null Beeld
Beeld

ColumnJohn Graat

De allermooiste dingen gebeuren als je ze niet verwacht. Ook in 2022

John Graat

Het is vechten tegen de weemoed dezer dagen. Komende dinsdag is het 25 jaar geleden: de laatste Elfstedentocht. De herhaling van het integrale verslag op tv maakt de verleiding groot te beseffen wat er momenteel allemaal niet mogelijk is en misschien wel nooit meer kan.

In die nieuwjaarsnacht van 1997 bevroor de champagne in onze glazen. We wisten nog niet wat die kou spoedig teweeg zou brengen. Ik wist het zelfs niet toen ik op 2 januari in dat propvolle zaaltje in Leeuwarden iemand ‘it giet oan’ hoorde zeggen. En ook niet toen ik dezelfde dag in Oudeschoot bij marathonschaatser Yep Kramer op bezoek was. Om ons heen drentelde zijn zoontje van tien.

Een dag later belde ik in alle vroegte naar de boerderij van Evert van Benthem in Sint-Jansklooster. Van zijn vrouw hoorde ik dat hij in Bartlehiem was. Met weinig verwachtingen reed ik erheen. Eenmaal in het gehucht van twaalf huizen en tien boerderijen, bekend om dat bruggetje, wees een Bartlehiemer naar een huis. Ik belde aan.

In de warme huiskamer zat niet alleen Van Benthem, maar ook Jeen van den Berg, winnaar van 1954. Ze zaten te wachten op Reinier Paping, om samen op de foto te gaan voor een reclame voor een botermerk. “Wat was het gisteren koud hè, verschrikkelijk”, zei Van den Berg . ‘Ik stond in de berm te pissen en ik moest de straal zelf aan stukken schoppen.”

En toen stapte Paping binnen, de grootste Elfstedentochtlegende. Een tikje knorrig. Hij had met zijn auto een uur gedoold door het Friese platteland. “Eigenlijk ken ik alleen de weg over het ijs naar Bartlehiem.”

Wat volgde waren anekdotes, heel veel. Van Paping, over het barre weer op die 18de januari 1963. Van Benthem zei dat hij graag ook zo’n helse tocht had gereden. “Maar je lijdt er wel onder, als ik Reinier zo zie.” Gebulder. Ik zat er bedeesd tussen, met de drie nog levende winnaars. De volgende dag kwam er een vierde bij. Een teler van spruitjes. Het paste bij de romantiek die het evenement groot maakte.

Van den Berg overleed in 2014, Paping vorige week. En een Elfstedentocht is in een warmer klimaat een utopie. Dat is triest, maar misschien ook wel goed zo. Mythes zijn er om te koesteren, niet om ze kapot te laten maken. De sport zelf draait gewoon door, vernieuwt zich en blijft altijd weer nieuwe verhalen, mythes en ongedachte helden genereren.

In 1997 stelden we bijvoorbeeld nog niets voor in de atletiek, het baanwielrennen en het vrouwenvoetbal. Sifan Hassan, Harrie Lavreysen en Vivianne Miedema waren niet of amper geboren. Nu hoort Nederland mede dankzij hen bij de beste landen van de wereld. We kunnen ons verheugen op het WK atletiek en het EK vrouwenvoetbal komende zomer.

Zeker, het perspectief van voetbal in stille stadions en de Winterspelen in China en het WK voetbal in Qatar als etalages van overheden met bloed aan de handen kan een mens somber maken. Maar gelukkig zijn er altijd nog de sporters zelf. Die blijven verrassen en ontroeren.

Neem het OKT schaatsen, deze week in een verlaten Thialf. Het toernooi verraste, en niet alleen vanwege de wonderbaarlijk teruggekeerde blonde haardos van analist Rintje Ritsma. Ik zag sportmensen die zich niet lieten leiden door wat er niet was - dat carnaval op de tribune - maar elkaar naar toptijden stuwden. De machtsgreep van ene Merijn Scheperkamp, het vreugdegesnik van een oude man die een jongensdroom zag uitkomen (Hein Otterspeer), de ontgoocheling van Kjeld Nuis en de onvoorziene wederopstanding van dat zoontje van Yep. De verbeten slagen van de 35-jarige Sven Kramer, daar kan de weemoed niet tegenop.

Mijn les van Bartlehiem: de allermooiste dingen gebeuren als je ze niet verwacht. Ook in 2022.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden