SchaatsenNK Kunstrijden

De enige man op het NK kunstrijden: ‘Aan de wereldtop zal ik nooit komen’

Thomas Kennes tijdens de korte kür van de Challenge Cup NK kunstrijden. Beeld Phil Nijhuis

Hij wilde eigenlijk op ijshockey, maar Thomas Kennes raakte verslingerd aan het kunstrijden. In Nederland ontbreekt het aan concurrentie, de Brabander staat er alleen voor. 

Hij herinnert zich zijn eerste kennismaking met het kunstrijden alsof het gisteren was. Als jochie van net vier mocht Thomas Kennes met zijn ouders mee naar de ijsclub Sky in Tilburg. Omdat hij nog te jong was, liep hij eerst alleen met een rekje langs de kant mee. Later mocht hij meetrainen voor het eindgala, waarmee het jaar traditioneel werd afgesloten.

Op achtjarige leeftijd kwam hij serieus in aanraking met kunstrijden, al moet hij eerlijk bekennen dat het niet zijn eigen keus was. “Ik was met een oudere zus en die vond de pakjes en de glitters zo mooi op tv”, zegt Kennes na zijn training in De Uithof waar dit weekeinde de internationale strijd om de Challenge Cup werd gehouden. “Mijn broer en ik wilden ook wel schaatsen, maar wij wilden ijshockeyen.”

Toch koos hij voor het kunstrijden, geïmponeerd als hij was door een wedstrijd die hij thuis op televisie had gezien. Die showtjes bij Sky waren leuk, maar nu wilde hij ook echt gaan schaatsen, doen wat die mannen op tv deden. Hij meldde zich aan bij Magic Skates Breda, waar hij verknocht raakte aan het kunstrijden en niets anders meer wilde.

Kunstrijden wordt snel geassocieerd met ‘iets voor meisjes’

Inmiddels behoort Kennes (23) al jaren tot de nationale top, nee sterker: hij ìs de nationale top. In Nederland is de geboren Tilburger de enige man die serieus als solorijder bezig is. Dat verbaast hem niet, de sport wordt snel geassocieerd met ‘iets voor meisjes’. Dat is jammer en niet terecht, zegt Kennes. “Internationaal wordt het kunstschaatsen enorm gewaardeerd en staat de sport hoog in aanzien. Bij jongens en bij meisjes.”

Na het einde van zijn carrière hoopt Kennes iets terug te kunnen doen voor de sport die hem al zoveel heeft gebracht. Een van zijn prioriteiten zou dan zijn het kunstrijden populairder te maken voor jongens. “Nu hebben we geen jonge jongens die schaatsen. Zolang we die niet hebben krijg je ook nooit mannen aan de top. Nu kan ik mijn energie daar nog niet insteken, maar daar moet in de toekomst een keerpunt in komen.”

Ook de financiële drempel is hoog, want kunstrijden is een dure sport, beweert Kennes. Zijn kosten bedragen ruim duizend euro per maand. Zonder steun van de Stichting Kunstrijden Nederland van Joan Haanappel zou hij zijn sport niet kunnen bedrijven. Ook schaatsbond KNSB draagt een steentje bij en als bijbaantje werkt Kennes in de bediening in een restaurant in zijn woonplaats Oisterwijk.

Beeld Phil Nijhuis

Trainen in België

Om te investeren in zijn toekomst maakte Kennes eind 2018 de stap naar België. Hij sloot zich aan bij de ijsclub van oud-olympiër Jorik Hendrickx en zijn coach Carline Herrygers in de buurt van Turnhout. Hij vond dat hij in Den Bosch was vastgelopen en stippelde een andere weg uit om zijn prestaties te verbeteren. “Waar ik nu train is de professionaliteit en de kennis veel hoger.”

De afgelopen jaren zag Kennes, die toegeeft dat het technisch rijden niet zijn sterkste kant is, het kunstrijden een enorme ontwikkeling doormaken. “Bij de Spelen van 2010 werd Evan Lysacek olympisch kampioen zonder quad (viervoudige sprong, red). Dat is nu echt ondenkbaar. Als je kijkt naar Nathan Chen, die vijf soms wel zes quads in zijn kür heeft, dat is gewoon niet normaal.”

In het internationale veld van de Challenge Cup eindigde Kennes in zowel in de korte kür als in de vrije kür als zeventiende. Door het ontbreken van landgenoten was de nationale titel, die in Den Haag ook op het spel stond, een logische prooi voor hem. “Aan de top zal ik nooit komen”, zegt Kennes. “Mijn drijfveer is de finale van een EK halen, net als het WK en de Olympische Spelen.” Mocht hij deze doelen niet halen, dan draait de wereld gewoon door. “Als ik alles heb gegeven kan ik terugkijken op een carrière waarin ik heb bewezen dat ik ergens voor sta.”

Beleid KNSB werpt wat vruchten af

Er ontstaan wat lichtpuntjes, zegt Karen Venhuizen, disciplinemanager kunstrijden bij de schaatsbond KNSB. Langzaam werpt het beleid vruchten af, aldus de oud-rijdster die op het EK van 2008 veertiende werd. “In Dordrecht en Den Bosch hebben we opleidingsprogramma’s voor talentontwikkeling en een keer in de week trainen de nationale toppers met elkaar in Tilburg.” Venhuizen vindt dat Nederland het als schaatsland aan zijn stand verplicht is om ook bij het kunstrijden mee te doen. De spoeling blijft echter dun en de internationale concurrentie is enorm. Maar er zijn lichtpuntjes, zoals Lindsay van Zundert, die volgende maand meedoet aan het WK junioren in Talinn en het ijsdanspaar Michel Tsiba/Daria Danilova, dat Nederland onlangs voor het eerst sinds 24 jaar op een EK vertegenwoordigde. Venhuizen: “Er is nog steeds werk aan de winkel. We zien dat de sporters in ontwikkeling zijn, dat ze sterker woren en dat ze op internationale toernooien beter meekunnen.” Een terugkeer op de Spelen, voor het eerst sinds het olympisch zilver van Dianne de Leeuw in 1976, zou een mijlpaal zijn. “We streven naar 2022, maar voor 2026 zullen er meer rijdsters klaar zijn.”

Lees ook: 

Vrijer en blijer naar medailles.

De ster van het Russische schaatsen Evgenia Medvedeva maakte een controversiële keuze door in een ander land te gaan trainen.

Klap na klap, maar Wories gelooft dat het goed komt 

‘Ik ben degene die ik nu ben. En dat is Niki Wories, die naar de Olympische Spelen gaat.’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden