Beeld Maartje Geels

ColumnMarijn de Vries

De schansspringer die op het laatste moment de Tour de France niet won

Wakker worden. De droom dooft uit in je hoofd en het wordt kalm om je heen. Langzaam drijf je naar boven, de diepte van de slaap uit. Ergens halverwege passeer je de grens van de vergetelheid. Het besef komt. Er was iets. Wat was er ook weer?

Een flard van je pompende bovenbenen, waar je tegenaan keek terwijl je je warm reed.

Vroeger voelde je je zo als je jarig was. Wakker worden, even niet weten wat er aan de hand was, en je dan met een wolk door je buik dartelende vlinders realiseren: ja! Het is feest vandaag! Bij het ouder worden is dat moment er nog wel, elke verjaardag – maar toegegeven: de opwinding buigt elk jaar meer door naar melancholie.

Een flits van Tony Martin, die met uiterste zorg je rugnummer vastmaakt.

Je doet een poging terug te vallen, terug de grens over waarachter je er niet bent. Waarachter je met je ogen dicht ligt, terwijl de slaap je opnieuw te pakken neemt en naar beneden zuigt. Tevergeefs. Je bent de grens echt over.

Een beeld van Merijn Zeeman, langs de kant, met een klapstoel in het gras.

Na een tijdrit durf je aan je kont nooit te denken

Nog even stel je het moment van volle bewustwording uit. Eerst loop je behoedzaam je lichaam langs, zoals elke ochtend. Het voelt platgeslagen. Vermorzeld, zelfs. Het hoofd vol watten. Stijve voeten. Gestold rubber in de benen. Schouders, nek en bovenarmen lijken van grind. En de kont. Na een tijdrit durf je aan je kont nooit te denken.

Toch nog plots lig je te beven in je bed. Je pakt je kussen en je schreeuwt erin. Het is gebeurd. Het is echt gebeurd. Hoe kon het gebeuren? Hoe kon je zo’n slechte tijdrit rijden? En Pogacar zo’n goede? Je hart raast, je merkt dat je piepend ademhaalt. Paniek. Hoe moet je de wereld straks onder ogen komen? Hoe heb je de wereld gisteravond overleefd?

Lieve woorden van je ploeggenoten. Armen om je heen. Bemoedigende klopjes. Alsof ze dachten dat je niet voelen zou dat in elk woord, in elke aanraking de verstikkende teleurstelling zich samenbalt. Drie weken hebben ze ervoor gereden, drie weken hebben ze zich afgebeuld. Drie weken voor jou. Drie weken – voor niets.

Je wist: als ik ooit de Tour wil winnen, moet het dit jaar zijn

Het had nu moeten gebeuren. Deze Tour. Want als iemand het wist, dan was jij het: die piepjonge landgenoot van je, tot voor kort nauwelijks bekend, die is zó ongelooflijk sterk. Hij komt eraan. Je wist: als ik ooit de Tour wil winnen, moet het dit jaar zijn. Maar je landgenoot, hij is er al.

Als een duveltje uit een doosje vloog hij La Planche des Belles Filles omhoog. Jij harkte in het niets. Pudding in de benen, en op het asfalt taaie stroop. Ineens herinner je je flarden van je dromen van vannacht. Fietsen zonder vooruit te komen. Je wielen zakken steeds verder weg, ze zuigen, jij plakt aan het asfalt, terwijl Tadej kleiner wordt, steeds kleiner, tot hij oplost in het niets.

Je had door de grond willen gaan. Van de aardbodem willen verdwijnen. In het niets willen springen, de mooie meisjes achterna. Je had al je botten willen breken. Want dat doet minder pijn. Minder pijn dan dit. Je gedachten echoën steeds luider: jij, Primoz, jij bent die schansspringer die op het laatste moment de Tour de France niet won.

Journalist en voormalig profwielrenner Marijn de Vries fietst u elke maandag door het sportweekend. Lees hier eerdere columns terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden