ColumnMarijn de Vries

De angst van het peloton is tastbaar in de duistere tunnel

null Beeld

Het dak van de tunnel is groen. Er staan een paar bomen op. Te oninteressant om lang te laten zien, dus zwenkt de camera omhoog. Kale bergflanken in een zee van grijs. Druppels op het beeld. Grauwe rotsen, restjes sneeuw. Even is de uitgang van de tunnel te zien, een witte boog in troosteloos landschap.

De Giro d’Italia speelt zich daarbinnen af. We zien het niet. In het heetst van de strijd zijn we in een vacuüm beland. We namen afscheid van de naderende ontknoping met de billen van Geoffrey Bouchard. Zijn ene nummer 13 op de kop, het andere rechtop. Het hele peloton rijdt nu in de tunnel, op nog geen drie kilometer voor de meet. Rijdt Bouchard nog steeds alleen voorop? Of rijdt hij nu samen met de rap naderende Koen Bouwman op kop? Hoe dicht daarachter zit het peloton?

We zien het niet. We zien: een parkeerplaats met campers. Een rotonde. Dranghekken. Reclameobjecten. Auto’s en motoren, die uit de tunnel komen. Daarbinnen gebeurt het. Daarbinnen, in die brede, goed verlichte buis. Waar geen camera verslag doet. Waar dus geen beeld van is. Surreëel, in 2021.

Bestaat de koers onbekeken wel echt? Terwijl de camera nog meer kale skipistes laat zien, denk ik aan een van mijn eigen Giro’s, tien jaar geleden. De etappe over de Mortirolo. We reden van Rovato naar Grossoto. Voor de klim begon, zouden we langs het Lago d’Iseo koersen. Door een tunnel.

Dagenlang werd er al over de tunnel gefluisterd. Donker was hij, naar verluidt. En de weg was nat en glad. Gevaarlijk, dus. Ondanks protesten bleef de tunnel onderdeel van het parcours. Want er was geen omweg. En de Mortirolo lonkte, in al zijn afschrikwekkendheid. Dan maar in de ontsnapping, om met een klein groepje de tunnel te doorkruisen – maar zo dacht iedereen.

Als paniekerige paarden galoppeerden we

Na het startschot sloeg het peloton meteen op hol. Ik probeerde telkens mee te springen, maar toen er een groep wegreed, zat ik daar niet bij. De tunnel naderde. Als paniekerige paarden galoppeerden we, harder en harder, om maar als eerste in de tunnel te zijn. Dat was het veiligst, helemaal voorop. De weg liep licht naar beneden. Met een snelheid van boven de zestig doken we het donker in.

Op slag zag ik niks. Het peloton was er nog wel; ik voelde ze, de rensters om me heen. In het midden van de weg glansden in het licht van de volgwagens kattenogen op. Er werd gegild. Geschreeuwd. Geroepen. Als angst tastbaar was, dan kon je het hier in stukjes snijden. De val van één zou velen meetrekken, want niemand zou het zien. Rem niet. Versnel niet. Hou je lijn. Blijf rijden.

Er moeten vele engelen op schouders hebben gezeten, want we reden als peloton heelhuids het daglicht weer in. Maar niemand zag het. Niet vanwege het donker van de tunnel. Er waren gewoon nauwelijks televisiecamera’s bij. Ik heb in mijn hele koersleven niet zoiets engs meegemaakt, maar als niemand keek, is het dan wel echt gebeurd?

Geoffrey Bouchard komt als eerste naar buiten, met Koen Bouwman op zijn hielen. Het peloton blijkt ook niet ver – zoals je had kunnen voorspellen, bij het ingaan van de tunnel. Maar niemand weet wat daarbinnen heeft plaatsgevonden. Misschien wel iets heel anders dan je zou denken. Het blijft voor altijd een onbekeken onderonsje tussen enkel renners. Een stukje niemandsland, in de finale van de koers.

Journalist en voormalig profwielrenner Marijn de Vries fietst u elke maandag door het sportweekend. Lees hier eerdere columns terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden