AnalyseNoorwegen-Nederland

De dilemma’s van Oranje

Bondscoach Louis van Gaal overziet zijn troepen tijdens het Wilhelmus, voorafgaand aan de interland tegen Noorwegen.  Beeld Pro Shots / Stanley Gontha
Bondscoach Louis van Gaal overziet zijn troepen tijdens het Wilhelmus, voorafgaand aan de interland tegen Noorwegen.Beeld Pro Shots / Stanley Gontha

De remise van Oranje tegen Noorwegen en de reacties na afloop legden een repeterende paradox bloot in het Nederlandse voetbal.

Soms moet er een buitenstaander aan te pas komen om de zaken scherp te stellen. Het was de Noorse bondscoach Stale Solbakken die in de late woensdagavond na de 1-1 in Oslo zijn licht liet schijnen over het Nederlands elftal. In een raak betoog schetste hij feitelijk de dilemma’s van Oranje. Dilemma’s die steeds terugkeren en waar het Nederlandse voetbal zich zo moeilijk van kan bevrijden.

Solbakken roemde de kwaliteit van de Nederlandse spelers. Een aantal speelt bij topclubs in Italië, Engeland, bij Barcelona of Paris Saint-Germain. Die had hij niet, op Erling Haaland na natuurlijk. Bijna al die Nederlandse spelers zouden zo in zijn ploeg staan. Omgekeerd had Louis van Gaal eerder in de week gezegd dat hooguit vijf Noren goed genoeg zouden zijn voor Oranje. Solbakken sprak vervolgens over de ‘Hollandse’ voetbalcultuur, die al zo lang bestaat. “Bij jullie draait het altijd om de ‘passing game’. Wij hebben niet die kwaliteiten die jullie hebben, met fraaie driehoekjes en mooie combinaties. Maar soms word je daar ook mee afgestraft.”

Boeiende paradox

Vijf minuten na Solbakken zat Georginio Wijnaldum achter dezelfde tafel. “Hij heeft gelijk”, zei de middenvelder (30) met 80 interlands, na vier jaar Liverpool en nu speler van Paris Saint-Germain. De teleurstelling van de 1-1 tegen Noorwegen viel van zijn gezicht te lezen. “Ik denk dat het Nederlands voetbal moet veranderen. Wij zijn altijd te comfortabel als we de bal hebben en denken dat die kans dan wel komt. Maar het voetbal is zo veranderd. Van kleinere teams win je niet zomaar. Wij moeten niet meer denken dat met veel balbezit de kansen zomaar komen.”

In zijn woorden kwam een boeiende paradox naar voren. Het waren de spelers die bij Van Gaal hun voorkeur voor een systeem met drie spitsen (4-3-3) hadden neergelegd. In principe een systeem voor dominant, aanvallend voetbal. De reden had Wijnaldum zelf eerder deze week aangegeven: daar zijn ze allemaal mee opgegroeid, dat voelt het meest vertrouwd. Van Gaal ging erin mee, ook al had hij vooraf aangegeven wat hij ook na de wedstrijd tegen Noorwegen nadrukkelijk benoemde: eigenlijk zijn de buitenspelers die je dan nodig hebt momenteel niet goed genoeg.

Lastig door strakke organisatie

Hij doelde op Steven Berghuis, die dus toch maar basisspeler werd. En Gakpo dan, Malen? Onmiskenbaar erkent ook Van Gaal hun internationale potentie, maar die ligt vooral in hun snelheid. Zij hebben daarvoor (veel) ruimte nodig. Die kregen ze van de Noren niet. Die stonden heel compact en vrij massaal te verdedigen, dicht bij elkaar, zoals vorig jaar Bosnië succesvol deed tegen Nederland. Ook het recente EK liet zien hoe ‘zwakkere’ broeders het de ploegen met meer sterren heel lastig konden maken met een strakke organisatie. Met zijn 5-3-2-systeem had Frank de Boer daar een antwoord op willen geven; door gebrek aan sturing en communicatie mislukte dat.

Tegenstanders zoals Solbakken wijzen graag op de reputatie van Nederland als groot voetballand, met al die grote namen, maar van de voorspelbaarheid maken ze ook dankbaar gebruik. Typerend voor de collectief gedragen weerstand die Noorwegen bood was het dat Gakpo, Berghuis en in de tweede helft Malen heel veel directe duels verloren; zij zijn in Nederland niet gewend aan het type weerstand dat in toenemende mate van belang is in het internationale voetbal.

‘Onzorgvuldige’ ploeg

Wie wil voetballen zoals Nederland, zal daartegen opgewassen moeten zijn. En de bal zal zo snel en goed rond moeten gaan, het liefst met een creatief idee, dat de tegenstander uiteen wordt gerafeld. Die kwaliteit ontbreekt nu bij de nationale ploeg, al veel langer. “Wij kunnen wel denken dat dit Nederlands elftal wereldtop is, maar dat is het dus niet”, sprak Van Gaal na afloop. Zijn ‘onzorgvuldige’ ploeg leed veel balverlies.

Hij zei óók: “Ik heb het geluk aan mijn kont hangen”. Daarmee doelde hij op het nieuwe puntenverlies van Turkije, waardoor de remise in Oslo weinig schade berokkende in de WK-kwalificatie. Zaterdagavond wacht alweer Montenegro in Eindhoven. Misschien komt het Van Gaal niet slecht uit dat de verwachtingen rond Oranje wat getemperd zijn, zodat daar een strijdwijze uit kan rollen die beter aansluit bij de kwaliteiten van deze spelers en bij wat er in het internationale voetbal wordt gevraagd.

Lees ook:

Oranje is ook onder Van Gaal nog lang geen hoogvlieger: 1-1 in Oslo

Het Nederlands elftal bleef steken op gelijkspel tegen Noorwegen (1-1), maar blijft in groep G nog volop in de race voor het WK in Qatar.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden