Onderzoek

De Kamer buigt zich over misstanden in het turnen. ‘Is dit de prijs voor die ene gouden medaille?’

Turntraining. Beeld ANP
Turntraining.Beeld ANP

De Tweede Kamer wilde zich laten bijpraten over de misstanden in de turnsport, die deze zomer naar buiten kwamen. ‘Ik heb het over kindermishandeling, want dat is wat turnen is.’

Hoe is het mogelijk dat trainers met weinig pedagogische bagage dertig uur per week met zeer jonge kinderen in een turnzaal mogen doorbrengen? Die vertwijfeling vormde een rode draad tijdens de rondetafelgesprekken in politiek Den Haag over (on)veiligheid in de turnsport.

Erg gelukkig was de timing van de bijeenkomst niet. Op dit moment is er een grootschalig wetenschappelijk onderzoek gaande, waardoor onderzoekster Marjan Olfers niet vrijuit kon praten en de directeur van de KNGU, Marieke van der Plas, met weinig concrete antwoorden kon wegkomen. Immers, ze wacht de resultaten af.

Desondanks was het een boeiende bijeenkomst en onderstreepten de schokkende getuigenissen van oud-turnsters hoe urgent het probleem is. “Ik zat gevangen in een systeem dat mij stukje voor stukje heeft afgebroken. Ik was een nummer, een object”, verklaarde Danila Koster. Toen ze stopte, kampte ze met ernstige depressies en een eetstoornis.

Kamerlid Lisa Westerveld (GroenLinks) nam het initiatief voor de hoorzitting. “Eens in de zoveel jaar komt het onderwerp terug. Dan spreekt iedereen er schande van en vervolgens hoor je er niets meer over. Ik vind het tijd om eens goed in kaart te brengen hoe het er nu voorstaat in de turnsport en om er consequenties aan te verbinden. Natuurlijk kun je als landelijke overheid niet bepalen wat sportbonden doen, maar er wordt wel veel geld in topsport geïnvesteerd.”

Oud-turnsters Danila Koster (l) en Petra Witjes tijdens een rondetafelgesprek met Kamerleden en betrokkenen over de (on)veiligheid in de turnsport. Beeld ANP
Oud-turnsters Danila Koster (l) en Petra Witjes tijdens een rondetafelgesprek met Kamerleden en betrokkenen over de (on)veiligheid in de turnsport.Beeld ANP

Oud-turnster: ‘Turnen stond in het teken van fysieke en emotionele mishandeling’

Petra Witjes (29) hoorde van 2001 tot 2008 bij de Nederlandse top. Haar trainer was Vincent Wevers. “Ik heb het over kindermishandeling, want dat is wat turnen is. Hoewel er ook leuke momenten waren, stond turnen vooral in het teken van fysieke en emotionele mishandeling en verwaarlozing. Wat turnen denk ik onderscheidt van andere sporten is dat je zo afhankelijk bent van een trainer en zo jong begint. Als turnster werd ik geïsoleerd; er moest zo min mogelijk contact zijn met de buitenwereld. Er is sprake van een angst- en een dofpotcultuur.

“Werd mijn persoonlijke ontwikkeling gestimuleerd om een op zichzelf staande jongvolwassene te worden? Absoluut niet, ik werd klaargestoomd voor wedstrijden. Turnster zijn was mijn identiteit. Toen ik op mijn zeventiende stopte, belandde ik in de normale maatschappij, in een wildvreemde wereld. Ik was emotioneel en fysiek gebroken. Een tiener met een burn-out.

“Jarenlang heb ik in een identiteitscrisis gezeten. Ook heb ik last van bindingsangst. En er is nog altijd geen dag dat ik opsta zonder pijn in mijn lichaam. Er moet erkenning komen voor wat ons is aangedaan. De KNGU moet verantwoordelijkheid nemen.

“Want dat is het ergste: de bond heeft het allemaal maar laten gaan. Ze wisten van de misstanden en hebben er niks aan gedaan. Is dit dan de prijs die betaald moet worden voor die ene gouden medaille die Nederland in het damesturnen op de Olympische Spelen heeft gewonnen?”

Hoogleraar Marjan Olfers (sport en recht, VU Amsterdam) tijdens een rondetafelgesprek met Kamerleden en betrokkenen over de (on)veiligheid in de turnsport. Beeld ANP
Hoogleraar Marjan Olfers (sport en recht, VU Amsterdam) tijdens een rondetafelgesprek met Kamerleden en betrokkenen over de (on)veiligheid in de turnsport.Beeld ANP

De deskundige: ‘In het turnen is de afhankelijkheid van een trainer zeer groot’

Marjan Olfers, hoogleraar sport en recht aan de VU, leidt een groot wetenschappelijk onderzoek naar de misstanden in de turnsport, waarvan de uitkomsten begin volgend jaar verwacht worden. Daarom was zij ongelukkig met de timing van deze hoorzitting. “De turnsport betreft een sport waar op zeer jonge leeftijd talentvolle meisjes veel trainingsuren maken. Daarbij komt dat het een gevaarlijke sport is, waarbij de sporter continu wordt uitgedaagd om angst – bijvoorbeeld om te vallen – te overwinnen. De afhankelijkheid van de trainer is zeer groot. Het kindt moet er op kunnen vertrouwen dat het wordt opgevangen als een sprong misgaat.

“Uit eerdere integriteitsonderzoeken waar ik bij betrokken was, blijkt dat het continu gaat om macht en afhankelijkheid. Op het moment dat er een meer open omgeving is, dat de zaal open is, geeft dat transparantie en dat geeft veiligheid. Dat hebben we bijvoorbeeld gezien in de judosport.

“Ik kan niet vooruitlopen op mijn onderzoek naar de turnsport maar uit een eerdere analyse van mij over het wielrennen blijkt hoe jonge sportsters snel worden opgenomen in een bepaalde cultuur. Ik was bij een groepsgesprek met wielrensters die blij vertelden dat hun menstruatie gestopt was, want dat betekende dat hun lichaamsgewicht goed laag was. Zo zie je hoe het abnormale genormaliseerd wordt.

“De organisatiestructuur van de turnsport is complex. Bij de internationale federatie zijn 179 landen aangesloten, dus qua regelgeving hebben wij als Nederland een kleine stem. Dat het een sport is waarbij je een oefening begint met een bepaalde uitgangswaarde en daarvan gaat aftrekken, voedt ook bepaald gedrag.”

Oud-turnsters: ‘Ik leefde in voortdurende angst’

Anouk Visser-Jong (38) was vanaf haar negende een topturnster. Op haar achttiende moest ze stoppen na een sportongeluk, waarbij ze twee nekwervels brak. “Ik ben uitgescholden, geduwd en bespuugd. Al die jaren in de turnzaal leefde ik in voortdurende angst. Je wordt vanaf jonge leeftijd op alles beoordeeld. Hoe je kijkt, hoe je lacht, hoe je beweegt, hoe je eruitziet. Ik ben nu negentien jaar geleden gestopt, maar ik denk nog steeds vaak: doe ik het wel goed, sta ik wel goed?

“We ondergingen kindermishandeling, maar we waren er ook getuige van. Maar we mochten ons niet met onze trainingsgenootjes bemoeien, laat staan ons om elkaar bekommeren. We hadden alleen elkaar, maar we hadden niks aan elkaar. De trainer sprak over mij als ‘zijn materiaal’. De focus, ook vanuit de bond, ligt heel erg op het behalen van succes. Er wordt niet gekeken vanuit het kind.

“Toen ik moest stoppen, nota bene door een ernstig ongeluk, heeft de KNGU nooit gevraagd hoe het met me ging. Ik heb een dissociatieve stoornis en fysiek ben ik niet meer in staat te sporten, ook door verwaarlozing van blessures door de trainer.

“De vraag die ik aan u politici wil stellen: zou u een leerkracht die zich aan grensoverschrijdend gedrag heeft schuldig gemaakt nog voor de klas willen hebben? Waarom mogen de turntrainers dan wel gewoon blijven trainen?”

De bestuurder: ‘Grensoverschrijdend gedrag is niet turnspecifiek’

Maurits Hendriks, technisch directeur NOC-NSF: “Grensoverschrijdend gedrag is niet turnspecifiek. Dat laten de cijfers zien uit het prevalentieonderzoek van het Centrum Veilige Sport Nederland, dat maandag gepubliceerd wordt. Van de 18- tot 51-jarigen heeft een grote meerderheid te maken gehad met grensoverschrijdend gedrag in zijn of haar jeugdjaren. Dat geeft wel aan dat dit probleem veel breder speelt.

“Het aantal sporters dat misstanden meldt bij het centrum is de afgelopen maanden enorm toegenomen. Wij hebben daarom besloten om onze bijdrage voor voor volgend jaar te verdubbelen. Dus we doen er 430.000 euro bij.

“Ik moet erkennen dat wij in het verleden onvoldoende aandacht hebben gehad voor de slachtoffers. Er zijn heel veel onderzoeken geweest de afgelopen decennia en daarna is er steeds vooruitgekeken. Er moet nu iets gebeuren.

“Sinds een jaar of zes, zeven stelt NOC-NSF de ontwikkeling van het kind centraal. De focus ligt dus niet meer alleen op het sporttechnische. Een team van experts, inclusief psychologen, betrekken we erbij. Zo proberen we kinderen ook weerbaarder te maken. We helpen ze bijvoorbeeld om te gaan met druk, helpen ze om kritische naar hun omgeving te kijken, om vragen te durven stellen. Ook coaches proberen we bijvoorbeeld van meer pedagogische kennis te voorzien.

“Een belangrijke vraag daarbij is wat we precies verstaan onder een didactisch veilige omgeving? Die definitie moeten we met elkaar scherp krijgen, voor alle kinderen die in Nederland aan sport doen. Wat is het verschil tussen streng en gemeen?”

Lees ook:
Voormalig turntrainer Kelly Koets: ‘Er is in het turnen een giftige mix ontstaan’

Kelly Koets werkte samen met trainer Gerrit Beltman, die mishandeling erkende, en met Vincent Wevers, die ervan wordt beschuldigd. ‘Dit interview is niet chic, wel noodzakelijk.’

Turnsters melden misstanden met #dossierturnmisbruik: ‘Dit is echt ook een Nederlands probleem’

Steeds meer turnsters vertellen over hun ervaringen met turncoaches. “We willen dit bespreekbaar maken.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden