null Beeld
Beeld

ColumnMarijn de Vries

Dat flapperende flapje, dat moet Anna van der Breggen toch voelen?

Het flapje draait, dwarrelt en flappert. Wiebelt en wappert, en geeft telkens tikjes tegen haar kin. Haar wang. Haar kin. Tik tik. Tik tik tik. Wel honderd keer per minuut. Anna van der Breggen zit doodstil op haar fiets, zoals alleen Anna van der Breggen dat kan. Nog twaalf kilometer te gaan. Met de kasseien achter zich gelaten, verandert ze niet meer van houding. Een sfinx, met alleen benen die bewegen. Alleen benen, én het flapje van het bandje van haar helm.

Op de Molenberg viel het me nog niet op. Ook op de Berendries had ik het nog niet gezien. Zelfs op de Bosberg, waar de wereldkampioene met een soepel tredje van alle stoempers wegreed, had ik het nog niet waargenomen. Maar nu ze solo naar de meet rijdt, heeft het flapje me in z’n greep. Tik tik tik. Tik tik. Tegen haar wang. Haar kin. Haar wang.

Een helm heeft bandjes en een gesp. Onder de kin klik je die vast. De bandjes komen netjes samen onder de oorlel, beide kanten tot de gesp niet te kort en niet te lang. Na het afstellen knip je het overgeschoten stuk van het bandje af. Met een aansteker brand je het afknip­randje dicht, tegen het rafelen. Dat doet elke prof. Daarom zie je nooit flapperende flapjes.

Flapperende flapjes zie je eigenlijk alleen bij liefhebbers op de fiets. Wielertoeristen, tegen wie nooit iemand zei dat je het flapje beter kwijt kunt zijn, want het oog verdraagt dat beter. En het is minder irritant. Want dat is het. Tik tik. Tik tik tik. Dat moet Anna toch voelen? Dat gewapper tegen haar gezicht? Ik zou er al lang gek van zijn ge­worden.

Meezwiepend met Michael Boogerd op de pedalen

Net zoals ik nooit heb begrepen waarom Michael Boogerd met een lange ketting om zijn hals reed. Dat gebungel en gezwaai. Op en neer, heen en weer. Tegen de borst, in het gezicht. Op weg naar zijn overwinning op La Plange leidde me dat zo af. Het shirtje open, de ketting dansend, meezwiepend met ­Michael die staand op de pedalen naar de finish klom.

Ik zoek de beelden op en erger me opnieuw. Zwiep zwiep. Zwiep zwiep zwiep. Doe die ketting af man, fluister ik net als altijd als ik dit fragment bekijk. Op de finish, weet ik, pakt Michael het bedeltje dat aan de ketting hangt. Hij kust het. De beelden van bijna twintig jaar oud zijn zo wazig dat ik niet zien kan wat het eigenlijk is. Na zo lange tijd ben ik ineens nieuwsgierig. Dus ik stuur Michael een bericht.

‘Het zijn een klavertje vier, gekregen van mijn moeder voor mijn eerste Tourdeelname’, antwoordt hij bijna meteen, ‘en een hangertje met mijn eerste tandje, en dat van mijn ex Nerena. Ik kuste ze om het thuisfront te laten weten dat ik aan ze dacht.’

Hij stuurt een foto. De kindertandjes liggen gegoten in halve maantjes tegen elkaar. Michael heeft de ketting altijd gedragen, en pas afgedaan toen hij zijn nieuwe levenspartner tegenkwam.

Zwiep zwiep. Zwiep zwiep zwiep

Duizenden kilometers heeft het ding dus meegebungeld. Zwiep zwiep. Zwiep zwiep zwiep. ‘Maar Michael’, vraag ik, ‘dat is toch enorm irritant?’

‘Nee’, antwoordt hij tot mijn verbazing. ‘Ik vond dat juist heel prettig. Het geslinger zorgde voor een soort van flow.’

Een soort van flow. Die kun je Anna ook best toeschrijven, als je ziet hoe soeverein ze de Omloop Het Nieuwsblad wint.

En toch. Dat flapje. Kom gerust langs, Anna. Ik heb wel een aansteker en een schaar.

Journalist en voormalig profwielrenner Marijn de Vries fietst u elke maandag door het sportweekend. Lees hier eerdere columns terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden