Recensie'Lance'

De documentaire ‘Lance’ laat een Armstrong zien die boeit, afstoot, en die je hoe dan ook opvreet

Lance Armstrong in de documentaire ‘Lance’. Beeld ESPN

In 2013 viel hij definitief van zijn voetstuk. Een nieuwe, lange documentaire vertelt het intrigerende verhaal over de opkomst en ondergang van Lance Armstrong.  

Aan het einde van de documentaire vertelt Lance Armstrong dat hij Jan Ullrich heeft opgezocht. De Duitser, ooit zo bejubeld en later verguisd, is mentaal en fysiek een wrak geworden. Armstrong schiet ineens vol. Er volgt een tirade. Over hoe ook renners als Basso en Pantani ‘vernietigd’ zijn vanwege hun dopingzonden. “Pantani is dood!” roept hij in de camera.

De verontwaardiging lijkt oprecht. Zo zal Armstrong het zelf ook voelen: allemaal slachtoffers van het verderfelijke systeem. Maar gelukkig is er journaliste Bonnie Ford, die in de docu de rol van broodnuchtere analyticus heeft. Al een kwart eeuw volgt ze Armstrong op de voet. Ze weet niet of de tranen over Ullrich oprecht zijn. Na zo veel leugens kan zij niets van hem nog geloven. Theater is zijn eerste natuur. Ford vindt ook dat Armstrong zichzelf niet moet vergelijken met Basso, Pantani en Ullrich. “Hij was van een andere orde.”

En zo is het. Armstrong is met geen wielrenner ooit te vergelijken. Dat wordt wel duidelijk in ‘Lance’, de intrigerende ESPN-documentaire van drieënhalf uur die de komende zaterdagen in Nederland is te zien. Aan de hand van gesprekken met Armstrong zelf, vrienden en vijanden wordt een gelaagd beeld geschetst van een man die boeit en die afstoot, maar die je hoe dan ook opvreet. 

‘Kanker was een competitie voor mij’

Enerzijds zien we de uitzonderlijke sportman. Een fysiek beest van – nu – 48, dat nog altijd traint en in topvorm lijkt. Hij oogt nu als een filmster en blijft scherp als een mes in zijn commentaren. Zijn intelligentie is nooit betwist. Ook op de fiets. Hoe kun je anders zeven Tours op rij, zonder te vallen, zo domineren? Al op zijn vijftiende versloeg hij veel profs in een zware triatlon. Hij was bereid om altijd alles te doen om te winnen, álles. Hij creëerde vijanden om hen dan te kunnen verslaan. Zo zag hij ook zijn ‘gevecht’ met teelbalkanker. “Kanker was een competitie voor mij: ik tegen kanker.”

Na zijn genezing gaf hij wereldwijd inspiratie en hoop. Zijn liefdadigheidsstichting genereerde vele miljoenen. Dat hij na zijn operatie nog drie kinderen kreeg, dankzij ingevroren sperma, leidde tot een enorme toename van het aantal vruchtbaarheidsbehandelingen van kankerpatiënten. Tienduizenden baby’s leverde het op. Armstrong vertoefde onder sterren en presidenten. Met zijn charisma veroverde hij miljoenen harten.

Toenmalig president George W. Bush in 2005 op de fiets met Lance Armstrong (rechts) in Texas.Beeld Reuters
Lance Armstrong met voormalig president Bill Clinton tijdens de opening van de jaarlijkse Clinton Global Initiative-bijeenkomst in New York, 2008.Beeld AP

Maar we zien in de docu ook de duistere kant van die medaille. De nietsontziende, manipulatieve schurk. Niet omdat hij zelf al op zijn 21ste ook aan de doping ging. Van cortisonen en testosteron tot groeihormonen en epo, alles gebruikte hij. Dat werd in die jaren negentig nog niet gezien als een schending van de moraal van de sport, laat staan als een misdaad, maar als slechts een overtreding van regels. Iedereen deed het en wie niet werd gepakt, had niet gebruikt. Van 1996 tot 2010 schreef de Italiaanse arts Ferrari hem de middelen voor. “Hij zei: Lance, alles wat je nodig hebt is rode bloedcellen.” Epo dus. Saillant: wie bracht hem ooit in contact met Ferrari? Eddy Merckx.

Een van de boeiendste smeerlappen die de wielersport ooit kende

Nee, het schurkerige zit in de manier waarop Armstrong omging met die cultuur. Hij was de Godfather in zijn eigen maffia-organisatie. Wie uit zijn kring stapte, was een gevaar en werd verketterd en achtervolgd door advocaten. Hij intimideerde en bedreigde ex-ploegmaten als Floyd Landis, collega-renners, journalisten en anderen. Sommigen hadden er jaren psychisch last van. Hij zegt vooral spijt te hebben van zijn gedrag tegenover ex-verzorgster Emma O’Reilly die hij voor ‘hoer’ uitmaakte. “Dat was totaal onacceptabel van mij.”

Als renner werd Armstrong nooit gepakt. Hij had de hele wielerwereld in zijn macht. Hij werd gedekt door de Nederlandse voorzitter van de UCI, wijlen Hein Verbruggen, die de marketingwaarde van de Amerikaan zwaarder liet wegen dan eerlijke sport. Verbruggen verdoezelde volgens Landis zelf een positieve epo-test van Armstrong. Die zegt nu over Verbruggen: “Ja, hij beschermde mij, en daarmee de sport.” Een weg terug uit het web van leugens was er niet. Zijn hele liefdadigheidsindustrie was gebaseerd op het sprookje. “Ik gebruikte kanker als een schild.” Pas toen er geen uitweg meer was, bekende hij, in 2014 bij Oprah. In twee dagen stortte zijn imperium volledig in. “Een nucleaire meltdown.”

‘Lance’ kiest gelukkig niet voor een eenduidige blik op Armstrong. “Ik weet na dertig jaar nog steeds niet of ik hem haat of van hem houd”, zegt Bobby Julich, ex-collega, in de docu. Armstrong blijft een van de boeiendste smeerlappen die de wielersport ooit kende. Kijkend naar deze docu besef je: hij vreet je nog steeds op. ‘Lance’ laat zien wat sport met een mens kan doen. En wat een mens met een sport kan doen.

‘Lance’, in twee delen te zien op 6 en 13 juni, 21.00 uur, Fox Sports.

Lees ook: 

Het wel en wee van een wielerploeg is zelfs voor niet-wielerfans interessant

De wielerwereld snakt naar documentaires van ‘binnenuit’. Op Netflix is er sinds maart een te zien: ‘El diá menos pensado’, die een ontluisterend inkijkje biedt in een van de beste ploegen ter wereld: het Spaanse Movistar. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden