Matchfixing

De deur van de Nederlandse sport staat wijd open voor matchfixers

null Beeld Suzan Hijink
Beeld Suzan Hijink

Een nieuwe gokwet, een brandbrief van de sportbonden gesteund door het OM en een gestaakte tuchtzaak tegen matchfixing. Hoe kwetsbaar is de Nederlandse sport?

Sport bestaat bij de gratie van fair play. Beoefenaars en toeschouwers moeten ervan uit kunnen gaan dat de uitkomst van een wedstrijd op het veld wordt beslist. Zo bezien is het zorgelijk dat de bestrijding van matchfixing in Nederland bijzonder moeizaam verloopt. “Als je dat niet goed aanpakt, leg je in feite de bijl aan de wortel van de sport”, stelt Gerard Dielessen van NOC-NSF. Jan Peter Dogge van de KNVB vult aan: “Als de sport haar integriteit verliest, raakt ze haar grootste goed kwijt”.

Het opengooien van de Nederlandse gokmarkt maakt het probleem urgenter dan ooit. In feite staat de sportwereld op dit moment machteloos tegenover kwaadwillenden. Nieuwe wetgeving zorgt voor extra juridische obstakels, het eigen instituut voor tuchtrecht bleek recent een tandeloze tijger en voor de partners in het strafrecht – politie en OM – heeft deze vorm van criminaliteit niet de allerhoogste prioriteit. Daarmee staat de deur van de Nederlandse sport wijd open voor matchfixers. Een bekende risicofactor is immers een lage pakkans.

Concurrentie van cocaïnehandel en terrorisme

“Als we naar het buitenland kijken, zou het naïef zijn om te denken dat het hier niet gebeurt. Maar in Nederland vinden we eigenlijk weinig tot niks. Hoe komt dat?” Dat wil Chiel Warners weten; hij is in 2019 door het ministerie van justitie en veiligheid aangesteld als de eerste nationale informatiecoördinator matchfixing.

“Sport is een reflectie van de maatschappij, inclusief de misstanden. Alleen wordt sport nog altijd als autonoom gezien, als een sector die zijn eigen boontjes moet doppen. Met dit dossier kan dat niet. Sport is daar niet voor toegerust. Maar we zien dat criminaliteit in de rest van de samenleving bereidwilliger wordt opgepakt door handhaving.”

Natuurlijk, geeft de politie toe, maakt zij altijd een afweging of het ’t waard is om een signaal verder te onderzoeken. Daarbij moet matchfixing concurreren met zaken als cocaïnehandel, liquidaties en terrorisme. Wat daarbij niet helpt, is het feit dat sportmanipulatie moeilijk is op te werken – zoals dat in vaktermen heet – naar een concrete verdenking. Pas dan kan de politie haar opsporingsbevoegdheden inzetten om bijvoorbeeld informatie te vorderen.

Frustraties

Een abc’tje is matchfixing zelden. Een opvallend wedstrijdverloop alleen zegt niets; verrassingen horen bij de sport. Grote blunders op het veld? Een speler kan simpelweg uit vorm zijn. Zelfs verdachte goktransacties krijgen pas waarde als ze gekoppeld kunnen worden aan iets afwijkends binnen de lijnen. De bewijslast is dus ingewikkeld, ook omdat het meestal om een delict met internationale dimensies gaat.

Hoewel de politie alweer een jaar of zes een nationaal expert matchfixing heeft, zegt het genoeg dat er sindsdien welgeteld één politieonderzoek is geweest dat puur om matchfixing draaide. Ibrahim Kargbo zou als voetballer van Willem II wedstrijden hebben gemanipuleerd, in opdracht van een Singaporees. De zaak verscheen nooit voor de rechter, omdat het delict inmiddels verjaard was toen de politie de zaak rond had.

Dat frustreert de sportwereld. “Als het gaat om integriteitszaken, moet je het samen doen”, zegt algemeen directeur van sportkoepel NOC-NSF Dielessen. “Matchfixing betreft crimineel gedrag. Voor de aanpak hebben wij politie en justitie nodig en uit eerdere ervaringen maken wij op dat zij er geen prioriteit aan geven.”

Er zijn verschillende overlegstructuren opgetuigd waarin de partijen samen overleggen. Officier van justitie Anne de Leeuw, gespecialiseerd in sportfraude, vraagt zich bij elk signaal af welke partij in de beste positie is om iets te ondernemen. “Kan een ander helemaal niks? Hebben we echt onze opsporingsbevoegdheden nodig? Dat is voor ons heel bepalend.”

Kwetsbaar tennis

Hoe groot het probleem precies is, weet niemand. Het laatste onderzoek naar matchfixing in Nederland, uitgevoerd door hoogleraar Marjan Olfers, dateert alweer van acht jaar geleden. Daaruit bleek dat 27 procent van de sporters dacht dat matchfixing zich in de eigen omgeving had voorgedaan en dat 4 procent zelf was benaderd.

De gokmarkt is sindsdien explosief gegroeid, en daarmee het risico op matchfixing. Immers: op hoe meer wedstrijden en details kan worden gewed, hoe groter de potentiële mogelijkheden voor ‘fixers’. Voetbal en tennis zijn aantrekkelijke doelwitten, omdat het mondiaal populaire sporten zijn waar veel op wordt gegokt waardoor afwijkend gokgedrag minder snel opvalt. Tennis is extra kwetsbaar, omdat bij een individuele sport slechts één sporter omgekocht hoeft te worden en niet iedere prof er financieel even goed bij zit.

“De afgelopen jaren zijn er internationaal relatief veel signalen geweest”, vertelt Robert Jan Schumacher, directielid van de KNLTB. “Er zijn wereldwijd 10.000 spelers die zich proftennisser noemen, maar slechts de top- 400 kan zijn brood verdienen met de sport. Als spelers een aanbod krijgen om voor 20.000 euro een wedstrijd te verliezen terwijl toernooiwinst minder oplevert, is dat verleidelijk.”

Hoewel er door corona minder getennist is, gaat het nog steeds om één à twee zaken per maand. “Of dat het topje van de ijsberg is, weten we niet. Maar omdat het zo structureel voorkomt, vind ik dat we het als een serieuze bedreiging voor de geloofwaardigheid van de sport moeten zien. En het zou naïef zijn om te denken dat er nooit Nederlandse tennissers bij betrokken zijn.”

Matchfixing als strafbaar feit

Recent verklaarden zes Nederlandse darters dat ze het afgelopen jaar via sociale media benaderd waren door matchfixers. Ook werd Nederland opgeschrikt door een zaak rond oud-basketballers van een club uit Leeuwarden, die in samenwerking met Zuid-Koreaanse gokkers in 2019 bewust eredivisieduels verloren zouden hebben. Ondanks concrete verdenkingen staakte het Instituut Sportrechtspraak de behandeling van die zaak, omdat het de mankracht en bevoegdheden niet heeft voor het ingewikkelde onderzoek.

Dat geeft te denken. Hoe effectief is het eigen tuchtrecht van de sport? En als dat niet blijkt te werken en het ook strafrechtelijk lastig is om zaken in Nederland rond te krijgen, wat dan? De integriteitsmanager van de KNVB, Jan Peter Dogge, pleit ervoor matchfixing als strafbaar feit in het Nederlandse wetboek van strafrecht op te nemen. Nu wordt er vaak naar gekeken onder de noemer van oplichting. Hij haalt voorbeelden aan van scheidsrechters die in Duitsland en Servië gevangenisstraffen kregen.

De Leeuw van het OM denkt dat daar misschien een preventieve werking van uit zou kunnen gaan. “Maar ik denk niet dat dat het gouden ei is, omdat het delict zelf nog steeds even lastig te bewijzen blijft.”

Een biljoen euro

Ondertussen doen de bonden hun best om de eigen leden weerbaar te maken en ze te waarschuwen voor de gevaren. Dogge spreekt in de aanloop naar het EK het Nederlands elftal toe. “Ik vergelijk altijd de omzet van de rijkste voetbalclubs, rond de 800 miljoen euro, met de jaaromzet van de gereguleerde en niet-gereguleerde gokmarkt: die wordt geschat op meer dan een biljoen euro, dat is een één met twaalf nullen. Als je weet dat het wedden op sport daarvan een groot gedeelte beslaat, schrik je van het risico dat de sport loopt.”

Desalniettemin is begin deze maand de Wet kansspelen op afstand ingegaan (Koa). Die maakt het online gokken op sport over een half jaar legaal in Nederland. De verwachting is dat het inzetten op Nederlandse competities de komende jaren daardoor zal toenemen. De bonden zijn bevreesd en hebben een lijst samengesteld van wedstrijddetails waarop niet mag worden gegokt: spelelementen die te makkelijk te beïnvloeden zijn, als de eerste ingooi in een voetbalwedstrijd.

Maar de grootste zorg betreft de informatiepositie van de sportbonden die door Koa ernstig verzwakt wordt. Gokaanbieders mogen straks verdachte gokbewegingen niet meer met hen delen, omdat die informatie dan onder een wet tegen witwassen en terrorisme valt. Het gevolg is dat er nog minder makkelijk verdachte geldstromen naast verdachte sportieve acties gelegd kunnen worden. Onder leiding van NOC-NSF is er anderhalve week geleden een brandbrief naar Den Haag gestuurd. Dielessen: “In het voortraject van de wet zijn ons andere toezeggingen gedaan”. Officier van justitie De Leeuw is ook bezorgd: “Koa bemoeilijkt het signaaloverleg”.

En zo is de deur van de Nederlandse sport nog wijder opengezet voor matchfixers.

Lees ook:

Er is matchfixing in het basketbal, maar het onderzoek stokt

Naar aanleiding van een nieuw vermoeden van matchfixing, in het basketbal, krijgen Nederlandse sporters meer voorlichting.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden