ColumnGent-Wevelgem

De mooiste tranen zijn die van Mark Cavendish

Het was een fragment van niks, zondag na de finish van Gent-Wevelgem. Was je even naar het toilet of koffie pakken, dan had je het gewoon gemist. Mark Cavendish stond in de mixed zone, helm en zonnebril nog op. Hij was nergens geëindigd. Of nou ja, als 74ste. Maar dat is in wielertermen nergens.

“Het was een zware dag voor jou, zie ik”, vraagt een reporter hem. Bij de eerste woorden is Marks onderlip gaan trillen. Hij geeft geen antwoord, maar veegt met zijn koershandschoentje zijn neus af. En nog eens. “Ik zie dat je emotioneel wordt”, aarzelt de reporter. “Hoe… hoe was je dag?” Mark heeft zijn bril van zijn hoofd getrokken. Niet alleen zijn lip, maar heel zijn lichaam trilt.

De mooiste tranen zijn die van Mark Cavendish. Ze zwellen in zijn ooghoeken, om vrijwel meteen verstrikt te raken in de lange wimpers. Ze blijven hangen in de warrige haartjes, om zijn ogen hangt een krans van vocht – tot het allemaal te zwaar wordt en de druppels in stroompjes naar beneden rollen.

Explosief in benen en daden

Hij heeft ze vaak geplengd, de kleine Engelsman die misschien wel de allerbeste in zijn soort is. Explosief in benen en daden, met de emoties dicht aan het oppervlak. De laatste jaren rijdt hij nog wel mee, maar onzichtbaar, bijna – door blessures, ziekte, pech. Er zijn nieuwe sprinters opgestaan. Bennett. Van Aert. Ewan. Démare. Groenewegen. Om er maar een paar te noemen.

Uit het oog is uit het hart, en zo lijkt iedereen vergeten dat Cavendish dertig Touretappes won. Dertig! Die man, die grootheid zou ik willen zeggen, staat diep verdrietig voor de camera. “Dit was misschien de laatste wedstrijd van mijn carrière”, zegt hij met gebroken stem. Hij knijpt met zijn ogen, wringt zijn wimpers uit. Liefst zou hij huilen zonder einde, dat zie je zo, maar hij zuigt zijn adem in. Beheerst zich. En zet zijn zonnebril weer op.

Hij heeft alles laten zien. Van wonderschoon tot allerlelijkst. Vraag Tom Veelers maar. De littekens kan hij vast nog tonen, na de beuk van Cav in de massasprint van de Tour van 2013. Ook na de finishlijn kon Cavendish reageren als een vat buskruit. Verfoeid werd hij erom. Maar met zijn tranen en zijn kleine hartje maakte hij veel goed. Bij mij, althans.

Marc CavendishBeeld BSR Agency

Het mocht geen naam hebben

Ooit ontmoette ik hem, ik denk dat het in 2010 geweest moet zijn. Terwijl Cavendish op dat moment de man was, koerste ik net. Het mocht geen naam hebben, vond ik zelf. En al zeker niet in één adem genoemd worden. Toch deed Mark dat. Zijn interesse leek oneindig. En over het vrouwenwielrennen wist hij heel veel. Het spreekt voor zich: mij had hij toen voorgoed voor zich gewonnen.

In 2018 won de beste sprinter ooit zijn laatste wedstrijd. Een etappe in de Tour of Dubai. Daarna had hij veel ernstige blessures. En dit rottige coronajaar is hem allesbehalve gunstig gezind. Geen Tour de France. Weinig andere grote koersen. Wat volgt er nog, na deze Gent-Wevelgem? Misschien de Scheldeprijs, aanstaande woensdag. Misschien ook niet. Er wordt nu zoveel gecanceld en afgezegd.

Was dit het? Is dit zijn carrière-einde? Ook de reporter zuigt zijn adem in. “Denk je echt dat dit je laatste koers was?”, vraagt hij . “Misschien, ja”, veegt Mark zijn neus een laatste keer af. Hij schokt met zijn schouders, en terwijl hij op de fietst stapt sterft de vraag van de reporter weg: “Had je vandaag nog iets willen laten zien…?”

Journalist en voormalig profwielrenner Marijn de Vries fietst u elke maandag door het sportweekend. Lees hier eerdere columns terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden