Sport

De 100ste verjaardag van het vrouwenvoetbal: ‘De tegenwerking was enorm’

Het eerste vrouwenelftal (dat bekend is, althans). De fotograaf is onbekend, ook na lang zoeken door het Stadsarchief Amsterdam. Beeld Stadsarchief Amsterdam
Het eerste vrouwenelftal (dat bekend is, althans). De fotograaf is onbekend, ook na lang zoeken door het Stadsarchief Amsterdam.Beeld Stadsarchief Amsterdam

Op 25 juli 1920 was de eerste geregistreerde vrouwenvoetbalwedstrijd van ons land, precies een eeuw voordat de Nederlandse voetbalvrouwen voor de eerste keer mee hadden mogen doen aan de Olympische Spelen.

Op de velden van OSV in Oostzaan, tegenwoordig Amsterdam-Noord, is voetbalgeschiedenis geschreven. Daar vond op 25 juli, zaterdag precies honderd jaar geleden, de eerste geregistreerde vrouwenvoetbalwedstrijd van ons land plaats. De club had het vrouwenelftal van Wittenburg uitgenodigd voor een vriendschappelijke wedstrijd op 25 juli 1920 tegen een plaatselijk gelegenheidselftal met vrouwelijke leden van de korfbalvereniging Unie. Zonder afmelding kwam Witburgia echter niet opdagen, tot grote teleurstelling van de honderden toeschouwers, onder wie enige raadsleden van de gemeente Oostzaan. Ter plekke werd een tweede gelegenheidselftal geformeerd, zodat er toch nog werd gespeeld.

Over het prille begin van het Nederlandse vrouwenvoetbal is maar weinig bekend. Medisch historica Jacoba Steendijk-Kuypers besteedde er begin deze eeuw aandacht aan, net als Marjet Derks, inmiddels hoogleraar Sportgeschiedenis in Nijmegen. Ook verschenen enkele afstudeerscripties, onder meer van profvoetbalster Tessel Middag. Verder is het hard zoeken naar informatie uit die begintijd.

De Amsterdamse voetbalclub Wittenburg, die vanaf september 1919 slechts drie jaar heeft bestaan, speelt in ieder geval een rol. In die korte periode werd wel een vrouwenelftal samengesteld, in juni 1920. Dat was zo opzienbarend dat verschillende media een teamfoto plaatsten, zoals De Courant en De Prins der Geïllustreerde Bladen. Het is daarmee de oudste Nederlandse foto van vrouwelijke voetballers. Het is alleen onzeker of deze vrouwen ooit een wedstrijd tegen een ander team hebben gespeeld. Dat bestond tenslotte niet. En toen ze wél een tegenstander hadden gevonden, in Oostzaan, kwamen ze niet opdagen.

Indirect heeft het bestaan van Wittenburg wel degelijk geleid tot die eerste vrouwenvoetbalwedstrijd op Nederlands grondgebied, want er werd uiteindelijk toch gespeeld. Het ene team speelde in het wit en het andere in het zwart, met een verslaggever van het Algemeen Handelsblad als ooggetuige. ‘De vrouwelijke voetballers werden met muziek begeleid op het terrein gebracht. Om 2.15 uur ving de wedstrijd aan. Al dadelijk ontwikkelde zich een aardig spel.’ Het team van Unie scoorde na tien minuten het eerste en enige doelpunt. Er is helaas geen foto van.

Speelverbod voor vrouwen

Deze primeur zorgde niet voor de doorbraak van het vrouwenvoetbal in ons land – integendeel. De voetbalbond stond het niet toe en dreigde zelfs met zware straffen voor clubs die toch ruimte boden aan vrouwelijke spelers. Ook burgemeesters legden een speelverbod voor vrouwen op, zoals Amsterdam in 1935. Zo was het nagenoeg onmogelijk om ergens een vrouwenwedstrijd te regelen.

En dan kregen deze vrouwelijke pioniers ook geen enkele steun van de feministische beweging uit hun tijd. Na onderzoek van De Groene Amsterdammer in 1921 onder 23 feministische leiders bleek dat slechts twee het vrouwenvoetbal steunden. Een halve eeuw later was er weinig veranderd, want ook toen toonde de vrouwenbeweging geen enkele interesse voor de structurele discriminatie van hun seksegenoten op het voetbalveld. En zelfs in 2016 nog had het feministische vrouwenblad Opzij een blinde vlek voor de sport, door geen enkele sportvrouw op te nemen in een overzicht van de honderd meest invloedrijke Nederlandse vrouwen.

Vanaf 2017 is er wel veel veranderd, sinds de Europese titel voor de Nederlandse voetbalvrouwen. Precies honderd jaar na de wedstrijd in Oostzaan had opnieuw geschiedenis geschreven moeten worden, want net deze week zou het olympisch vrouwenvoetbaltoernooi beginnen. Nederland heeft zich voor de eerste keer geplaatst als nieuw hoogtepunt, maar moet eerst nog een jaar wachten.

Van gedoogcultuur naar sportief succes

De eerste interland van de Nederlandse vrouwen vond plaats in 1971. De ontwikkeling in de vijftig jaar daarna is te omschrijven als van een gedoogcultuur naar het verzilveren van sportief succes.

“In 1971, toen de Nederlandse vrouwen voor het eerst een officiële interland speelden, was het echt niet zo dat er actief beleid werd gevoerd om het vrouwenvoetbal te promoten”, vertelt oud-international en filosoof Martine Prange. Prange deed onderzoek naar de maatschappelijke impact van vrouwenvoetbal in Nederland. “Er was eerder sprake van een gedoogcultuur. Het vrouwenvoetbal was, mede dankzij de tweede feministische golf in de jaren zestig en zeventig, niet meer tegen te houden in Nederland.”

Maar omarmd? Nee, dat werd het in de decennia daarna niet. “De tegenwerking was enorm”, herinnert Prange zich. “Nederland staat bekend als een liberaal land, maar dat valt in de praktijk tegen. Zeker als het gaat om onze normen en waarden. Die blijken erg christelijk, erg conservatief. Vrouwenvoetbal werd lange tijd ongezond voor de zwangerschap genoemd en slecht voor het gezinsleven.”

Het duurde tot 2009 – toen Nederland bij het EK-debuut verrassend tot de halve finales reikte – voordat het grote publiek kennismaakte met de Oranje-vrouwen. “Hoewel veel mensen keken, zorgde het nog niet voor een structurele verbetering”, meent Prange. “Die kwam pas in 2017, toen Nederland in eigen land Europees kampioen werd. Dat gebeurde met leuk, aantrekkelijk voetbal dat gespeeld werd door meiden die heel toegankelijk en aanraakbaar waren, wat een contrast vormde met het door de commercie verpeste mannenvoetbal. Je zag dat Lieke Martens niet alleen een rolmodel werd voor de meisjes, maar ook voor de jongens.”

Ook het WK in Frankrijk, waar Nederland vorig jaar genoegen moest nemen met het zilver, zorgde voor veel enthousiasme. “De KNVB probeert het succes van het EK 2017 en het WK 2019 vast te houden. Maar dat begint met een goede competitie, waar ze helaas te laat mee zijn geweest. Een positief punt is dat er nu diverse internationals (Sari van Veenendaal, Stefanie van der Gragt en Mandy van den Berg, red.) terugkeren naar Nederland. Daar wordt de competitie alleen maar sterker van.”

Lees ook:

Eindelijk staat vrouwenvoetbal in Nederland op de kaart

Opeens komt vrouwenvoetbal zijn niche uit. Maar om echt groot te worden en te blijven, moet nog veel gebeuren.

Wat zijn de volgende stappen voor het vrouwenvoetbal?

De Oranje-vrouwen hebben het afgelopen decennium een flinke groei doorgemaakt. Hoe komt dat? En hoe kan de sport zich nog verder ontwikkelen?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden