Handbal

De Nederlandse handbalsters stonden er op momenten dat het moest

Laura van der Heijden in actie in de finale tegen Spanje. Beeld BSR Agency

De Nederlandse handbalsters zijn voor het eerst wereldkampioen. Een historische prestatie. 

In een bloedstollende finale hebben de Nederlandse handbalvrouwen een vooraf voor onmogelijk gehouden prestatie geleverd: ze zijn wereldkampioen. De beslissing in de eindstrijd tegen Spanje viel in de laatste halve minuut, waarin van alles gebeurde. In de slotseconde bezorgde Lois Abbingh met een benutte strafworp Nederland de zwaarbevochten winst én de mondiale titel: 30-29.

De euforie in het Nederlandse kamp na de winnende treffer was even emotioneel als begrijpelijk. In de laatste dertig tellen van de thriller in de Park Dome in het Japanse Kumamoto leek Nederland aan het korste eind te gaan trekken. En dat terwijl de ploeg van bondscoach Emmanuel Mayonnade in de tweede helft een voorsprong van maar liefst vijf treffers mocht koesteren (22-17).

Bij de stand 29-29 brak de ultieme slotfase aan. Door een loopfout van Martine Smeets ging het balbezit naar Spanje. In de time-out zei de Spaanse bondscoach Carlos Viver dat zijn topschutter Alexandrina Cabral de trekker moest overhalen. Haar schot werd echter gekeerd door Tess Wester, die een minuut eerder Cabral tijdens een break-out ook al van scoren had afgehouden.

Rode kaart

Wester wilde het spel snel hervatten om Nederland nog een aanval te laten spelen. Maar daarbij werd de keepster onreglementair gehinderd door Alicia Fernandez, die onvoldoende afstand nam en van de Franse arbitrage een rode kaart kreeg. Omdat de overtreding in de laatste dertig seconden werd gemaakt, mocht Nederland volgens een nieuwe regel tevens een strafworp nemen.

Uiteraard meldde Abbingh zich voor de nu allesbeslissende worp van zeven meter, waarvan ze er dit WK al 28 had benut. Opnieuw faalde ze niet. Ze smeet de bal met grote precisie in de rechteronderhoek onbereikbaar voor de Spaanse doelvrouw Darly Zoqbi. Direct kondigde de zoemer het einde van de wedstrijd aan en kroonde Nederland zich voor het eerst tot wereldkampioen, na het zilver in 2015 en het brons in 2017.

Een onverwacht succes. Vlak voor vertrek naar Japan zei Mayonnade dat hij tevreden zou zijn, als Nederland bij de beste zes zou eindigden. Met die klassering zou zijn ploeg mogen meedoen aan het olympisch kwalificatietoernooi van volgend jaar maart. Die voorzichtige doelstelling baseerde hij op het feit dat hij de internationals in 2019 slechts een paar weken bij elkaar had gehad en dat hij noodgedwongen veel jonge speelsters mee moest nemen.

Zenuwen

Alles viel echter op zijn plaats in het zuiden van Japan, al speelde Nederland een wisselvallig WK. Terechte nederlagen tegen Slovenië, Duitsland en Denemarken werden afgewisseld met fraaie triomfen op Servië, Noorwegen (vooral die) en in de halve eindstrijd op olympisch kampioen Rusland. Met Spanje trof Nederland in de finale een ploeg die in de voorgaande negen duels slechts een keer had verloren, van Rusland.

De wedstrijd tegen Spanje, dat nooit eerder in de finale van een WK had gestaan, was meer spannend dan fraai. Beide teams hadden last van zenuwen en speelden slordig. Spanje begon het best en kwam op een 5-9 voorsprong. In die openingsfase had Nederland moeite met de agressieve offensieve dekking van de Spaanse vrouwen, die de Nederlandse schutters Estavana Polman en Abbingh zo ver mogelijk van de cirkel wilden houden.

Maar Nederland veerde op, mede door een dekking die stond als een huis. Spanje wist in liefst elf minuten en 45 seconden niet te scoren en Nederland kwam bij 13-12 (Danick Snelder) voor het eerst op een voorsprong, die tot aan de rust werd uitgebouwd tot 16-13. In de tweede helft kroop Spanje steeds dichterbij en kwam met nog twee minuten te spelen via Marta Lopez op 29-29. Daarna volgde de krankzinnige slotfase, waarin Abbingh voor de beslissing zorgde.

Olympische Spelen

De eindfase van het duel leek in alles op de ontknoping van de laatste wedstrijd tussen Nederland en Spanje, vorig jaar op het EK in Frankrijk. In de laatste seconde kegelde Abbingh bij de stand 27-27 de bal toen uit een vrije worp in het Spaanse doel. De impact van de winnende goal van de Groningse schutter gisteren was natuurlijk vele malen groter dan een jaar terug.

Door het behalen van de wereldtitel kwalificeerde Oranje zich rechtstreeks voor de Olympische Spelen van volgend jaar in Tokio, zo’n achthonderd kilometer noordelijk van Kumamoto. Het Nederlandse handbalverbond had zich al kandidaat gesteld voor het de organisatie van het olympisch kwalificatietoernooi in maart, maar kan daar nu van afzien.

Het olympisch erepodium is het enige waarop Nederland de afgelopen vijf jaar niet stond. Onder bondscoach Henk Groener verloor Oranje in 2016 in Rio de wedstrijd om het brons tegen Noorwegen. Die lacune kan over zeven maanden in Tokio worden opgevuld, want als wereldkampioen behoor je uiteraard tot de topfavorieten voor een medaille op de Spelen.

Met haar benutte strafworp in de laatste seconde van de finale werd Abbingh met 71 doelpunten topscorer van het WK. Een fraaie score, zoals ook de rapportcijfers van alle andere speelsters ruim voldoende waren. Maar het behaalde goud werd door iedereen vooral omschreven als een prestatie van het hele team, dat er stond op de momenten dat het moest.

Lees ook: 

De handbalsters beleefden een bizar WK. In een ware thriller werd Rusland op sensationele wijze verslagen, daarvoor versloeg het Nederlandse team grootmacht Noorwegen. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden