ColumnMarijn De Vries

Dankzij ‘The Queen’s Gambit’ heeft het schaken me gegrepen, maar de passie nog veel meer

Kent u dat gevoel van helemaal meegesleept worden terwijl je eigenlijk wat anders wilde doen? Schaatsen kijken. Zelf een stukje fietsen. Dat mislukte allemaal toen ik gisterochtend ‘The Queen’s Gambit’ aanzette op Netflix. Een serie over het weesmeisje Elisabeth dat van de conciërge in het internaat waar ze verblijft leert schaken, ergens in de jaren vijftig van de vorige eeuw. In de kelder, tussen het stof van bordenwissers en andere viezigheid. Ze is acht als ze de beste jongens van de middelbare school alle hoeken van de klas laat zien.

Nog geen tien jaar later vermorzelt ze als enige vrouw tussen de mannen ieder die haar treft aan de andere kant van het schaakbord. Wereldkampioen gaat ze worden. Althans, dat denk ik nu, want ik zit er nog middenin. Eigenlijk stoort u dus een beetje, dat u vandaag een column van me wilt. Ik ben al uren aan het beeld gekluisterd, en niet verzadigd. Mijn schrijven gaat niet snel genoeg, zo graag wil ik verder kijken.

Het is het schaken zelf dat me gegrepen heeft, maar nog meer dan dat de passie. Ik herken het, dat volledig opgeslorpt worden, bezeten zijn bijna, door dat ene ding. Als je ontdekt dat je iets beter kunt, veel beter dan de meeste mensen, dan is dat verslavend. Je wilt meer, bent onverzadigbaar. Als je begint doe je maar wat. ­Zonder benul, zonder houvast. Je doet gewoon. Zo ging ik fietsen, wat later wielrennen werd. Ik fietste gewoon en vond het leuk. Maar het werd nog vele malen leuker toen ik langzamerhand ontdekte dat ik sneller dan de meeste mensen was.

“Ik was verbaasd dat ze zo slecht waren”, zegt de achtjarige Elisabeth als ze alle grote jongens van het schaakbord heeft geblazen. Maar die jongens ­waren niet slecht, nee, ­Elisabeth was juist heel goed.

Afzien, zweten, pijn

Ik weet niet of iedereen zo’n grote passie voelen kan. Misschien niet. Want ik denk niet dat het voor iedereen is weggelegd iets te vinden waarin hij zoveel ­beter dan een ander is. Maar ik weet wel zeker dat elk mens beter dan zichzelf kan zijn. Sport gaat over hoger, sterker, beter, harder. Afzien, zweten, pijn. Het gaat over wat je met je lichaam kan. De geest is bijzaak, vaak. Tuurlijk, de geest moet sterk en evenwichtig zijn. Maar daar blijft het wel zo’n beetje bij. Terwijl, voor mij staat de geest misschien wel centraal: natuurlijk is bewegen gezond voor je lijf. Maar voor de geest is het nog gezonder.

De essentie van bewegen vind ik: niet per se anderen, maar jezelf verbazen. En dat kan in van alles zijn. Een marathon lopen, maakt niet uit hoe snel. Een berg beklimmen op de fiets. Een stuk wandelen, verder dan je dacht. Het mooie is: wat je met je lichaam doet kun je niet wegredeneren, niet kleiner maken naderhand. Je rende die marathon, beklom die berg, wandelde dat stuk. We vergissen ons, vind ik, met die nadruk op het fysieke van de sport. Het mentale is minstens zo belangrijk. Je gaat er veel sterker van in je schoenen staan.

Bewegen is niet iets dat alleen maar moet voor de gezondheid, zoals we zo vaak horen. Het is een cadeau, dat iedereen zichzelf zou moeten gunnen. Een cadeau voor tussen de oren, en voor een gevoel van zelfverzekerdheid diep in je buik. Je ziet het aan Elisabeth in The Queen’s Gambit. Met elke gewonnen partij schrijdt ze zelfverzekerder de wereld door. Of ze te hoogmoedig wordt, en daardoor misschien geen wereldkampioen? Ik ga snel verder kijken.

Journalist en voormalig profwielrenner Marijn de Vries fietst u elke maandag door het sportweekend. Lees hier eerdere columns terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden