WOII

De moeizame wederopstanding van de sport na de oorlog

Prinses Juliana in juni 1945 op het terrein van Quick 1888.

Na de bevrijding van Nederland in 1945 kon niet elke sportvereniging direct weer beginnen. Er waren verschillende redenen voor. Een duik in de sportgeschiedenis.

In de Nederlandse sportwereld is een vreemde paradox zichtbaar. De Tweede Wereldoorlog was een bloeiperiode voor de sportcultuur, maar juist net na de oorlog duurde het op sommige plekken langer dan verwacht voordat lichamelijke ontspanning weer onderdeel werd van het dagelijks leven. Zeker de pas opgebouwde atletiekcultuur stortte na de oorlog meteen in. Het voetbal, volkssport nummer één, kwam in sommige gevallen mondjesmaat op gang, pas na maanden of zelfs jaren.

Een deel van de oorzaak ligt in het feit dat het juist voor en tijdens de oorlog zo voorspoedig ging. De Nederlandse sportwereld had in de jaren voor de oorlog een fijnmazige infrastructuur gekregen. Grote sportaccommodaties werden er in de economische crisis van de jaren dertig gebouwd. Ze werden snel gebruikt voor legereenheden, zowel Duitsers als geallieerden.

Dit leidde er in Nijmegen bijvoorbeeld toe dat het Goffertstadion een andere functie kreeg dan in eerste instantie voorzien. Het stadion werd tijdens de oorlog beschadigd, maar nog meer toen Britten en Canadezen er een legerkamp inrichtten.

Een langdurige bezetting onzer velden

Datzelfde gold voor het terrein van een andere grote vereniging uit Nijmegen: Quick 1888. Daar reed op 22 september 1944 een jeep tot voor de ingang. “Niemand kon vermoeden dat dit het begin zou zijn van een langdurige bezetting onzer velden”, zo staat in het eerste clubblaadje van de vereniging dat na de oorlog uitkwam. “Maar reeds den zelfden avond waren onze kleedkamers als slaapkwartieren in gebruik, terwijl de zaal van ons clubhuis dienst deed als ontspanningslokaal en de bestuurskamer als Officers’ mess.” De geallieerden hielden de zalen tot ruim na de bevrijding bezet. Op 2 juni kwam prinses Juliana op bezoek.

Een andere reden voor een trage opstart van de sport was dat veel accommodaties niet meer geschikt waren voor sportbeoefening. Zo waren voetbalvelden aan de Noordzee gevorderd om barakken op te bouwen voor mensen die werkten aan versterking van de Atlantik Wall. De grote open en vlakke stukken grond waren uitgelezen plekken om gebouwen te plaatsen. Dit gebeurde bijvoorbeeld bij OVV uit Oostvoorne. “De gebouwen werden op een gording gelegd, waaraan spanten werden vastgemaakt”, zo valt te lezen in herinneringen van de oud-voorzitter. Belangrijker was dat alles op beton was gebouwd. Het kostte na de oorlog maanden om alles weer uit de grond te bikken.

Oorlogsgeweld verwoestte ook het veld van voetbalclub De Treffers in Groesbeek, vertelt sporthistoricus Jurryt van de Vooren. Hij verhaalt hoe op 8 februari 1945 vanaf dat veld de grootste militaire actie tegen Duitsland begon, omdat dat terrein iets hoger lag dan de rest van de omgeving. “Toen de clubleden terugkwamen zagen ze dat alles kapot was. Granaatinslagen, mijnontploffingen. Alles.”

Geen tijd voor recreatie

Na de oorlog hield de regering vast aan een Duits bouwverbod voor gymnastiekzalen. Dit leidde ertoe dat pas in de jaren zestig weer sportgebouwen werden gebouwd. Van de Vooren: “De aandacht ging uit naar de bouw van huizen, wegen en fabrieken. Er was absoluut geen tijd voor vrije tijd en recreatie. Wie wilde sporten, zoals ikzelf, toen wonend in Amsterdam-Noord, moest zeker twintig kilometer fietsen voor je ergens normaal kon basketballen.”

In de wederopbouw groeide de sport langzaamaan naar de functie die het nu kent. In het voetbal begon dat met verkapte interlands tegen elftallen van bevrijders. Men was vanzelfsprekend erg blij met de buitenlandse troepen. Niet alleen omdat ze Nederland hadden bevrijd, ook omdat ze op het voetbalveld geduchte tegenstanders waren.

De eerste ‘sportwedstrijd’ waar Trouw na de oorlog over schreef

Het eerste sportevenement waarover Trouw berichtte na de oorlog was een verslag van de tweede dag van het koninklijk bezoek aan Amsterdam, ruim anderhalve maand na de bevrijding. Net als destijds geeft Trouw ‘het woord aan medewerkers die de stad doorkruisten’: “Het hoogtepunt vormden de sportgebeurtenissen in het olympisch stadion. (…) De verschillende geleverde prestaties waren niet buitengewoon. Het was meer feest dan sport, maar dat was de bedoeling ook. De 100 meter hardloopen voor dames werd gewonnen door mej. Timmer met een tijd van 12.9 sec. Van Beveren won de 100 m. voor heeren. Zijn tijd was slecht: 11.6.

(…) Tegen het eind brak de bewolking wat en zoo eindigde dit grootsche feest toch nog in de zon. Grootsch, niet om de prestaties, maar omdat Amsterdamsche jeugd hiermee toonde dat ook onze sportwereld weer aan het bouwen is.”

Lees ook: 

Een schuldige sporthal op de Veluwe, speciaal voor de Nederlandse SS

In het dorp Ellecom werd in 1942 een sporthal gebouwd door Joodse dwangarbeiders, voor de SS. Lees hier verder over de sporen die de Tweede Wereldoorlog achterliet in de Nederlandse sportwereld.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden