ReportageSurinaams voetbal

De moeilijke missie van Suriname-bondscoach Stanley Menzo: een slapende reus laten ontwaken

Stanley Menzo, bondscoach van de Surinaamse voetballers, met technisch adviseur van de bond Brian Tevreden, in Paramaribo.  Beeld ANP
Stanley Menzo, bondscoach van de Surinaamse voetballers, met technisch adviseur van de bond Brian Tevreden, in Paramaribo.Beeld ANP

Suriname wil opklimmen in het internationale voetbal. Sinds een paar jaar spelen ook in Nederland bekende profs voor de nationale ploeg. Maar eenvoudig is de klus voor de nieuwe bondscoach Stanley Menzo niet. Het volk ziet liever lokale spelers en bij de bond, waar ook altijd politieke belangen spelen, is het zeer onrustig.

Diederik Samwel

De prijs van de kaartjes voor het bijwonen van de interland tegen Jamaica is best stevig: 250 tot 400 Surinaamse dollar, oftewel 11 tot 20 euro bij een gemiddeld maandinkomen van 300 euro. Maar het blijkt geen belemmering. Het Essedstadion in Paramaribo is met krap drieduizend toeschouwers uitverkocht.

De sfeer is uitgelaten en de supporters zijn fraai uitgedost. Het is te merken: dit land snakt naar topvoetbal. Het is de eerste wedstrijd in de Nations League, die ook in Noord- en Midden-Amerika en het Caribisch gebied is opgezet. Suriname speelt in een poule van drie, met Jamaica en Mexico als tegenstanders. De beste twee kwalificeren zich voor de strijd om de Gold Cup in 2023.

Interlands als deze zijn meer dan voetbalwedstrijden. Tijdens het duel met Jamaica wordt herhaaldelijk massaal het volkslied ingezet. Bara en saté, porties nasi en bami gaan rond, net als flessen sterke drank. Na de late gelijkmaker raakt het publiek zelfs zo buiten zinnen dat de Surinaamse spelers allemaal naar voren sprinten in een poging de winnende goal te maken. Het leidt bijna tot een nederlaag. Jamaica krijgt in blessuretijd uit counters nog twee enorme kansen, maar het blijft 1-1.

Een team van uitsluitend diasporaspelers

Het verlangen naar goed voetbal heeft niet alleen te maken met de covidperiode waarin de lokale competitie twee jaar stillag. Het zit dieper. De laatste aansprekende resultaten van het nationale team dateren uit de jaren zeventig. Toen mochten landen als Jamaica of Trinidad hun handen dichtknijpen als ze er tegen Suriname met een kleine nederlaag vanaf kwamen.

De laatste decennia waren de rollen omgedraaid. Maar nu Suriname sinds eind 2019 als allerlaatste Fifa-land eindelijk spelers zonder de Surinaamse nationaliteit maar met Surinaamse (groot)ouders mag opstellen, zijn de verwachtingen weer hooggespannen.

Een onderonsje van de oud-eredivisiespelers Shaquille Pinas en Ridgeciano Haps, samen met Gleofilo Vlijter en Jamilho Rigters. Beeld Diederik Samwel
Een onderonsje van de oud-eredivisiespelers Shaquille Pinas en Ridgeciano Haps, samen met Gleofilo Vlijter en Jamilho Rigters.Beeld Diederik Samwel

In januari stapte Stanley Menzo in het avontuur. De oud-doelman van Ajax en Oranje beëindigde zijn werk als technisch directeur op Aruba en begon als bondscoach in zijn geboorteland, waar hij altijd is blijven komen, ook als voorzitter van de Suriprofs. De voorganger van Menzo, Dean Gorré, bracht vorig jaar in vier interlands in het kwalificatietoernooi voor het WK in Qatar een team van uitsluitend ‘diasporaspelers’ binnen de lijnen. Dat zijn voetballers die buiten Suriname, veelal als prof in Nederland of andere Europese competities, actief zijn.

Suriname als ‘slapende reus’

‘Natio’, de bijnaam van de nationale ploeg, werd onder Gorré uitgeschakeld door Canada na een geflatteerde 4-0 nederlaag. Dat was geen schande; Canada kan al vijf jaar een vaste groep profs uit Europa opstellen. Niettemin wordt Suriname in het Caribisch gebied en Midden-Amerika vanwege de potentie van de diasporaspelers beschouwd een slapende reus. Want hoe sterk zijn ze wel niet, zodra het talent van al die neefjes en achterneefjes van Rijkaard, Gullit, Davids, Seedorf en Wijnaldum gebundeld wordt?

Zo ver is het nog niet. Menzo benadrukt dat hij met zijn selectie pas aan het begin van een ontwikkelingsproces staat. Zijn eerste uitdaging is om van een groep profs een team te smeden. De bekendste namen in zijn selectie zijn Ryan Donk (Kasimpasa), Kelvin Leerdam (LA Galaxy), Dion Malone (NAC), Diego Biseswar (PAOK), Warner Hahn (IFK Göteborg) en Tjaronn Chery (Maccabi Haifa, die deze keer om privéredenen moest afzeggen).

Die spelers zijn allemaal ruim boven de dertig. Meer toekomst zit er in spelers als Ridgeciano Haps (Venezia), Sheraldo Becker (Union Berlin) en Damil Dankerlui (FC Groningen). Ook al zijn die laatste twee er nu niet bij wegens blessures, ze zijn pas halverwege de twintig en zijn op langere termijn voor Natio beschikbaar.

Sommige spelers hopen nog op Oranje

Zo hoopt Menzo geleidelijk aan meer jonge profs aan de ploeg te binden. Dat blijkt in de praktijk lastig. De bondscoach merkte dat spelers als Jaïro Riedewald (Crystal Palace) en Jean-Paul Boëtius (FSV Mainz) nog aarzelen. Zelf wil hij vooral weten hoe gemotiveerd ze zijn. “Is iemand bereid een deel van zijn vakantie op te offeren voor zo’n buitenlandse trip? Of zien ze het als een toffe afsluiting van het seizoen? Daarnaast zijn er spelers die misschien nog hopen op een plek bij Oranje.”

Bondscoach Stanley Menzo (links) doet mee met een rondo op de training.  Beeld Diederik Samwel
Bondscoach Stanley Menzo (links) doet mee met een rondo op de training.Beeld Diederik Samwel

Ook NAC-verdediger Malone (33) heeft daar ooit van gedroomd, maar de oud-speler van ADO Den Haag en Almere City had algauw in de gaten dat hij niet op een telefoontje uit Zeist hoefde te rekenen. Hij wist wel dat de Surinaamse bond al langer bezig was met de nationaliteitskwestie. “Zodra het rond zou zijn met de paspoorten, wilde ik meteen beschikbaar zijn”, vertelt Malone. “Niet voor het geld, niet om hogerop te komen of mezelf in de kijker te spelen. Ik doe het voor Suriname. Zonder wedstrijdpremie zou ik het ook doen. Honderd procent. En het leeft ook heel sterk binnen de groep Surinaamse profs. Die onderlinge connectie is er sowieso altijd geweest.”

Het achterliggende plan is het hele voetbal in Suriname op een hoger plan te brengen. Evenmin een geringe opgave. Zo speelde het Surinaams elftal twee weken geleden in Cayenne een oefenwedstrijd tegen Frans Guyana. Menzo had louter spelers uit de hoogste Surinaamse klasse opgeroepen. Hij wist vooraf wel dat iedere vergelijking met Europese profs mank gaat, maar het spelpeil op Franse bodem was toch schrikken. Op een abominabel veld in een bouwvallig stadion werd het 3-1 voor Frans Guyana. Aanvaller Jamilhio Rigters struikelde in dat duel geregeld en schoot de ene na de andere bal uit corners achter het doel of in de tribune.

Sentiment tegen ‘buitenlandse spelers’

Rigters (22) speelt bij Robinhood in Paramaribo. In de thuiswedstrijd tegen Jamaica komt hij een kwartier voor tijd onder oorverdovend gejuich het veld op. Daarmee geeft het publiek ook te kennen dat de voorkeur nog altijd uitgaat naar lokale spelers. Het sentiment tegen de inbreng van buitenlandse profs met Surinaamse roots is hardnekkig en nog altijd niet verdwenen. Precies om die reden heeft het na de onafhankelijkheid in 1975 bijna 45 jaar geduurd voordat deze spelers na een presidentieel decreet toestemming kregen om voor Suriname uit te komen.

Bij zijn eerste balcontact tegen Jamaica geeft Rigters een loepzuivere dieptepass. Even later valt de gelijkmaker uit een scherp indraaiende hoekschop van zijn voet. Dan tikt de doelman van de ‘Reggae Boyz’ – de bijnaam van Jamaica, veel hoger genoteerd op de Fifa-ranglijst – de bal uit een vrije trap van Rigters van een meter of twintig knap uit de benedenhoek. Na afloop is het alsof hij zich verontschuldigt voor zijn sterke invalbeurt. “Het ging wel goed, geloof ik.” Heel anders dan tegen Frans Guyana? “Dat veld daar was wel heel slecht, toch?”

Dion Malone van NAC (links) en Roland Alberg van MVV tonen hun Surinaamse paspoort.  Beeld Diederik Samwel
Dion Malone van NAC (links) en Roland Alberg van MVV tonen hun Surinaamse paspoort.Beeld Diederik Samwel

Een andere verklaring is dat Rigters zich binnen de kortste keren optrekt aan het niveau van de diasporaspelers in de selectie. Dat gebeurt zeker, zegt Miquel Darson. Hij is een van de vier andere ‘lokale’ spelers in de Nations League-selectie van deze maand. “Het is wel even wat anders om tussen deze jongens op de training te staan. Tijdens een rondo gaat alles écht veel sneller. Dat niveauverschil moeten we gewoon accepteren.”

Club van Ronnie Brunswijk heeft grootste budget

Darson speelt op het middenveld bij landskampioen Inter Moengotapoe, de club van Ronnie Brunswijk, tegenwoordig vicepresident van het land en daarvoor succesvol ondernemer in goud, hout en palmolie. Brunswijks club heeft veruit het grootste budget, waardoor elk seizoen de beste voetballers bij met name de concurrenten Transvaal en Robinhood worden weggekocht. Maar zelfs bij Inter Moengotapoe kun je van het maandgeld en de wedstrijdpremies volgens Darson lang niet rondkomen. “Bij Inter trainen we vier keer in de week in de namiddag; overdag ben ik aan het werk. Wat ik doe? Dat wisselt nogal, losse jobs, maar ik heb altijd genoeg te doen.”

Menzo gunt Rigters een betere toekomst: “Ik ben helemaal gek van hem. Snel, technisch goed en hij weet wanneer hij scherp moet staan of zich even moet laten zakken. Zo’n speler moet in Europa de kans krijgen zich verder te ontwikkelen.”

Eenvoudig is dat niet. Omdat een voetbaltalent in Suriname vaak al rond zijn zeventiende sportief aan zijn plafond zit, ligt een buitenlandse carrière voor de hand. Maar het is al een prestatie op zich om een profcontract in Jamaica of Trinidad in de wacht te slepen. Laat staan bij een club in West-Europa. In Nederland krijgen voetballers van buiten de Europese Unie pas een contract wanneer hun club daar een bovenmodaal salaris tegenover stelt.

Een verkoper op de tribune bij een training van het Surinaams elftal in het stadion van Jamaica in Kingston. Beeld Diederik Samwel
Een verkoper op de tribune bij een training van het Surinaams elftal in het stadion van Jamaica in Kingston.Beeld Diederik Samwel

In de eredivisie komt dat neer op ruim een half miljoen euro per jaar. Dat is vooral weggelegd voor talenten als Antony, Sangaré of Senesi waarvoor alleen Ajax, PSV en - in iets mindere mate - Feyenoord financiële ruimte hebben, op een uitzondering na. Het verklaart meteen ook waarom Nederlandse clubs in hun zoektocht naar buitenlandse versterking liever de Deense, Noorse of Griekse velden afstruinen en er niet over piekeren een talent uit Suriname in te lijven. In de praktijk blijft het dan ook vaak bij een stage van een paar weken.

Gorré beschuldigd van contacten met drugslords

Menzo heeft daarnaast ook nog rekening te houden met een andere onvoorspelbare factor: de Surinaamse voetbalbond (SVB). Eind juli vorig jaar, na het toernooi om de Gold Cup, werd bondscoach Gorré aan de kant gezet. Dat gebeurde ‘vanwege eigenmachtig gedrag, het niet nakomen van afspraken en contacten met drugslords’, zoals de SVB het op een persconferentie naar buiten bracht. Gorré zelf ontkende alle aantijgingen. Vorige maand werd het SVB-bestuur op zijn beurt weggestuurd.

Inmiddels is de strijd om de opvolging in volle hevigheid ontbrand. Kandidaat-bestuurders lijken zich vooral uit zakelijke of politieke overwegingen te afficheren met voetbal, maar zijn doorgaans niet in staat een professionele organisatie op te zetten. Voor de lange termijn hebben ze weinig oog.

Menzo weet waar hij aan begonnen is en zegt zich uitsluitend bezig te houden met zijn selectie. Die heeft nog een lange weg te gaan. Een paar dagen na de 1-1 thuis verliest Suriname de return van Jamaica. Het wordt in Kingston 3-1. Zaterdag speelt Suriname de derde Nations League-wedstrijd: tegen favoriet Mexico. In de poule van drie kwalificeren de beste twee zich voor de strijd om de Gold Cup, het ‘EK’ voor Noord- en Centraal-Amerika en de Cariben. Menzo realiseert zich dat het heel lastig wordt.

Zijn vizier is voorzichtig gericht op het wereldkampioenschap van 2026, waar 48 landen aan mee mogen doen. Bovendien zijn gastlanden Mexico, Canada en de Verenigde Staten dan automatisch geplaatst, waardoor uit de Concacaf-regio drie extra landen meedoen aan het eindtoernooi. Op korte termijn zijn volgens Menzo geen wonderen van Suriname te verwachten. “Jamaica en zeker Mexico zijn veel verder dan wij. Qua talent en opleiding, maar ook qua organisatie. Misschien duurt het bij ons nog een paar jaar. Of ietsje langer.”

Dit verhaal is mede mogelijk gemaakt door het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten.

Lees ook:

Oud-doelman Stanley Menzo: ‘Als ik oerwoudgeluiden naar mijn hoofd kreeg, voelde ik me eenzaam ’

Voormalig Ajax-doelman Stanley Menzo kreeg als een van de eerste zwarte keepers jarenlang oerwoudgeluiden, scheldwoorden en bananen naar zijn hoofd. Hij voelde zich vaak eenzaam. Hij vertelt er over in een interview met Trouw. “Als je zelf denkt dat je anders bent, beschouw je jezelf ook als een ander. Daar moet ik voor waken.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden