WK handbal

De routiners moesten het op WK handbal toch weer doen, en ze deden het

Estavana Polman, de meest waardevolle speelster op het WK, tracht de Spaanse Cabral te omzeilen.Beeld ANP

Bondscoach Mayonnade nam veel jonge speelsters mee naar het WK. Maar ze kwamen allengs minder aan bod.

Op de dag van vertrek naar Kumamoto, waar Nederland gisteren verrassend wereldkampioen werd, zei Emmanuel Mayonnade dat het ook zijn taak was om zich te bezig te houden met de toekomst van het Nederlandse handbal. Daarom was het in de ogen van de Fransman, in februari aangesteld als bondscoach van de nationale vrouwenploeg, zo belangrijk dat er een groot aantal jonge speelsters in de selectie voor het WK zaten.

In de eerste duels op de mondiale titelstrijd in Japan kwam Mayonnade zijn belofte na dat de jonkies ook daadwerkelijk een kans zouden krijgen om zich te laten zien. Na de nederlagen tegen Duitsland en Denemarken, die het uitzicht op een hoge klassering danig vertroebelden, keerde hij terug op zijn schreden. Hij koos voor zijn ervaren kern en die keuze pakte goed uit.

Weinig speeltijd

Tegen Zuid-Korea en Rusland, duels die gewonnen moesten worden, gaf hij de talenten weinig speeltijd meer. Ook gisteren in de zinderende finale tegen Spanje liet Mayonnade de speelsters van de toekomst op de bank zitten. Alleen Rinka Duijndam en Bo van Wetering kwamen heel even in actie, maar leverden wel een aandeel in de winst. Duijndam stopte bij 10-11 een strafworp van Nerea Pena en Van Wetering maakte iets later de 11-11.

De op een WK debuterende Mayonnade deed in de laatste fase van het WK een beroep op de ervaring van zijn geroutineerde speelsters. Naar voorbeeld van zijn voorganger Helle Thomsen, met wie Oranje brons pakte op het WK van 2016 in Zweden. De Deense coach, die begin dit jaar vertrok bij de nationale vrouwenploeg, vond dat EK’s en WK’s geen toernooien waren om te experimenteren met de jeugd.

Mayonnade heeft meer oog voor de jonge speelsters, al had hij bij het selecteren niet veel keus meer na het afhaken van routiniers als Yvette Broch, Nycke Groot en Maura Visser. In Japan beschaamden de overgebleven vaste krachten, met allemaal ruim honderd interlands achter de naam, het vertrouwen van de pas 36-jarige coach niet.

Drie speelsters werden na de prijsuitreiking, waarbij Nederland na het zilver in 2017 en het brons in 2015 eindelijk achter het bord met het opschrift World Champions mochten staan, nog eens extra in het zonnetje gezet. Lois Abbingh als topscorer van het WK met 71 doelpunten, Tess Wester als beste keepster en Estavana Polman als de meest waardevolle speelster.

Met verve

In het All Star Team kreeg Polman de onderscheiding van beste middenopbouwster. Een positie die de afgelopen jaren in Oranje steevast werd ingenomen door Nycke Groot, de begin dit jaar afgezwaaide international en volgens velen misschien wel de beste handbalster van de wereld. Polman, in het verleden vooral linkeropbouwspeelster, vervulde de taak in Japan met verve.

Met een bewonderenswaardige energie nam de 27-jarige Polman de ploeg, vooral als het iets minder draaide, bij de hand. Ook in de eindstrijd tegen Spanje, waarin ze met negen doelpunten topscorer werd, verzaakte de speelster van het Deense Team Esbjerg niet. In de slotfase, waarin Spanje gevaarlijk dichtbij kwam, stond ze haar mannetje in de dekking en maakte ze tevens drie belangrijke treffers.

Veerkracht

Aanvoerder Danick Snelder benoemde na de finale nog eens de enorme veerkracht die het team op dit ‘heftige’ WK had getoond. Hoe tegenslagen werden overwonnen, hoe iedereen bleef vechten en hoe bij iedereen het geloof in eigen kunnen fier overeind bleef staan. “Hier hebben we jarenlang met z’n allen keihard voor gewerkt.”

Die woorden werden in de euforie na de gewonnen finale door alle speelsters herhaald. Ook viel in de jubelende reacties vaak het woord Tokio, waar over zeven maanden de Spelen worden gehouden. Als wereldkampioen verzekerde Nederland zich gisteren van het olympisch startbewijs, dat ook Japan, Frankrijk, Brazilië, Zuid-Korea en Angola al in het bezit hebben.

Vier jaar geleden kwalificeerde Nederland zich na het zilveren WK in Denemarken via een olympisch kwalificatietoernooi voor de Spelen van Rio. Bij een nederlaag tegen Spanje had Nederland diezelfde route moeten afleggen, met van 20 tot 22 maart Senegal, Zweden en Argentinië als tegenstanders. Dat is nu niet nodig, zoals Nederland als wereldkampioen ook al zeker is van deelname aan het volgende WK, dat in 2021 wordt gehouden in Spanje.

Lees ook:

De Nederlandse handbalsters stonden er op momenten dat het moest

De Nederlandse handbalsters zijn voor het eerst wereldkampioen. Een historische prestatie.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden