InterviewMaurits Hendriks

De prestatiecultuur van NOC-NSF is niet doorgeschoten, zegt technisch directeur Maurits Hendriks

Maurits Hendriks: ‘Ik verzet me tegen de koppeling tussen ambitie en misstanden’. Beeld Koen Verheijden
Maurits Hendriks: ‘Ik verzet me tegen de koppeling tussen ambitie en misstanden’.Beeld Koen Verheijden

NOC-NSF streeft het hoogste na, maar volgens Maurits Hendriks niet ten koste van alles. De technisch directeur reageert op alle commotie die is ontstaan na meldingen van misstanden. Deel 1 van een serie over de ambitie van de Nederlandse sport om in de top tien te eindigen van internationale medaillespiegels.

Esther Scholten

Ja, hij trekt zich de situatie waarin de topsport verkeert persoonlijk aan. Hoe kan het ook anders, verklaart Maurits Hendriks. “Het gaat om mensen, om sporters met wie het soms zichtbaar niet goed gaat.” Na de meldingen van grensoverschrijdend gedrag heeft de politiek een onderzoek gelast naar de heersende cultuur. De technisch directeur van sportkoepel NOC-NSF voelt zich verantwoordelijk. Hij is in zijn functie al dertien jaar de bewaker van het Nederlandse topsportlandschap. Een gesprek over het balanceren tussen de jacht op goud en een veilig sportklimaat.

Moet het streven naar een plek bij de beste tien sportlanden van de wereld bijgesteld worden, nu misstanden laten zien waar een doorgeschoten prestatiecultuur toe kan leiden?

“Ho, wacht even, laten we het gesprek open starten. In die vraag zit een aanname die ik niet deel. Onze prestatiecultuur is niet doorgeschoten. Ambitie zit in mensen. Kijk maar wat er op een speelplein met kinderen gebeurt: nog voor een coach of leraar iets heeft kunnen zeggen, is er strijd om de bal. Competitiviteit zit in mensen. Ik ben heel blij dat ik in een land woon waarin jongeren een kans krijgen om hun talent te ontwikkelen. Dat talent is van hen. Dat vind ik de essentie van wat we met elkaar moeten bewaken.”

Hoe doen jullie dat dan?

“Onze slogan is: ‘Verantwoord ontwikkelen om uiteindelijk eervol te kunnen presteren’. Die twee woorden – verantwoord en eervol – zijn cruciaal voor ons. Dat is hoe wij in Nederland topsport bedrijven. Wij willen niet scoren met behulp van doping, wij willen niet in een onverantwoorde of verbruikende omgeving trainen. In sommige andere landen denken ze daar anders over. Wij willen met Team NL graag het hoogste bereiken, maar niet ten koste van alles.

“Sinds een kleine tien jaar bekijken we onze talenten vanuit een holistische visie. Daar lopen we wereldwijd mee voorop. We zijn het enige land dat zijn topsportomgeving Centra voor Topsport en Onderwijs noemt. Wij stellen onszelf de vraag hoe we ervoor kunnen zorgen dat een talent zich ook als mens goed ontwikkelt. Dat is belangrijk. Een verschil met excelleren in andere sectoren is immers de jonge leeftijd waarop dat in de sport vaak gebeurt.”

Dat klinkt mooi, maar gelet op de meldingen van grensoverschrijdend gedrag in het turnen en triatlon blijkt de praktijk weerbarstig.

“Ja, maar ik verzet me tegen de koppeling tussen ambitie en misstanden. Die misstanden ontstaan niet door een ambitie, maar doordat mensen op een verkeerde manier met elkaar omgaan. Doordat de ambitie slecht wordt begeleid en mensen in de omgeving van de sporter niet de juiste dingen doen.”

Worden die mensen in de omgeving van het talent niet te veel gepusht door de nadruk die op het presteren ligt?

“Nee, er is op geen enkele manier een verband tussen de top 10-ambitie en datgene wat niet goed gaat. Sterker nog: het is andersom. Als sporters talent hebben, komen ze juist in een heel zorgvuldige omgeving. Daarom ben ik ook een voorstander van centralisatie. Er zijn altijd risico’s, want je werkt tenslotte met jonge mensen, maar die risico’s zijn kleiner in een goed geoutilleerde topsportomgeving waar een team van experts aanwezig is, inclusief psychologen.”

Waar is het dan volgens u wel misgegaan?

“Meldingen van slachtoffers bleven te lang liggen. Met het Centrum Veilige Sport Nederland willen we ervoor zorgen dat dat nooit meer gebeurt.”

Sommige slachtoffers zeggen schroom te voelen om te gaan praten, omdat het instituut onder NOC-NSF valt. Een aantal politieke partijen pleit ervoor het onafhankelijk te maken.

“Ik denk dat het goed is dat de sport dit meldpunt zelf is begonnen. We moesten er daardoor met z’n allen over nadenken, maar ik kan me voorstellen dat een volgende stap het loskoppelen van de sport is. Dat is misschien voor de beeldvorming beter.”

Welke lessen zijn er nog meer geleerd?

“Niet iedereen die met jongeren werkt, is voldoende opgeleid om een pedagogisch verantwoorde omgeving te creëren. Dat bleek ook al uit onderzoeken van langer geleden. Maar er wordt op dit moment alleen naar de trainer-coaches gekeken, terwijl het begeleiden van een talent een samenspel is van heel veel mensen. Ouders hebben daar ook een verantwoordelijkheid in, net als scholen. Ik vind het gevaarlijk dat we nu met z’n allen in Nederland denken dat het probleem bij één deel van de begeleiding zit.

“Zodra er iets verkeerd gaat in de samenleving, wil men graag een makkelijke verklaring. Het is de schuld van de trainer. Of het komt door de wens om medailles te winnen. Maar de realiteit is vaak complexer. Wat we niet moeten vergeten, is dat de ambitie niet van een organisatie is of een bond. Die is van het kind of de jongvolwassene zelf.”

Schuilt daar paradoxaal genoeg niet ook een gevaar in? Juist omdat topsporters zo gedreven zijn, vergeten ze misschien – gevoed door een dagelijkse realiteit die draait om harder, sneller en sterker worden – hun eigen grenzen?

“Daarom benadruk ik ook die gezamenlijke verantwoordelijkheid. Ik heb ook voorbeelden gezien waarbij ik me afvroeg of de ambitie van het kind was of van de ouder. Dan moet je dat benoemen. Dan moet je naar het plezier informeren. Topsport moet te allen tijde een keuze zijn. Als je een omgeving creëert waarin dat soort vragen normaal zijn, heb je bescherming.

“Er is niks mis met het verleggen van grenzen. Integendeel. Een wereld waarin ambitie wordt opgegeven omdat het riskant is, komt niet vooruit. We moeten die ambitie voeden, maar wel op een verantwoorde manier. En dat is lastig, want niet ieder talent kan dezelfde acceleratie aan. Ieder lichaam, ieder stel hersenen, ontwikkelt zich in een eigen tempo.

“Wat het ook ingewikkeld maakt, is dat niet iedereen olympisch goud zal winnen of het eerste van Ajax zal halen. Net zo min als dat iedereen de Nobelprijs kan winnen. Ik vind het belangrijk dat we dit niet bekijken als iets waar de topsport mee worstelt, maar dat we het breder zien. Hoe gaan wij als maatschappij om met afvallers? Hoe kunnen we voorkomen dat zij het gevoel hebben niet meer mee te tellen? Daar missen we nu af en toe de boot. Ook ik heb daar onvoldoende oog voor gehad. We moeten niet een overfocus hebben op de winnaars.”

Moet de boodschap die NOC-NSF verspreidt dan niet veranderen? Jullie hangen in sporthallen waar kinderen trainen banners op met de tekst ‘Medal factory’.

“Er is niks mis mee om dromen te hebben. Om medaillewinnaar te willen worden. Het is prachtig om te kunnen trainen in een omgeving waar dat het doel is. Alleen het is niet het enige. Ook zonder kampioenschap kun je waarde halen uit een topsportcarrière. Die kan heel vormend zijn. Maar als je het streven om de beste te worden weghaalt, gebeurt er niets meer.”

Hoever is NOC-NSF met het creëren van de randvoorwaarden om dat streven veilig te laten gebeuren?

“Het feit dat er misstanden zijn, maakt de conclusie duidelijk. Daar zijn we nog niet. Het staat al een jaar of tien centraal in ons denken. We hebben aan de bel getrokken dat er onvoldoende goed opgeleide trainer-coaches zijn, in top- én breedtesport. Al drie jaar is er een zogeheten doorlopende leerlijn voor die groep in de maak. Dat moest kortgesloten worden met het ministerie van onderwijs. Nu pas is de fase van kick-off. Het gaat nog lang duren voor we daar de vruchten van gaan plukken.”

Dus de papieren werkelijkheid, vol plannen en beloftes, zal nog wel even blijven schuren met de realiteit. Uw eigen adviescommissie integriteit en ethiek stelt dat sport met plezier beoefend moet worden. ‘Ook wanneer er met toptalenten en grote ambities wordt gewerkt.’ Bent u het daarmee eens?

“Plezier moet vooropstaan. Hoe leuker iemand het vindt, hoe beter hij wordt. Maar we moeten ons wel realiseren dat beter worden ook inspanningen vraagt. In de hele samenleving zie je een trend om ieder obstakel weg te halen. Kinderen moeten zo beschermd mogelijk opgroeien. Alle speeltuintjes hebben rubberen tegels, uit een boom springen mag niet meer. Ondertussen zien artsen steeds meer bandletsel in enkels en knieën bij jongeren en vragen zich af of er een causaal verband is. Om fitter en weerbaar te worden, zijn inspanningen nodig die grenzen verleggen. Dat is bij topsport in extremis zo. En ja, die inspanningen zullen soms ook pijn doen. Dat accepteren hoort ook bij talenten een kans geven om zich te ontwikkelen.”

Topsport als symbool voor ambitie

Topsport bevordert volgens de politiek het Nederlandse imago in binnen- en buitenland en staat symbool voor ambitie. Sinds 2005 steunt het kabinet het streven van de georganiseerde sportsector om bij de beste tien landen van de wereld te horen. Vanaf dat moment investeert het sportdepartement niet langer in alle topsportprogramma’s, maar vloeien de geldstromen vooral naar de onderdelen waarin medailles gewonnen (kunnen) worden. NOC-NSF adviseert het ministerie hierover.

Lees ook:

Hoe ongezond is de hele Nederlandse topsport? ‘Dit is niet het Oostblok van de jaren tachtig’

In navolging van het turnen wordt de gehele Nederlandse topsport onder de loep genomen. Staatssecretaris Paul Blokhuis (VWS) kondigt een breed onderzoek aan.‘Wij hebben signalen dat misstanden niet alleen bij de turnsport aan de orde zijn.’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden