Profiel

De renner Tom Dumoulin verdient geen anoniem afscheid, maar voor hemzelf is dit het fijnste vaarwel

Een van de laatste echt gelukkige momenten op de fiets voor Tom Dumoulin: toen hij Koen Bouwman aan de ritzege hielp in de meest recente Giro d'Italia.  Beeld AFP
Een van de laatste echt gelukkige momenten op de fiets voor Tom Dumoulin: toen hij Koen Bouwman aan de ritzege hielp in de meest recente Giro d'Italia.Beeld AFP

Tom Dumoulin is gestopt met het bedrijven van topsport. De laatste jaren waren moeizaam, maar hij is voor altijd een van de beste wielrenners die Nederland voortbracht.

Kick Hommes

Op de echt belangrijke momenten was Tom Dumoulin altijd zichzelf. Zoals in de Tour de France van 2018. Omringd door tientallen journalisten fulmineerde hij over motoren, koersvervalsing en eigen ongemak. Een petje met een sponsornaam erop dat een teammanager hem opdeed, sloeg hij voor het oog van talloze camera’s weg. Fanatisme en eerlijkheid kwamen samen. Zoals altijd bij hem het geval was.

Hij kon nors zijn, nukkig en soms zelfs boos. Maar altijd eerlijk. Het maakte Dumoulin (31) een groot sportman. Maar hij was ook een groot twijfelaar, die gevangen zat in zijn eigen verwachtingen. Maandag stopte hij definitief en per direct met fietsen op topniveau, meldde hij. “De tank is leeg, de benen voelen zwaar en de trainingen lukken niet zoals gehoopt.”

Dumoulin was een atypische renner. Iemand ook met bijna letterlijk geen enkele link met wielrennen, behalve dan dat de Amstel Gold Race aan zijn deur voorbijkwam. Daar zag hij hoe mooi de sport kon zijn. Dumoulin werd er goed in. Heel goed, al verbloemden de laatste jaren vol twijfel een groot deel van zijn successen.

Wattages rijden, zoals niemand anders dat kon

Zijn carrière verliep volgens een lange weg der geleidelijkheid. In zijn beginjaren was hij een belangrijke pion in de sprintploeg rond John Degenkolb en Marcel Kittel, in wat als Argos-Shimano en Team Sunweb de voorganger was van het huidige Team DSM. Hij was de man voor de laatste tien tot vijf kilometer, als hij als een van de weinigen in het peloton zestig kilometer per uur kon aanhouden.

Het was tijdrijden waar hij goed in was. Wattages rijden, die cijfers constant houden op een manier waarop niemand anders kon. Het was ook de manier waarop hij in zijn jeugd koerste. Van tactiek ‘wist hij niets’, vertelde jeugdtrainer Paul Lacroix in Trouw in 2017. “Hij reed bijvoorbeeld een hele koers naast in plaats van in het peloton. Of hij zag een ontsnapping niet tijdig en reed dan eigenhandig het gat weer dicht.”

Maar tijdrijden, dat kon hij voor een groot deel op talent, al moest hij er natuurlijk ook hard voor werken. Twee keer zou hij olympisch zilver behalen op die discipline, in Rio in 2016 en in Tokio in 2021. In het Noorse Bergen werd hij wereldkampioen. De medaille in Tokio was vooral bijzonder, nadat hij was teruggekomen van een eerdere, korte wielerstop.

Hij passeerde Chris Froome ongeveer op de finish

Bij Sunweb ontpopte Dumoulin zich ook als klassementsrenner. In 2015 was hij dicht bij een eerste podium in een grote ronde. De Vuelta van 2015 won hij bijna. Tot op de voorlaatste dag reed hij aan de leiding, tot hij in elkaar stortte en zesde werd. Hij reed als een tijdrijder. Op eigen tempo, zonder meteen de scherpe aanvallen van rasklimmers bergop te volgen. Hij hengelde ze later toch wel weer binnen. Op die manier boekte hij in de Vuelta een van zijn mooiste zeges ooit: op de Cumbre del Sol viel hij aan, werd hij ingelopen, reed hij op achterstand, kwam hij terug en passeerde hij Chris Froome ongeveer op de finish.

Een jaar later volgde de Tour-etappezege op de Arcalis, in de stromende regen, nog zo’n memorabel moment. In Rio 2016 werd hij met een gebroken pols tweede in de tijdrit. Dumoulin was ook daar eerlijk. Hij was diep ontgoocheld en liet dat blijken ook.

De grote doorbraak volgde in 2017, met zijn zege in de Giro. Hij reed lang in het roze, maar voor de laatste etappe was hij die kwijtgeraakt aan Nairo Quintana. Niet geheel verrassend heroverde hij het tricot en de leiding in de afsluitende tijdrit. Twee weken lang vierde Dumoulin - en Nederland met hem - het roze. Samen met Jan Janssen en Joop Zoetemelk stond hij op een erepodium in Maastricht. Dumoulin had zich in een zeer select rijtje rondewinnaars gereden.

Bescheiden jongen

Na de Giro-zege was hij een BN’er, die het moeilijk had met mensen rond zijn huis. Hij liet zich gaan op sociale media (‘F*ck off’, schreef hij onder meer), en woonde zelfs even op een andere plek. Hij had het moeilijk met zijn bekendheid. De bescheiden jongen wilde helemaal niet in de belangstelling staan.

Als topsporter moest zijn beste jaar nog komen. In 2018 bevestigde hij zijn statuur met de tweede plaats in zowel de Giro als de Tour. Verslaggevers die nooit in hun twintig jaar lange wielercarrière in de Tour een Nederlander op het podium hadden gezien, maakten dat wel mee met Dumoulin. Het was ongekend goed, zeker in historisch perspectief.

Daarna ging het mis. Hij moest zich van de ploeg richten op de Giro van 2019, een besluit dat aan de hand van data werd genomen. In Italië had hij de meeste kans. Maar na vijf etappes viel hij, liep een zware knieblessure op en de twijfel nam toe. Hij wilde nog terugkeren voor de Tour, maar op weg naar een trainingskamp sloeg hij halverwege op een Franse snelweg af en keerde hij terug naar huis.

Een breuk met Sunweb volgde, en een contract bij Jumbo-Visma snel daarna. Maar het ging niet goed. Hij hield zich vast aan de zesde plaats in de Tour de France van 2020, een opmerkelijk snel vergeten resultaat. Het ging dat jaar namelijk vooral om de zadelpijn van Dumoulin, en de twijfels om zijn eigen kunnen. In de Pyreneeën blies hij zichzelf op de Port de Balès op, om nooit meer terug te keren als schaduwkopman voor Primoz Roglic.

Twijfelende topsporter

Frustratie en teleurstelling voerden de boventoon toen hij met zijn rug naar het publiek naast de ploegbus uitfietste. Een documentaire van de NOS gaf later een beeld van een vooral twijfelende topsporter. Dumoulin bekeek de docu niet. Niet veel later nam hij een pauze van de wielersport. Toen hij terugkwam, bijna vier maanden later (na wéér bij de Amstel Gold Race gegrepen te zijn door het fietsvirus), stelde hij niet meer alles wat in hem opkwam te zullen vertellen. Om daar vervolgens toch veertig minuten lang op door te gaan. Dumoulin was weer eens eerlijk. Ook over zijn laatste jaren, die moeilijk waren.

In Tokio kwam zijn talent nog één keer boven. Zijn zilveren tijdritmedaille was het resultaat van een nieuwe fase, waarin hij op eigen gronden kon besluiten wat hij wilde doen. Het plezier kwam even terug, het plezier dat hij zo nodig had om te blijven fietsen.

Maar toen hij in de afgelopen Giro wederom vroegtijdig opgaf, was het beste eraf en het plezier weg. Hij had al aangekondigd te stoppen aan het eind van het jaar, om zo nog de tijdrit op het WK in Australië te kunnen rijden. Dat hoeft nu ook niet meer. Hij schreef: “Het is tijd om te genieten van andere dingen in het leven en er te zijn voor mensen die mij dierbaar zijn.” In het bijzonder noemde hij zijn vrouw.

Nooit meer heeft hij de hordes journalisten om zich heen. Nooit meer de fans. Het was een afscheid zonder franje. Een afscheid dat een van de beste wielrenners aller tijden niet verdient. Maar eigenlijk was het ook een afscheid zoals hij zijn hele fietscarrière wilde: een anoniem vaarwel van de topsport. Al zal hij altijd worden herkend.

Lees ook:

Tom Dumoulin (31) maakt een einde aan zijn eigen worsteling en stopt

Tom Dumoulin beëindigt aan het eind van het seizoen zijn actieve loopbaan als wielrenner. Dat heeft de Limburger zelf op sociale media bekendgemaakt.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden