Beeld Trouw

ColumnHenk Hoijtink

De laatste woorden, hoop ik, over talenten

In mijn eerste column over Frenkie de Jong, op een paar dagen na twee jaar geleden, verontschuldigde ik me bij voorbaat. ‘Dit zijn 600 woorden over een talent, sorry’, was de kop. Moet je niet doen, al te uitvoerig over talenten schrijven, en zeker niet jubelend – er kan nog zoveel met ze gebeuren.

Maar ontkom er in deze hype-tijden nog maar eens aan. Ik ga weer over een talent schrijven, een talent van 18 jaar nu, over wie ik al schreef, eind vorig jaar, toen hij nog 17 was. Ik móést er wel over schrijven: Mohamed Ihattaren had voor Oranje gekozen, niet voor Marokko. Bondscoach Ronald Koeman ging met hem op de foto, ze hielden een oranje shirtje vast.

Dat vond ik raar. Liever richtte ik me op de drukte rond die jongen dan op hem. Oók, eerlijk gezegd, omdat ik niet zag waarin deze goede voetballer overdreven goed moest zijn. Was hij, om eens iets te zeggen, in dit stadium beter dan Ibrahim Afellay, voor wie – ja, er kan veel gebeuren – een glanzende carrière er niet kwam?

Ik stipte de gevaren voor talenten aan, in de eerste plaats dat alles om hen heen (tot de bondscoach dus al aan toe) hun wil behagen. De 17-jarige jongen zelf leek vooral kalm, toen. Hij wekt niet de indruk, schreef ik, bevattelijk voor het behagen te zijn. Hij wilde, ook door omstandigheden, nog niet voor Oranje worden geselecteerd. Een jongen van 17 die in de gekte de rust nog bewaart, besloot ik hoopvol.

Met excuses, wederom

In de eerste competitiewedstrijd van PSV in het nieuwe seizoen, afgelopen zondag, zat Mohamed Ihattaren op de bank. Hij was in de week ervoor van de training gestuurd. Hij speelde het spel niet zoals de nieuwe trainer Roger Schmidt dat wil spelen. Van de training gestuurd – op je achttiende. Hij was eerder te zwaar teruggekomen van vakantie. Dat was bij PSV al vaker gebeurd, wisten insiders te vertellen.

Tja, hoe zal dit verdergaan? Of Ihattaren, grofweg het type galavoetballer, past in het bewegingsvoetbal dat trainer Schmidt wil spelen (en daarmee, breder gezien, in het moderne voetbal), mag al een beetje de vraag zijn. Maar de trainer handelt hierin uitstekend, en opbouwend – voor zolang dat kan, natuurlijk. Schmidt vertelde rustig dat Ihattaren zijn excuses had aangeboden, en dat een trainer soms grenzen moet aangeven. Die kent hij nu, een jonge speler moet en mag leren, was de pedagogische boodschap.

Ik ben de enige niet die de hoop uitspreekt dat Ihattaren leert. Verder is het beter er niets over te zeggen, het talent – zoals het zou en had moeten zijn – het talent te laten. Ik ga de fout in elk geval niet nog een keer maken. Ooit dacht ik voor Adam Maher een uitzondering te kunnen maken, door al vroeg over hem te schrijven. Zoiets zag je hier niet vaak: hij voetbalde goed én werkte hard. Hij leek rustig, tamelijk evenwichtig, bestand tegen wat komen ging.

Maher speelt nu bij FC Utrecht – niet wat we ervan hadden gedacht. Roger Schmidt zei over Mohamed Ihattaren dat hij een getalenteerde voetballer en een goed mens is. Dat zegt een trainer natuurlijk met de beste bedoelingen, maar het is waar we vanaf moeten. Hoe is zoiets gezwollens van een tiener al te bepalen? Hoe denken we van een tiener te kunnen zien dat hij rustig is, verstandig, hij wel, bestand tegen wat komen gaat?

Frenkie de Jong, twee jaar geleden al geruime tijd geen tiener meer, mag nog zo bestand lijken tegen alles wat komt en al gekomen is, zo goed als hij wordt gedacht te zijn, is hij toch nog steeds niet.

Tot zover, met excuses wederom, de laatste 600 woorden over talenten – hoop ik tegen beter weten in.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden