ColumnMarijn de Vries

De levenslust van Mathieu van der Poel

null Beeld Trouw
Beeld Trouw

Hoe hij gisteren wegreed, in de vijfde etappe van de Tirreno-Adriatico. Min of meer per ongeluk, tijdens zijn late lunch. Mathieu van der Poel had ineens een gaatje op de groep. Waar de meeste renners zouden denken: laat ik mijn benen maar stilhouden, want morgen is er weer een dag; laat ik maar wat behoudend koersen, want met nog ruim vijftig kilometer te gaan kan ik beter wachten op een moment wat later in de koers als ik wil winnen; laat ik maar rustig doen, want dat is nu eenmaal verstandig – reed Mathieu door.

Misschien had hij het koud. Misschien verveelde hij zich. Misschien voorzag hij een worsteling met zijn ­regenjas, zoals vele renners niet veel later lieten zien. Misschien dacht hij wel helemaal niet na, maar voelde de spanning op zijn benen gewoon goed. En bleef hij als vanzelf de pedalen krachtig rond duwen. Hij kreeg een halve minuut. Een minuut. Het werden er twee. Hij reed verschroeiend hard: achter hem dunde de groep ­behoorlijk uit. De deur stond, zoals ze dan zo mooi zeggen, wagenwijd open.

Met de armen gespreid het avontuur tegemoet

Ik denk dat we zo graag naar Mathieu van der Poel ­kijken omdat hij voordoet hoe veel mensen zouden ­willen leven. Met de armen gespreid het avontuur ­tegemoet. Op gevoel. Zonder voorbehoud, zonder wat-als, van top tot teen erin. Soms keihard je neus stoten. Maar de volgende keer gewoon wéér gaan. Omdat dat zoveel mooier is dan altijd maar behoudend zijn. ­Berekenend. En nooit echt uitbundig.

Maar makkelijk is dat niet. Nu wil ik mezelf op geen enkele manier met Mathieu vergelijken, maar ik ken wel dit: toen ik net begon met koersen, smeet ik mezelf er ook volkomen in. Hoeveel kilometers we ook nog moesten, ik ­demarreerde mee tot ik niet meer kon. Geen tel maakte ik me zorgen over de uren die nog volgen zouden, en of ik die wel vol zou houden. Telkens weer ging ik een beetje dood, en telkens herstelde ik er wonderbaarlijk van – om opnieuw bijna te kunnen sneuvelen.

Ondanks deze ervaring, lukte het me hoe langer hoe minder zo te koersen. Ik werd banger voor het sterven halverwege – of gewoon verstandiger, dat kan ook. Want hoe minder energie je op het verkeerde moment verspilt, hoe meer je overhoudt voor als het er echt toe doet. Ik werd behoudender. Terughoudender. Wat het me heeft gebracht? Niet veel meer dan hoe ik als onervaren renner reed. Maar ik kon niet anders. Ik had te veel meegemaakt, en ervan geleerd.

Het doet me denken aan Peter Sagan, in zijn beste dagen

De kunst die Mathieu verstaat, niet leren van ervaringen maar er gewoon met huid en haar in blijven vliegen, is ongeëvenaarde rennerskunst. Het doet me denken aan Peter Sagan in zijn beste dagen. Die demarreerde ook omdat hij er gewoon zin in had. Of vloog als een malloot de afdaling in, simpelweg omdat het leuk was. Met lef, en met bravoure. Tweede worden? Nou, jammer dan. Hij had lekker gekoerst. Ging het om iets ­anders, dan?

Waar Mathieu aanvankelijk rijdt als een metronoom, krachtig en soepel, begint bij hem het grote kraken in de laatste vijftien kilometer bijna ongemerkt. Zijn zit wordt minder stil. En plots is zijn klimmen harken ­geworden. Tadej Pogacar, de leider in het klassement, vreet zijn grote voorsprong gulzig op. Mathieu blijkt toch een mens. Met een wilskracht van een beer. Hij laat zich nét niet verslaan.

De ongeëvenaarde rennerskunst die hij verstaat, is pure levenskunst. Het geeft hoop, dat onverschrokkene. En het laat maar weer eens zien: het gaat niet om het doel, maar om de reis.

Journalist en voormalig profwielrenner Marijn de Vries fietst u elke maandag door het sportweekend. Lees hier eerdere columns terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden