ReportageGewichtheffen

De Nederlandse gewichtheffers weten: dit is een sport met een diepdonkere dopingrand

Sanne Bijleveld werd zondag kampioen in haar gewichtsklasse. Beeld Patrick Post

Een nieuwe generatie Nederlandse gewichtheffers treedt aan. Maar internationaal succes bestaat niet zonder doping. 

Stilte komt zelden voor in een sporthal, maar nu wel. De storm doet het dak van de hal in Almere niet trillen en er is geen muziek. Boem, klinkt opeens de doffe knal als 102 kilo aan gewicht op de mat dreunt. Applaus volgt. Sanne Bijleveld (26) is met een nieuw Nederlands record nationaal kampioen gewichtheffen in de klasse onder 59 kilo.

Bijleveld is kampioen in een sport die in Nederland maar door weinigen wordt beoefend. In Almere doen 22 vrouwen en zestien mannen mee. Toch gaan er genoeg kilo’s de lucht in, halterschijven in rood, groen, geel en blauw. Het wedstrijdplankier is gevuld met zeker vier centimeter piepschuim, en dat is nodig, want er ging in het verleden al eens een halter door de vloer, vertelt Remco Eenink (72), voorzitter van de Nederlandse Gewichthefbond.

De sporthal in Almere is door de gemeente gratis ter beschikking gesteld aan de NGB, die sinds eind 2018 als zelfstandige bond bestaat. Sindsdien is het ledenaantal van tweehonderd naar vijfhonderd gegroeid, waarvan vierhonderd actief. NOC-NSF steunt de bond met 16.000 euro, al gaat daar komend jaar mogelijk de helft af. Eenink: “Dat is weinig geld, maar dat is geen reden om een ideaal op te geven.”

In de breedte

Dat ideaal is gelijk aan dat van vele bonden in Nederland. Groeien en succes hebben. Daarom is Eenink blij met Bijleveld en de andere vrouwen die gisterochtend de halters trekken (in één vloeiende beweging de halter omhoog) en stoten (waarbij de halter tussendoor nog een paar seconden op de schouders rust).

Gewichtheffers als Bijleveld, die zich met haar gecombineerde totaal van 182 kilo plaatst voor het Europees kampioenschap in Moskou in april, zorgen dat de sport vooral in de breedte groeit, zegt Eenink. Zij laten zien dat het in deze sport gaat om kracht, maar vooral ook om techniek en souplesse. Wie volgens secretaris Eric Jan Kwekkeboom de trek- of stootbeweging goed uitvoert, tilt gevoelsmatig geen tientallen kilo’s, maar ‘een bezemsteel van een paar honderd gram’.

Verwacht nog geen grootse internationale prestaties, zegt Kwekkeboom. Daarvoor is Nederland een te kleine speler in een sport die sinds 1896 olympisch is. “Maar we krijgen wel meer aanwas. Sporters die eerst gingen judoën, bobsleeën of aan atletiek deden, komen nu bij ons.”

De meest vooruitgeschoven atleet van de bond is de jonge Enzo Kuworge, de pas achttienjarige atleet van 1,95 meter en al 155 kilo. Hij is de enige die in Almere forfait krijgt, om zich te sparen voor het WK junioren en de EK in Moskou. Daar kan hij zich plaatsen voor de Spelen van Tokio. Hij heeft een kans, want landen als Thailand, Egypte en mogelijk Rusland mogen na meerdere dopingzaken niet meedoen.

Doping is ingeburgerd

En dat is meteen de andere kant waarmee het gewichtheffen te maken heeft. Er is geen olympische discipline waar de geur van doping zo omheen hangt. Begin januari werd dat in een documentaire van de Duitse ARD bijzonder duidelijk. Doping is ingeburgerd en wijdverbreid. Wie niet gebruikt, kan niet winnen.

De documentaire toonde bijzondere beelden. Zo worden in Moldavië mensen ingehuurd om als dubbelganger van een gewichtheffer te fungeren. Zij kunnen als plaatsvervanger een schone plas inleveren. En in Thailand gebruiken kinderen vanaf hun dertiende al verboden middelen, vertelde de bronzenmedaillewinnares van Londen in 2012 die met verborgen camera werd gefilmd.

De Hongaar Tamas Ajan, al jaren voorzitter van de internationale federatie IWF, zou de spil zijn in het verdoezelen van positieve testen. Eenink houdt zich op de vlakte. “Ik weet er te weinig van af. Hij is nog niet veroordeeld. Tot dat moment is hij voor mij onschuldig.”

Doping berokkent de sport uiteraard schade, zegt Eenink. Er zijn landen waar niet buiten de competities wordt gecontroleerd. “Terwijl dat juist het moment is dat een gewichtheffer het meest aan anabolen heeft. Je kan sterker worden, harder trainen en ook sneller herstellen.”

Geen attest

Doping heeft direct resultaat. Wel dertig tot vijftig kilo, schat Eenink in. “Ik weet van landen waar ze in training veertig kilo meer doen dan in wedstrijden. Dat zegt bovendien dat ze op tijd zijn gestopt met de middelen, om in de wedstrijd weer schoon te zijn.”

In Almere hangt het briefje met het woord dopingcontrole net na de uitgang van de hal. In Nederland was het laatste dopinggeval in 2011, toen voor een medicijn geen attest was aangevraagd. Eenink heeft zelf onlangs een onderdeel over doping toegevoegd aan de ‘coachcursus niveau vier’, de Dopingautoriteit ziet dit jaar toe op schone sport.

Bijleveld hoeft niet naar de dopingcontrole. Ze valt dit keer buiten de steekproef, ondanks haar Nederlands record. Ze vindt het jammer dat haar sport negatief wordt geassocieerd. “Maar het is ook niet gelogen of zo. Er gaat echt van alles mis.”

Bang dat haar sport oneerlijk is, is ze niet. Daar denkt ze niet over na. Ze wil zich vooral zelf verbeteren, zegt ze. Want voor een medaille op het EK is haar 182 kilo lang niet goed genoeg. Dan moet er op het totaal nog wel veertig kilo bij. Maar dat ze er staat, is al heel wat.

“Wij zijn toch een kleine sport, een subcultuur in Nederland. Al was dit al het grootst georganiseerde NK waar ik aan mee heb gedaan.”

Lees ook:

De ellende in het gewichtheffen is amper te overzien

Geen sport staat zo symbool voor de hopeloosheid van dopingbestrijding als gewichtheffen. Zo moffelden de Russen de afgelopen vier jaar minstens 117 positieve testen weg.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden