Atlas voor gemeenten 2020

De sportiefste inwoners van Nederland? Die wonen in Amersfoort en Utrecht

Buitensporters in Amersfoort. Volgens de Atlas voor gemeenten is dat dé sportstad van Nederland.Beeld Hollandse Hoogte / Jaco Klamer

Woensdag verschijnt de jaarlijkse Atlas voor gemeenten. Dit keer is sport er als thema uitgelicht. ‘Alleen investeren in het sportaanbod blijkt niet tot meer sportdeelname te leiden.’ Vier vragen.

Sport staat meer dan ooit in de maatschappelijke belangstelling, nu corona ons er pijnlijk aan herinnert hoe belangrijk een fit lichaam voor de weerstand is. Zo bezien is de themakeuze van de jaarlijkse Atlas voor gemeenten een gelukkige. Voor het eerst is het sportaanbod in de vijftig grootste gemeenten van Nederland in kaart gebracht, net als de sportdeelname.

Beeld Sander Soewargana

De politiek beschouwt sport al langer als preventief middel tegen stijgende zorgkosten en gezondheidsproblemen als obesitas. Dat was de reden waarom de onderzoekers ver voor de pandemie dit thema kozen. Hoewel de corona-effecten op de sportbeoefening niet zijn meegenomen, is het onderzoek relevant omdat juist de gemeenten het merendeel van de publieke uitgaven aan sport voor hun rekening nemen: 90 procent van de grofweg 1,3 miljard euro per jaar – goed voor gemiddeld 1,6 procent van de gemeentelijke begroting.

Welke gemeenten slagen erin hun inwoners in beweging te krijgen? Samen met de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen is er een rekenmodel gemaakt, waarbij het aantal inwoners wordt meegewogen. Zowel het sporten in verenigingsverband als individueel sporten (hardlopen, fietsen en fitness) is onderzocht.

Vandaag worden de resultaten gepresenteerd. Een van de sprekers is arts Carl Verheijen, oud-schaatskampioen en chef de mission van de komende Winterspelen. “De Atlas biedt nieuwe inzichten voor de beleidsbepalers. Het is heel belangrijk dat zij de waarde gaan inzien van sportfaciliteiten. Bezuinig daar niet meer op, omdat bijvoorbeeld de zorgkosten voor ouderen oplopen. Op de korte termijn begrijp ik die afweging. Maar voor de lange termijn is het belangrijk om aan de basis van gezondheid te werken, en dat is sport.”

Wat zijn de belangrijkste uitkomsten?

Opvallend is dat gemeenten met veel aanbod van sportaccommodaties niet per se de meest sportieve inwoners hebben. “De samenhang tussen sportaanbod en -deelname is minder sterk dan je zou verwachten”, zegt onderzoeker Sandra Muilwijk. Bijvoorbeeld Emmen en Venlo hebben veel aanbod, maar behoren niet tot de meest sportieve gemeenten. Omgekeerd hebben sommige sportieve steden als Amersfoort en Utrecht juist relatief weinig aanbod.

Mede daardoor hebben de vijf samengestelde ranglijsten allemaal een andere koploper: Amstelveen heeft qua georganiseerde sport het meeste aanbod, Arnhem qua ongeorganiseerde sport, Haarlemmermeer scoort het hoogst op deelname aan georganiseerde sport en de inwoners van Nijmegen zijn het actiefst in ongeorganiseerde sporten. Ook de hekkensluiters verschillen: respectievelijk Amsterdam, Schiedam, Heerlen en Emmen.

Verder is het interessant om te zien hoe de sportdeelname verschilt. In het oosten van Nederland wordt relatief veel gesport in verenigingsverband, vooral voetbal, terwijl in delen van de Randstad en Brabant hockey, tennis en fitness populairder zijn.

Amersfoort is dé sportstad van Nederland. Waarom?

Bij de rangschikking van beste sportgemeente hebben de onderzoekers enkel naar de sportdeelname van inwoners gekeken. “Omdat dat ook is wat gemeenten nastreven met hun beleid en wat uiteindelijk effect heeft op de gezondheid”, legt Muilwijk uit. Daardoor is Amersfoort de winnaar, een stad met een hoge deelname aan sport en tegelijkertijd een lage score wat betreft het aanbieden van faciliteiten.

Wat Amersfoort onderscheidt van de andere twee steden uit de topdrie is dat haar inwoners zowel actief zijn in ongeorganiseerd verband als in verenigingssporten. Utrecht scoort enkel hoog op deelname aan ongeorganiseerde sport en Breda op de georganiseerde varianten.

Opvallend aan de onderkant is dat gemeenten als Heerlen en Schiedam overall laag scoren op deelname. “Bekend was dat bepaalde bevolkingsgroepen minder sportief zijn. Wij tonen voor het eerst dat er wat dat betreft geen verschil is tussen georganiseerd of ongeorganiseerd sporten. Die samenhang zie je steeds.”

Buitensporten in AmersfoortBeeld Hollandse Hoogte / Jaco Klamer

Wat hebben de slecht scorende gemeenten gemeen?

“Ons onderzoek laat zien dat voor sportdeelname de sociaal-economische context binnen een gemeente bepalender is dan het sportaanbod”, verklaart sporteconoom Willem de Boer. “Emmen bijvoorbeeld heeft veel faciliteiten, maar in de relatief arme stad sporten verhoudingsgewijs weinig mensen.”

Eerdere onderzoeken hebben de invloed van sociaal-economische factoren als lage inkomens ook al aangetoond. “Je kunt dus concluderen dat er nog steeds weinig verbetering in zit. Je ziet er ook nog steeds geen duidelijk beleid op bij gemeenten, en op dat niveau wordt het meeste geld aan sport uitgegeven.” Onbegrijpelijk vindt De Boer. “Los van de gezondheidswinst is sporten, zeker in verenigingsverband, belangrijk omdat je daardoor in aanraking komt met mensen van buiten je eigen bubbel. Bovendien leer je er veel van over winnen en verliezen. Je bouwt ook mentale weerstand op. Als we als maatschappij sportdeelname belangrijk vinden – voor welvaart, welzijn en gezondheid – moet het Rijk misschien een meer sturende rol nemen. De verschillen zijn nu zo groot tussen de gemeenten, blijkt uit dit onderzoek.”

Welke lessen vallen er te trekken?

“Alleen investeren in het sportaanbod leidt niet per se tot meer sportdeelname, weten we nu”, aldus Muilwijk. Dat is saillant. “Op dit moment heeft een groot deel van de gemeentelijke uitgaven betrekking op het sportaanbod. Slechts een klein deel is gericht op het stimuleren van sportbeoefening.”

De Boer vult aan: “Het antwoord op een lage sportparticipatie zit niet in meer hallen bouwen of velden aanleggen. Nee, gemeenten moeten zich afvragen hoe ze specifieke groepen kunnen stimuleren om aan sport te gaan doen. Dat is de uitdaging. Wij hopen dat de Atlas daarbij kan inspireren. Van de vier grote steden doet Utrecht het bijvoorbeeld goed. Dan moet je je als Amsterdam, Rotterdam of Den Haag toch afvragen: hoe dan? Voor een deel ligt de verklaring misschien in de bevolkingssamenstelling, maar richt je als gemeentebestuurder vooral op de onderlinge verschillen in beleid. Ga kijken: wat doen zij?”

Lees ook:

Amsterdam groeit, Sittard krimpt, maar dat kan over tien jaar zomaar weer anders zijn

Uit de nieuwe Atlas voor Gemeenten die vandaag uitkomt, blijkt dat de ontwikkeling van steden moeilijk is te voorspellen. De sterkste groeiers uit de jaren zeventig bungelen nu onderaan, de grootste verliezers zijn de winnaars.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden