur na de lancering verkruimelde het revolutionaire plan voor een nieuwe Europese voetbalcompetitie. De Super League is alweer van de baan, voorlopig.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden